L. Pierre :: Dip

Melodic, 2007

Mocht u ons ooit vragen waarom wij zoveel van Schotland houden, dan
zouden wij u voor één keer het antwoord schuldig moeten blijven.
Een mogelijke verklaring voor deze genegenheid zou misschien de
liefde voor de godendrank whisky kunnen zijn, of een voorliefde
voor het maffe accent. Schotse mannen die een rok (zonder undies!)
dragen zou ook een reden kunnen zijn. Of gewoon Schotse mannen die
muziek maken. Denken we maar aan het duo Malcolm Middleton en
Aidan Moffat. Samen vormden zij de groep Arab Strap, die vorig jaar
jammer genoeg stopte. Beroemd om hun melancholische woorden en
muziek maar berucht om hun zatte optredens gingen Middleton en
Moffat elk hun eigen weg. Voor Moffat ging het bijlange niet zo
vlot als voor Middleton, maar hij belandde dan toch in een
stroomversnelling van zijprojecten (in 2008 komt het eerste album
uit van de kersverse groep Aidan Moffat and The Best-Ofs). Onder de
naam Lucky Pierre of L. Pierre is hij aan z’n derde, instrumentaal
album toe: ‘Dip’.

Een geoefend luisteraar hoeft u niet te zijn om al meteen de
richting te begrijpen die Moffat uit wil; de cover en het eerste
nummer creëren meteen een zeegevoel. ‘Gullsong’ heeft z’n naam
namelijk niet gestolen en laat ons meteen denken aan een koud,
Schots strand eind januari, met hoog in de lucht – wat had u
gedacht – meeuwen. Het minimalistische gezang en de trompetten doen
wat druk aan, maar benadrukken de chaos van een dageraad waar we
met de rug naar het drukke havenstadje staan en de blik op
oneindig, ergens waar de zee de hemel lijkt te raken.
Het geluid van de meeuwen leidt ons verder naar ‘Weir’s Way’, het
langste en misschien wel beste nummer op ‘Dip’. Minder warrig, maar
meer uitgesponnen lijkt dit wel iets feestelijks over zich te
hebben. De naar het einde toe invallende elektronische elementen
doen de song helemaal ontluiken, om daarna weer stil te vallen en
het dramatische van ‘Gust’ aan de beurt te laten. Dat vreemde koor
dat niet van deze wereld én onheilspellend lijkt – storm op
zee?

Te laat, het kwaad geschiedde; ‘Ache’ zorgt voor een rouwsfeer. Met
ingetogen instrumenten, maar tergend mooi en triest toont Moffat
dat hij het zwartgallige nog niet verloren heeft. Door ‘Hike’
worden we losgeslagen uit die donkere greep en krijgen we een heuse
ommekeer. De symbiose van sterke beat en banjo maakt dit nummer
geweldig opjuttend. Het mondt uit in geluid van kabbelend water en
in het allerlaatste nummer, ‘Drift’. De rust lijkt teruggekeerd; de
harmoniserende piano met krakende geluiden en zwevende violen
evoceert auditief de kalmte van het vuurtorenlicht, dat zich
zoekend over het water voortbeweegt.

Wie toch in ijdele hoop verkeerde, mag de plaat stante pede
terugbrengen want Moffat lijkt voorgoed gebroken te hebben met het
Arab Strap-tijdperk. Hij bewandelt al een tijdje het pad der
verhalende muziek en liet zich dit keer meer inspireren door
klassieke elementen. Dit draaide niet op een fiasco uit, maar toont
wel de andere talenten die Moffat bezit.
Dit is zeker een aanrader als u liever zee en strand bezoekt in dat
koude seizoen. Een perfecte maritieme soundtrack die mogelijke
verdwaalde gedachten wiegt op het water en alvorens er gevaar voor
scheurbuik opduikt, voet aan wal zet. Landratten én matrozen zullen
vlug beseffen dat dit een prachtig plaatje is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in