Interview




Sterven was wellicht de beste carrièrezet die Theo Van Gogh ooit
gemaakt heeft. Toen de omstreden regisseur in 2004 werd vermoord
door een moslimextremist werd hij plots een martelaar voor zijn
eigen zaak – zijn politiek georakel (“er komt een grote oorlog
tussen moslims en westerlingen, let op mijn woorden!”) klonk plots
niet meer zo gek en zijn films, die tot dan toe matig werden
ontvangen, wonnen opeens aan populariteit. Van Gogh werd het
symbool van een symbool: heel even was hij erg betekenisvol (het
had vanalles te maken met de vrije meningsuiting), maar nu, drie
jaar later, gaat het leven door en lijkt de wereld nà de moord op
Theo Van Gogh verdacht sterk op die van vóór de moord op Theo Van
Gogh. Het enige dat écht veranderd is, is dat er ineens reële
interesse ontstond voor zijn films bij de Amerikanen. Maar liefst
drie van zijn projecten krijgen een remake: Stanley Tucci pakt
binnenkort ‘Blind Date’ aan, Bob Balaban gaat ’06’ maken en in de
tussentijd kunnen we gaan kijken naar Steve Buscemi’s versie van
‘Interview’.

Voor het overgrote deel heeft de meest charismatische lelijke
kop van Amerika er een getrouwe hervertelling van gemaakt: de plot
draait nog steeds rond Pierre (Buscemi zelve), een politiek
journalist die door zijn eindredacteur wordt verplicht om de
soapster Katya (Sienna Miller) te gaan interviewen. Pierre heeft
daar zwaar de pest over in: er hangt een enorme politieke crisis in
de lucht in Washington, en ondertussen moet hij zijn tijd
verspillen met een bimbo met valse tieten, die af en toe
meespeelt in een slasherfilm. Het interview verloopt dan ook niet
echt lekker – Katya heeft meteen door dat de journalist op haar
neerkijkt, en ze besluit om op haar eigen, subtiele manier wraak te
nemen. In de loop van de avond ontwikkelt er zich een mentaal kat-
en muisspelletje tussen de twee, waarin het maar de vraag is wie
uiteindelijk de slimste is: de zelfgenoegzaam intellectuele
journalist of de leeghoofdige soapactrice.

Het grote probleem met de originele Nederlandse film, en de
voornaamste reden waarom die uiteindelijk faalde, was dat een
interessant uitgangspunt op een verschrikkelijk ongeloofwaardige
manier werd uitgewerkt. De motivaties van de personages waren erg
warrig en een cruciale plotwending op het einde was eerder
lachwekkend dan schokkend. Een goed idee, slecht gerealiseerd. De
uitdaging voor Buscemi en co was dan ook in de eerste plaats om de
premisse aanvaardbaar te maken voor het publiek: een journalist
komt onvoorbereid en duidelijk dik tegen zijn goesting een
interview met je doen. Wat is je reactie? Juist ja, je staat recht
en je stapt het af. Maar als Katya dat zou doen, heb je natuurlijk
geen film. Dus moet je het als schrijver en regisseur geloofwaardig
maken dat die twee mensen tóch iets in elkaar zien, of iets bij
elkaar aanvoelen, waardoor ze de hele avond blijven praten. Van
Gogh wist dat probleem nooit echt op te lossen, maar Buscemi komt
dichter in de buurt. Hij geeft de personages een tastbare reden
waarom ze langer bij elkaar blijven (Pierre raakt gewond door een
wat al te enthousiaste fan van Katya, en zij voelt zich daar
verantwoordelijk voor), en daarna gebruikt hij meer humor dan zijn
voorganger om de geladen conversaties tussen de personages een
beetje te relativeren. De indruk die je hier krijgt, méér dan in
Van Gogh’s versie, is dat Pierre en Katya in feite erg genieten van
hun gebekvecht.

De hele avond blijven ze elkaar verbaal (en fysiek) uitdagen,
aangedreven door alcohol en een lijntje coke: de serieuze
journalist en de frivole popcultuur-prinses. Het is een clash
tussen high brow en low brow, tussen iemand die
van zichzelf denkt dat hij een ernstige bijdrage levert aan de
wereld met zijn stukken, en iemand die perfect van zichzelf weet
dat haar acteerwerk tot op heden niet bepaald memorabel was. En
beide protagonisten amuseren zich op een bepaald niveau wel met dat
conflict: ze merken dat ze een vette kluif hebben aan elkaar, dat
ze iemand zijn tegengekomen die hun manier van leven en denken in
vraag stelt. Dat is uiteindelijk de reden waarom ze heel die avond
lang blijven praten, en elkaar blijven aanvallen. Dat conflict
tussen de personages weerklinkt ook in de casting: Steve Buscemi is
één van de goden van de politiek correcte Amerikaanse
independent cinema, Sienna Miller is meer bekend om haar
vuile manieren dan om wat anders. High brow meets low
brow.

Beide acteurs vliegen met veel enthousiasme en spelplezier in
hun rollen: Buscemi maakt van zijn Pierre iemand die eigenlijk
fameus is uitgekeken op zichzelf en dat probeert te verbergen
achter zijn cynisme. Hij slaagt er in om een personage te creëren
dat in de loop van de film steeds meer nieuwe aspecten van zichzelf
laat zien, zónder dat het plots een ander personage wordt. Alles
dat we aan het einde over Pierre te weten komen, zit vanaf het
begin al subtiel in zijn vertolking. Sienna Miller krijgt hier
waarschijnlijk de kans van haar leven tot nu toe: ze mag zowat alle
emotionele noten bespelen, inclusief lachbuien, hysterie, woede,
noem maar op. Ze blijft steeds geloofwaardig, hoewel de
consistentie van Buscemi er bij haar soms aan ontbreekt.

In navolging van Van Gogh werkt Buscemi hier met drie camera’s –
in een film als deze heeft dat natuurlijk grote voordelen voor de
acteurs, die in één trek door hun scènes kunnen uitspelen en
daardoor een natuurlijker ritme kunnen ontwikkelen, maar het brengt
vanzelfsprekend ook technische beperkingen met zich mee. De
kadrering is soms nogal catch as catch can en er werd
gedraaid op digitale video, waardoor ook de kleuren en contrasten
er niet altijd optimaal uit naar voren komen. Dat zijn opofferingen
die je maakt om de inhoud van de film (en ook een beetje de inhoud
van je portefeuille) ter wille te zijn.

Buscemi slaagt er beter dan Van Gogh in om het verhaal
geloofwaardig te houden, wat onder andere inhoudt dat hij de
ridicule plottwist op het einde anders invult (néé, ik ga ‘m niet
verraden, geen zorgen). Maar toch blijft dat een moeilijk punt: je
kunt nog zo proberen om het allemaal aanvaardbaar te maken en
tijdens de film het einde al een beetje aan te kondigen (er zitten
best wel wat hints in), het blijft tóch een geforceerd slot. Om het
idee van de film écht eer aan te doen, hadden de laatste 15 minuten
van het script gewoon integraal herschreven moeten worden.

Al bij al is ‘Interview’ een gepolijste versie van de
Nederlandse film – een zeldzaamheid, een remake die beter is dan
het origineel. De veranderingen in het script hadden best wat
verder doorgedreven mogen worden, maar goed, je blijft sowieso
zitten met een interessante prent. Scherpe dialogen, goede
vertolkingen en een concept dat fascinerend is tot op het punt dat
het over de top gaat. En als u me nu wilt verontschuldigen, ik moet
Jacky Lafon nog gaan interviewen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in