Happy Mondays :: Uncle Dysfunktional



“The boys are back in town!” Met deze strijdkreet en een
(bedenkelijke) cover van de gelijknamige Thin Lizzy-hit luidden
Happy Mondays in 1999 al een eerste comeback in. Frontman Shaun
Ryder en freaky dancer Bez zaten na een bezoekje van Mr.
Taxman in acute geldnood, en zetten dan maar nillens willens een
als reünietournee vermomde geldinzameling op het getouw. Drie jaar
geleden floot Ryder de band bij elkaar voor een tweede terugkeer en
voor het eerst sinds het wisselvallige ‘…Yes Please!’ ligt er met
‘Uncle Dysfunktional’ een plaat met nieuw materiaal in de
winkel.

Aan het eind van de jaren ’80, begin ’90 waren er weinig groepen
die zoveel inkt lieten vloeien als Manchesters Maddest. Niet alleen
was de groep samen met o.a. The Stone Roses één van de speerpunten
van de zogeheten rave scene, die indie pop en rock koppelde aan
dance ritmes, ook hun liederlijke levenswandel leverde voldoende
stof op om de tabloids te vullen.
Voor het ontstaan van Happy Mondays moeten we echter een stuk terug
in de tijd, naar het begin van de jaren ’80, wanneer de broers
Shaun en Paul Ryder opgroeien in Little Hulton (Salford). Fraaie
vooruitzichten hebben de twee niet in dit grimmige, door de
economische recessie allerminst gespaard plaatsje en al gauw
verzeilen ze in de kleine criminaliteit: (kruimel)diefstallen,
vandalisme, druggebruik… – you name it, en het staat op
het strafblad van de jonge Ryders. Wanneer Shaun en Paul samen met
hun vrienden Gaz Whelan, Mark Day en Paul Davis en (later) Bez in
’84 een band opstarten (met deels bij elkaar gejatte apparatuur)
doen ze dat niet om artistieke redenen, maar vooral om te
ontsnappen aan hun uitzichtloos bestaan.

In 1985 worden ze ontdekt tijdens een talentenwedstrijd. Ondanks
hun laatste plaats mogen ze op Factory Records (het label van o.a.
Joy Division, New Order en A Certain Ratio) een ep uitbrengen. De
eerste langspeler, ‘Squirrel and G-Man Twenty Four Hour Party
People Plastic Face Carnt Smile (White Out)’, verschijnt in 1987 en
wordt geproduced door John Cale. Aangestoken door de house hausse
in discotheek The Hacienda, klinkt de indierock van de groep vanaf
de tweede (door Martin Hannett opgenomen) plaat ‘Bummed’ (’88) veel
dansbaarder.
Wanneer lui als Vince Clarke, Paul Oakenfold, Andy Weatherall en
Steve Lillywhite nummers als ‘Wrote For Luck’, ‘Hallelujah’ en
‘Rave On’ remixen breekt de groep door. Hét hoogtepunt vormt ‘Pills
‘n’ Thrills ‘n’ Bellyaches’ (’90), een album met hits als ‘Loose
Fit, ‘Step On’ en ‘Kinky Afro’ én een nieuw groepslid: zangeres
Rowetta. Het succes is voor een groot deel te danken aan producers
Oakenfold en Steve Osborn, die de brokken muziek die de groep
inspeelt bij elkaar puzzelen en aaneen lijmen tot afgelijnde
songs.
De opnames van ‘…Yes Please!’ (’92) op Barbados worden echter een
traumatische ervaring voor producers Chris Frantz en Tina Weymouth
(Talking Heads, Tom Tom Club): niet alleen zijn de creatieve
bronnen opgedroogd, zoals het rechtgeaarde junks betaamt wantrouwen
de groepsleden elkaar en wordt de plaat een artistieke en een
commerciële tegenvaller.

Anno 2007 blijven alleen Shaun Ryder, Whelan en Bez deel uit van
Happy Mondays, want Paul Ryder, Rowetta, Day en Davis willen niks
meer te maken hebben met de band (“You don’t step in dog shit
twice with sandals on, do you?”
). Hun plaatsen worden
ingenomen door gitarist Kav Shandu, die de rest van zijn groep
Sonic Audio meebracht. Met deze muzikanten namen de Mondays de
single ‘Playground Superstar’ op voor de soundtrack van ‘Goal!’,
traden ze al op in eigen land en in de Verenigde Staten en doken ze
de studio in voor ‘Uncle Dysfunktional’.

Een nieuw publiek zal de groep met deze cd niet aanboren. Wie
destijds niet hield van Happy Mondays of (later) van Black Grape of
Amateur Night in the Big Top, de andere Ryder-projecten waarmee
deze cd evenveel raakpunten heeft, zal ook aan deze plaat niks
hebben. Het geluid werd dan wel geüpdatet, centraal staan nog
steeds de lome beats, de scheurende gitaren, de repetitieve
toetsenpartijen en de (no) nonsense, schijnbaar ter plekke
verzonnen lyrics van Ryder. Dit levert enkele leuke en sterke
nummers op zoals opener ‘Jellybean’, ‘Deviants’, ‘Cuntry disco’,
‘In the Blood’ en ‘Uncle Dysfunktional’ op, maar ook (en net iets
te veel om van een heel sterke comeback te gewagen) mindere
momenten. Maar al bij al zijn we vooral heel erg blij met deze
nieuwe reünie en zijn we bereid het één en ander te bedekken met
de mantel der liefde. Vandaar dan ook: nevermind the crap, it’s
the Mondays!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in