The Bad Sleep Well




Zelfs binnen het canon aan eigentijdse Kurosawafilms (die, met
de mogelijke uitzondering van ‘Ikiru’, toch al nooit
écht de standing hebben gekregen van zijn period pieces),
is ‘The Bad Sleep Well’ een ietwat over het hoofd geziene prent,
continu overschaduwd door de reputaties van de films die ervoor en
erna kwamen. Dit thriller-drama over corruptie in de
bedrijfscultuur kwam vlak na het onwaarschijnlijk succesvolle
‘The Hidden
Fortress’
en zou opgevolgd worden door het legendarische
samoerai-tweeluik ‘Yojimbo’ en ‘Sanjuro’. Bijgevolg is
‘The Bad Sleep Well’ een beetje tussen de voegen geglipt. En
inderdaad, het is zeker niet Kurosawa’s beste film, die te lijden
heeft aan een nogal onhandige structuur. Maar dat is nog geen reden
om ‘m te negeren.

‘The Bad Sleep Well’ is één van Kurosawa’s meest expliciete
“boodschapfilms”. De regisseur is z’n hele carrière lang bezig
geweest met sociaal bevlogen thema’s, maar wist als geen ander dat
in een dramatisch werk de personages en het verhaal voorrang moeten
krijgen. De voornaamste reden waarom deze film althans gedeeltelijk
faalt, is dan ook dat Kurosawa ditmaal duidelijk vertrokken is
vanuit de gedachte: “oké, ik wil iets doen over corporate
greed.
Wat voor verhaaltje kan ik daarrond spinnen?” De
resulterende intrige is ditmaal niet rechtstreeks afkomstig van
Shakespeare (zoals bij ‘Throne of Blood’ en
‘Ran’), maar
vertoont toch duidelijke overtonen van ‘Hamlet’: de zoon van een
vermoorde vader wil wraak nemen op diens doders.

De film opent met het huwelijk tussen Koichi Nishi (Toshiro
Mifune) en Keiko (Kyoko Kagawa). Keiko is de dochter van Iwabuchi
(Tatsuya Mihachi), één van de grote bazen bij Grondbeheer, de
overheidsinstelling die bepaalt hoe onroerend goed wordt verdeeld
en welke corporaties erop mogen bouwen. Iedereen gaat ervan uit dat
Nishi enkel met Keiko trouwt om hogerop te raken in Grondbeheer,
maar Nishi is iets anders van plan. Het huwelijk vindt immers
plaats in het midden van een corruptieschandaal rond Iwabuchi en
zijn collega’s. De hoge piefen zouden drie miljard aan smeergeld
achterover hebben gedrukt op een bouwcontract (zo’n beetje de
Agusta-affaire, maar dan met grond), en kleinere garnalen die door
de politie worden ondervraagd, hebben de eigenaardige gewoonte om
zelfmoord te plegen. Wat niemand weet, is dat Nishi’s vader jaren
geleden zelf het slachtoffer werd van een gelijkaardig schandaal.
Hij sprong – of werd hij geduwd? – uit het raam van zijn kantoor.
Nu is Nishi vastbesloten om de nieuwe zaak te gebruiken om Iwabuchi
en de andere verantwoordelijken ten val te brengen.

Kurosawa heeft nooit een hoge pet opgehad van grote bedrijven –
veel van zijn films laten zich bekijken als de strijd tussen een
individu en een organisatie of hogere autoriteit, waarbij het
individu vaak vertrappeld wordt. De samoerai in zijn bekendste
prenten zijn eenzame figuren die geconfronteerd worden met
georganiseerde bendes, symbool voor modernisering en ontzieling.
Films als ‘The Lower
Depths’
en ‘Dodes’ka-den’ tonen dan
weer de zwaksten in het hedendaagse Japan, die simpelweg vergeten
zijn door de hoge meneren die van de samenleving hebben gemaakt wat
ze is. In een Kurosawafilm staan de protagonisten alleen (of op z’n
best “samen alleen”, zoals in ‘Seven Samurai’). ‘The
Bad Sleep Well’ is daar ook een voorbeeld van: Nishi probeert het
overweldigend machtige bedrijfssysteem van binnenuit te
vernietigen.

Het is interessant dat hij dat op z’n minst gedeeltelijk doet
door terug te grijpen naar het bijgeloof van vóór het
corporate tijdperk. Zoals dat in veel culturen het geval
was, vond er in de twintigste eeuw een enorme ontzuiling plaats,
eerst met het toenemende militarisme en de expansiedrang die tot de
Tweede Wereldoorlog leidde, en daarna met de bedrijfscultuur van
‘The Bad Sleep Well’. Het Shintoïsme en Boeddhisme gingen langzaam
maar zeker verloren en hebben er tegenwoordig ongeveer dezelfde
status als het katholicisme voor de meeste Belgen – we trouwen wel
voor de kerk, maar val er ons verder niet te veel mee lastig. In de
film verhindert Nishi één van de boekhouders van Grondbeheer om
zelfmoord te plegen, zodat hij hem kan gebruiken tegen Iwabuchi.
Nishi zorgt ervoor dat de grote bedrijfshaaien die doodgewaande
boekhouder af en toe te zien krijgen, met als gevolg dat ze denken
een spook gezien te hebben. Daarmee voegt Kurosawa een extra laag
toe aan de strijd tussen Nishi en Iwabuchi: het wordt ook de strijd
tussen het oude Japan, nu louter nog beleefd door een enkeling,
waarin het bestaan van geesten werd aanvaard, en het nieuwe Japan,
dat alleen nog met geld bezig is. Kurosawa ontleedt eigenlijk die
corporate cultuur en confronteert ze met de tradities die
eraan vooraf gingen.

Thematisch is dat allemaal erg boeiend, maar op het niveau van
eenvoudige dramaturgie loopt ‘The Bad Sleep Well’ toch regelmatig
mank. Kurosawa begint met een meesterlijke proloog, waarin het
huwelijk wordt geobserveerd door een horde journalisten, die
gaandeweg uitleggen wie de personages zijn en wat de achtergrond
van de plot is. Het is fantastisch om te zien hoe Kurosawa op een
kwartiertje tijd al die personages geïntroduceerd krijgt én nu hij
dan toch bezig is, meteen heel wat spanning en suspense tussen hen
weet op te werken. Het einde van die sequens is meteen al voldoende
om je op het puntje van je stoel te krijgen en belooft een
schitterende thriller.

Maar daarop is het dus nog even wachten, want de regisseur
gebruikt hier een drie-aktenstructuur die niet altijd even goed
uitpakt. Tijdens het eerste deel krijgen we Toshiro Mifune
nauwelijks te zien, maar volgen we de politieagenten die de
corruptiezaak onderzoeken, en de malafide zakenmannen die alles in
de doofpot proberen te stoppen. Dit deel van de film is uiteraard
belangrijk om de plot vooruit te helpen, maar lijkt ook erg
mechanisch. We krijgen niet echt veel reden om erbij betrokken te
raken. Dat wordt beter in het tweede deel, waarin Mifune eindelijk
op het voorplan treedt en de film een persoonlijke dimensie krijgt.
Kurosawa introduceert – eigenlijk wat te laat – emotie in z’n
prent, en gelijk wordt het een stuk boeiender. Het is ook hier dat
de regisseur aan de slag gaat met één van z’n favoriete thema’s: de
dualiteit tussen de goeie en slechte kant van de menselijke natuur.
Een schurk die ook gewoon een huisvader aan de barbecue is, en een
held die de hele film lang een moord beraamt. ‘The Bad Sleep Well’
wordt beter naarmate hij verder gaat, omdat dit een film is die
steeds intenser en intiemer wordt. Deel één toont ons algemeenheden
– een onderzoek, een doofpotoperatie. Deel twee vernauwt het
perspectief naar de vete van Toshiro Mifune. En in deel drie wordt
alles nog kleinschaliger, zodat we in feite nog maar op twee
locaties komen en nog maar vier personages zien. Kurosawa begint
hier met grove penseelvegen, om daarna steeds kleinere details toe
te voegen. Hoe kleiner de details, hoe interessanter de film.

Dat wil dus wel zeggen dat je met een erg problematisch eerste uur
zit, en van een regisseur van het kaliber van Kurosawa zou dat
eigenlijk niet mogen. Het lijkt wel alsof de filmmaker eerst z’n
zegje wilde doen over zijn thema’s, en dan daarna pas aan het echte
drama is begonnen. Eens hij op gang komt, biedt ‘The Bad Sleep
Well’ knappe cinema, met een sfeerrijke fotografie in de film
noir-
stijl (bepaalde scènes aan het einde herinneren zelfs aan
‘The Third Man’). Maar daarvoor moet je dus wel eerst door dat uur
geraken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in