The Boss of It All




99 min. / Denemarken/ 2006

Lars Von Trier is een schijthuis. Noem een angst en hij heeft
ze, noem een fobie en hij kan er niet van slapen. “Basically
I’m afraid of everything in life, except filmmaking
“. Op dat
éne vlak waar hij dan niet voor in zijn broek doet, durft hij zich
– gelukkig voor ons filmnerds – wel volledig te laten gaan: bij
elke nieuwe première wekken zijn experimentele films verbazing op.
‘Breaking the Waves’ en ‘The Idiots’ waren gedurfd qua thematiek
(foei foei, die expliciete seks!) en met het concept van ‘Dogville’ (film gestript
tot zijn nakie) zette hij de filmwereld toch lichtjes op zijn kop.
Zonder zijn favoriete uitlaatklep zat onze vriend misschien al lang
in een mentale inrichting en in het geheim zijn we toch wel blij
dat hij geen aanleg had voor figuurzagen of ‘trainspotting’, want
de man zorgt met zijn opmerkelijke films toch voor heel wat animo
in de filmbusiness. En het beste nieuws is dat er weinig kans
bestaat dat zijn kunsten ons ooit gaan vervelen. Von Trier houdt er
niet van om in herhaling te vallen. Alleen ‘Dogville’ en ‘Manderlay’ zouden
tweelingzusjes kunnen zijn, maar daarover gaf hij eerlijk toe dat
hij zich op de set van ‘Manderlay’ stierlijk
stond te vervelen. Het zal hem zeker geen tweede keer
overkomen.

Na een reeks zwaargewichten over “het tragische lijden van het
vrouwelijke geslacht”, wou Lars nog eens plezier maken op de set,
en dat laat zich voelen: ‘Direktøren for det Hele’ (‘The Boss of It
All’) is een energiek tussendoortje, een onopvallende
kantoorkomedie zonder meer, vóór hij weer aan het grote
werk begint. Ravn (Peter Gantzler), de baas van een bedrijf, wil
zodanig graag gezien worden door zijn werknemers dat hij het niet
aandurft om onpopulaire beslissingen te nemen of slecht nieuws aan
hen mee te delen. Door de jaren heen heeft hij dan maar een
fictieve baas ‘Svend’ uitgevonden, die niemand ooit gezien heeft
(hij woont zogezegd in Amerika) en in wiens schoenen hij elke
onaangename verantwoordelijkheid schuift. Zijn plan is waterdicht
en iedereen is gelukkig, tot op de dag waarop hij het bedrijf wil
verkopen aan een IJslandse zakenman, die natuurlijk alleen wil
onderhandelen met de ‘echte’ baas. Ravn huurt dan maar
tweederangsacteur Kristoffer (Jens Albinus) in, die een week lang
gestalte zal geven aan de mysterieuze baas Svend.

Kristoffer wordt zonder al te veel uitleg midden in de werksfeer
gedropt. Hij is hypergemotiveerd om zijn acteertalent aan de wereld
te laten zien en hij neemt zijn taak dan ook heel serieus. Maar al
tijdens de eerste vergadering in dat typische managersjargon, valt
hij met zijn gebrekkige kennis van IT meermalen bijna door de mand
en moet hij zich uit de nesten lullen. Meestal kan hij zich redden
door de bal terug te kaatsen met een “wat denk jij er eigenlijk
van?”, maar het wordt moeilijker wanneer Kristoffer ontdekt dat
Ravn hem niet echt goed heeft ingelicht over zijn personage. Alle
werknemers hebben uit de ‘fictieve’ mails die Svend zogezegd naar
hen verzonden heeft, een beeld opgemaakt van hem en dat willen ze
nu graag toetsen aan de werkelijkheid. Bovendien heeft Ravn
blijkbaar niet aan iedereen dezelfde versie verteld. Het leidt tot
absurde dialogen met de werknemers, plotwendingen die haasje-over
springen en hilarische misverstanden, waarbij Kristoffer zijn
improvisatietalent soms van héél diep moet laten komen.

‘The Boss of It All’ vertrekt vanuit een pittig screwball
comedy
concept (de identiteitsverwarring, een leugen die een
sneeuwbaleffect veroorzaakt), maar boort ook andere vormen van
humor aan, vooral dan onder de vorm van dat typisch Deens droog
absurdisme. Jens Albinus als Kristoffer/Svend is heerlijk als
irritante monoloogmitrailleur en vooral de geheime meetings op
neutraal grondgebied (een paardenmolen, de dierentuin) tussen Ravn
en Svend zijn vermakelijk. Von Trier drijft lekker de spot met
alles wat zich maar aandient: hij doorprikt de illusie van de
perfecte acteermethodes, sleurt er de hele bedrijfswereld door met
zijn satirische kijk op de manipulatieve macht van een
bedrijfsleider over zijn personeel en hij stopt er zelfs een
dogmamopje in. Ook de Denen zelf blijven niet gespaard. De
IJslandse koper spuwt Ravn en Svend zelfs zonder aanleiding de
vuilste verwijten in het gezicht en hij maakt alsmaar allusies op
de historische machtsstrijd tussen Denemarken en IJsland. Ten
slotte komt Von Trier zelf nog een potje meedoen, wanneer hij (in
een reflectie in het venster) in zijn eigen film stapt en zich een
ironisch commentaarstemmetje aanmeet om het verhaal tot in het
oneindige te relativeren. Lars Von Trier wil dat zijn kijkers zich
amuseren, zoveel is zeker, en dat is gelukt. Misschien zal niet
iedereen op hetzelfde moment lachen, maar er is keuze genoeg in het
aanbod.

De grootste grap van de film is echter het camerawerk. Nadat we
bij ‘Dogville’ en
‘Manderlay’ er
zelf de decors bij moesten fantaseren, moeten we bij ‘The Boss of
It All’ soms zelf een stuk van de hoofden van de personages erbij
verzinnen, want niet alles is even christelijk in beeld gebracht.
Na het dogmageshake en het volledig digitaal draaien bij ‘Dancer in
the Dark’ heeft Lars Von Trier blijkbaar weer een nieuw speelgoedje
gevonden om zijn camerawerk -in dit geval- naar de kloothommels te
bannen. Hij doopte het automavision, een techniek waar
geen director of photography aan te pas komt, en die zegt
hoe de beelden het best in scène worden gezet. Het is de camera
zelf, die met behulp van een computer beslist over de
camerabewegingen (inzoomen, verticaal bewegen,…), de kadrering en
de lichtinval. Dus als hij toevallig zin heeft om de mensen die aan
het spreken zijn niet in beeld te brengen, dan is dat maar zo. Von
Triers experiment om het camerawerk aan het toeval over te laten,
roept de vraag op “wie nu eigenlijk de filmmaker is?”, waarmee hij
zijn afkeur weergeeft voor de steeds groter wordende rol van de
computer in het filmgebeuren. Het probleem is alleen dat je wel een
hele film op zijn lol moet zitten kijken en dat is veel minder
komisch. De film kon gewoon niet lelijker in beeld gebracht worden.
Ik kan me voorstellen dat als je niet op de hoogte bent van zijn
ongewone aanpak, je zelfs zou denken dat de man totaal geen visueel
talent heeft en geen feeling heeft voor cinema. Een irritante
beeldvoering was trouwens niet nodig om de chaotische sfeer van de
film te onderlijnen. En dan vraag je je al snel af wat het had
gegeven met een mooie of zelfs maar een verdraaglijke beeldvoering.
De gedachte weerhield me er alleszins van om echt volkomen
happy te zijn over deze film.

Tenslotte heeft meneer Trier er voor de fun nog een paar
“Lookeys” ingestopt: hints, visuele elementen die niet in de
context van de film passen en samen een raadsel vormen, dat de
kijker moet oplossen. De winnaar krijgt een rolletje in Von Triers
nieuwste project: een horrorfilm ‘Antichrist’. Het is duidelijk: de
speelvogel in Lars Von Trier is uitgevlogen, hij heeft zich
geamuseerd en wij ook. Hij weet hoe een geestige komedie in elkaar
hoort te zitten. Alleen vreemd dat hij na de opnames toch
depressief is geworden. Dus we steken hem bij deze graag een hart
onder de riem: Lars, we denken aan je! (En zet volgende keer weer
een mens achter de camera).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in