Harry Potter and the Order of the Phoenix




’t Is gek hoe sommige mensen er op staan om, in
weerwil van alle logica, toch nog naar suspense te gaan zoeken in
de financiële verwachtingen voor grote films. “Zal ‘Shrek the Third’ nog
wel zijn geld terugverdienen nu er zoveel concurrentie is van de
‘Pirates of the
Caribbean’
?”, vroegen bepaalde critici en analysten zich af,
omdat die mensen nu eenmaal betaald worden om zich dat soort dingen
af te vragen. Het antwoord: d’uh, natuurlijk wel. En ook nu is het
weer prijs: slechts enkele weken voordat J.K. Rowling het
allerlaatste deel van haar Harry Pottersaga in de boekenwinkels
smijt, komt de vijfde film de zalen in – zullen mensen niet liever
met het boek in een hoek kruipen dan naar de film te gaan zien? Het
antwoord: d’uh, natuurlijk niet. ‘Harry Potter and the Order of the
Phoenix’ gaat dubbel en dik renderen, reken maar van yes.
Terecht? Best wel – ‘The Order of the Phoenix’ is zeker niet het
beste deel uit de reeks (net zoals het lang niet het beste boek
was), maar het is wél weer een onderhoudende fantasyfilm geworden,
die zich nog steeds afspeelt in één van de meest volledig
gerealiseerde sprookjeswerelden die ik ooit in de cinema ben
tegengekomen.

Zoals de gigantische tuinier Hagrid het al van onder z’n volle
baard mompelde in de trailer: er komen donkere tijden aan. Aan het
einde van de vorige film zag Harry hoe zijn aartsvijand, de
duistere magiër Voldemort, terugkeerde om opnieuw te proberen de
macht over de tovenaarswereld te grijpen. Harry voelt Voldemort
elke dag sterker worden, maar ondertussen willen de autoriteiten,
vertegenwoordigd door minister Cornelius Fudge (Robert Hardy) en
zijn schoothondje Dolores Umbridge (Imelda Staunton), niet eens
toegeven dat de schurk weer in leven is. Harry en professor
Dumbledore worden uitgelachen voor hun paranoia en paniekzaaierij.
In het diepste geheim wordt echter de orde van de Fenix opgericht,
een groepje toegewijde tovenaars, waaronder Harry’s oom Sirius en
Mad-Eye Moody, die de komst van Voldemort afwachten en klaar staan
om hem te bestrijden wanneer het zover is.

De Harry Pottercyclus heeft twee scharnierboeken: de eerste was
‘The Prisoner of
Azkaban’
, waarin de toon van de romans plots ernstiger werd.
Vanaf dat moment gingen de verhalen meer samenhangen en werd het
ook duidelijk dat de hele reeks één enkel doel had: het opzetten
van een confrontatie tussen Harry en Voldemort. De introducties
waren afgelopen en we waren klaar voor het ernstige werk. En een
tweede overgangsmoment kwam er met ‘The Order of the Phoenix’, het
boek waarin Rowling alle voorbereidingen nam om de eindsprint in te
zetten. Er zat enorm veel plotinformatie in die turf van zo’n 900
bladzijden, maar daarmee zette Rowling wel al haar pionnen klaar om
in boek zes en zeven de pay-off te geven van de volledige
serie. Allemaal goed en wel, maar in de praktijk maakte dat van
‘Phoenix’ wel het minst interessante boek tot nu toe, met lange
statische passages waarin personages gewoon twintig à dertig
pagina’s lang de plot stonden uit te leggen.

Dat leent zich niet bijster makkelijk tot een verfilming, en het
gevolg ligt dan ook voor de hand: de makers hebben gesnoeid, en
niet altijd op de juiste plaatsen. Het leuke aan de boeken is
namelijk dat er, ondanks alles wat er verder gebeurt op Hogwarts,
nog steeds een dagelijks leven is dat verder gaat. De wereld van
Harry Potter bestaat uit meer dan Harry Potter alleen, en een
aanzienlijk deel van het boek ‘Phoenix’ is gewijd aan Harry, Ron en
Hermione die blokken voor hun examens. Het zijn de kleine,
menselijke toetsen die van ‘Harry Potter’ maken wat het is, maar
het zijn juist die momentjes die het eerste sneuvelen als je er een
film van wilt maken van minder dan drie uur. De spanning tussen Ron
en Hermione – duidelijk verliefd op elkaar zonder dat ze het durven
toegeven – wordt hier terzijde gelegd en ook een boeiende subplot
rond de oudere broer van Ron verdwijnt helemaal. Het
quidditch-terrein krijgen we niet te zien. Wat nog erger is: scènes
die in het boek een enorme impact hadden, worden hier gereduceerd
tot faits divers – Rons vader overleeft een aanval van
Voldemort, maar in de roman vrezen de personages zo’n honderd
pagina’s lang voor zijn leven. Hier zien we de aanval, en in de
volgende scène zit vader Weasley alweer vrolijk aan tafel. Ook
Harry’s eerste liefje, Cho, komt nauwelijks tien minuten lang in
beeld.

Maar goed, als je kijkt naar wat er wél op het scherm te zien
is, hou je sowieso een aardige avonturenfilm over. Imelda Staunton
steelt de hele film als Dolores Umbridge, een compulsief in lila
gekleed takkenwijf die in naam van de minister Hogwarts komt
commanderen. Het leuke aan haar personage is hoe dicht ze tegen de
werkelijkheid ligt: de wereld bàrst van de oversneden rotzakken die
zichzelf verbergen achter glimlachjes en geforceerde
vriendelijkheid, zodat ze het altijd kunnen doen uitschijnen alsof
het jouw schuld is wanneer je kwaad op hen wordt. Met haar kokette
maniertjes is Staunton hier heerlijk irritant. En beter nog: we
krijgen een langer optreden van Voldemort himself,
gespeeld door een Ralph Fiennes zonder neus, die voor een aardige
finale weet te zorgen (dat brekend glas!).

Voor de regie tekende ditmaal de relatief onbekende David Yates,
die voordien voornamelijk voor tv had gewerkt. Zijn visuele aanpak
laat zich vergelijken met die van de originele Potter-regisseur
Chris Columbus: professioneel, netjes in elkaar gestoken, maar ook
niet écht opmerkelijk. Hoe dan ook: Yates zet zelfs zijn
actiescènes helder in beeld, zonder zijn toevlucht te nemen tot
schokkerige camera’s of een hypersnelle montage. Alleen een visueel
gadget waarin de camera tussen de letters van
verschillende krantenkoppen vliegt, wordt te vaak gebruikt om nog
leuk te wezen. Yates is zeker geen Alfonso Cuaron, maar hij
construeert zijn scènes duidelijk, weet het tempo er in ieder geval
in te houden, en hij heeft ook een duidelijk gevoel voor komische
timing binnenin een scène (een kwaliteit die vooral duidelijk wordt
tijdens de vroege scènes met Umbridge). De speciale effecten
blijven trouwens met elke film beter worden: een ritje op de
bezemsteel door Londen is fenomenaal, en ook de finale bevat
indrukwekkende CGI-shots.

Het was wellicht onvermijdelijk dat de film ‘The Order of the
Phoenix’ een beetje de snelle, oppervlakkige versie van het boek
zou worden. Je kunt dat de makers verwijten, maar goed, 900
bladzijden krijg je nu eenmaal niet in één film. Een deel van wat
verloren ging miste ik echt tijdens het kijken, maar voor het
overige kon ik vooral waarderen wat er was overgebleven: een
fantasierijk spektakel dat zich niet laat wurgen door z’n eigen
special effects, maar nog steeds, ondanks alles, een warm hart weet
te bewaren. Dat gezegd zijnde, denk ik dat ik maar even ga
aanschuiven voor het laatste boek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in