Zodiac




Het schijnt het seizoen te zijn voor come-backs (of
pogingen daartoe): verleden week kwam ‘Goya’s Ghosts’ in de
zalen, de eerste nieuwe film van Milos Forman sinds 1999, en nu is
er ‘Zodiac’, de retour van David Fincher. Fincher, zowat de
posterboy van de nineties intellectual chique-generatie,
liet voor het laatst van zich horen in 2001, met de spannende, maar
uiteindelijk nogal vrijblijvende thriller ‘Panic Room’. Sindsdien
huppelde hij van het éne project naar het andere – geen high
profile
film van de voorbije vijf jaar of hij is er wel bij
betrokken geweest – vooraleer eindelijk aan de slag te gaan aan dit
ambitieus stukje werk. Waar de terugkeer van Forman een pijnlijke
slag in de lucht was, weet Fincher gelukkig wél te overtuigen.
‘Zodiac’ is niet ’s mans beste film (die eer gaat nog steeds naar
Seven’), maar
het is wel een meeslepende, intense prent die op een heerlijke
manier de onovertroffen sfeer uitwasemt van de paranoia-thrillers
uit de jaren zeventig. Groovy.

Het verhaal draait rond de Zodiac-moorden die Noord-California
teisterden tijdens de late jaren zestig en zeventig. Een
mysterieuze figuur vermoordde vrijende koppeltjes en stuurde
vervolgens brieven naar de pers waarin hij zichzelf “the
Zodiac”
noemde. Bij die brieven zaten uitgebreide berichten in
een ingewikkelde codetaal, die moesten dienen als een extra
uitdaging voor de politie. De jacht op de Zodiac werd er echter
niet makkelijker op toen de schrijver van de brieven ook de
verantwoordelijkheid ging opeisen voor misdaden die hij onmogelijk
gepleegd kon hebben. Tot op de dag van vandaag is zijn identiteit
niet met zekerheid geweten (hoewel de film aangeeft dat er we
degelijk een paar verdomd goeie verdachten zijn) en is het zelfs
niet zeker hoeveel mensen de Zodiac nu precies heeft vermoord.

Tijdens de eerste helft van de film volgen we twee teams die bij
de zaak betrokken zijn: Robert Graysmith (Jake Gyllenhaal) is een
cartoonist bij de San Francisco Chronicle, die langzaam maar zeker
geobsedeerd raakt door de brieven die de redactie van zijn krant
binnenkrijgt. Paul Avery (een schitterende Robert Downey Jr) is de
journalist die verslag uitbrengt van de moorden en op den duur voor
zijn eigen veiligheid vreest. Aan de kant van de politie heb je
David Toschi (Mark Ruffalo), die verbeten blijft doorspeuren, lang
nadat zijn partner Bill Armstrong (Anthony Edwards) voor zijn gezin
heeft gekozen.

Twee teams, die elkaar spiegelen in hun intenties (ze willen
allemaal de identiteit van de moordenaar achterhalen) en ook in hun
onderlinge relaties: telkens heb je één persoon die de zoektocht
niet kan opgeven, ook al gaat dat dan ten koste van zijn
privéleven, en één persoon die zich terugtrekt voordat het te laat
is. Tijdens het laatste en beste uur van de film zien we de twee
overgebleven obsédés dan ook samenkomen om een nieuw team te
vormen: de flik en de journalist, allebei op het randje van de
paranoia. Dat soort dingen schept nu eenmaal een band.

David Fincher is natuurlijk bekend geworden met een film over
een serial killer, wat meteen de reden is waarom ‘Zodiac’
zo’n goede case study is geworden om te zien hoe de
regisseur is geëvolueerd over de laatste tien jaar. Waar ‘Seven’ een duistere,
haast nihilistische noodkreet van een film was, waarin de goeien
geen schijn van kans hadden om het ooit te halen tegen al het kwaad
in de wereld, lijkt ‘Zodiac’ een kalmere, zelfs lichtjes
positievere toon aan te slaan. In overeenstemming met de feiten
komt het niet tot een arrestatie, maar de hoofdpersonages kunnen
wel op z’n minst een morele overwinning op hun conto schrijven. Ze
moeten er veel voor opofferen, maar uiteindelijk winnen de flik en
de cartoonist wel hun geestesrust door hun obsessie te bevredigen.
De wereld van Fincher zal nooit een prettige plek worden, maar in
de versie die hij hier voor ons schildert, valt op z’n minst te
leven in de wetenschap dat het allemaal wel degelijk iets uithaalt.
Dat menselijke goedheid niet zomaar een druppel in een veel te
grote zee van miserie is.

Wie zich verwacht aan achtervolgingen, shoot-outs of
hoofden in dozen, is er dus aan voor de moeite. In ‘Zodiac’ brengt
Fincher immers een hommage aan de intelligente praatfilms van de
jaren zeventig – de prent gaat dan wel over de jacht op een
moordenaar, maar met de uitzondering van een paar scènes is dit
all talk, all the time. We worden overspoeld door een
zondvloed aan informatie, namen en data. Zowel de politie als de
pers doen wanhopig hun best om ingewikkelde en soms tegenstrijdige
informatie te verwerken, om een plaatje te vormen waarin alle
feiten kloppen. Waarom zou de moordenaar zijn handschoen hebben
uitgedaan? Is hij rechts- of linkshandig, of allebei? Waarom
schrjift hij zijn r-en altijd op identiek dezelfde manier? Zou hij
misschien bewust zijn moordpatroon doorbreken? Enzovoort. Vragen
tot in het oneindige, die niet beantwoord worden tijdens een
car chase, maar met behulp van lange uren vol gesnuffel in
archieven en denkwerk aan een bureau. Vergis je niet: ‘Zodiac’ is
een babbelfilm, en dat dik twee en een half uur lang.

Dat heeft wel tot gevolg dat je na pakweg anderhalf uur stilaan
op de film raakt uitgekeken – je bereikt een punt van verzadiging,
je kijkt op je horloge en je denkt: “Hoe gaan ze dit nog een uur
volhouden?” Maar net dàn schakelt ‘Zodiac’ dus over naar z’n tweede
en beste deel, waarin Gyllenhaal en Ruffalo samenkomen en de
obsessie pas écht toeslaat. De sfeer wordt intenser, de inzet wordt
hoger en het tempo van de film versnelt zienderogen. De
vergelijkingen met ‘All the President’s Men’
waren in de pers niet van de lucht – en terecht, de omgeving is
immers gelijkaardig en hetzelfde sfeertje zit er zeker in – maar ik
moest ook regelmatig denken aan de seventies classic ‘The
Parallax View’ en, recenter, Oliver Stone’s ‘JFK’. Verhalen over
mannen die op zoek gaan naar de waarheid ook al haalt het dan hun
leven overhoop. En waarom? Uit een soort van idealisme,
veronderstel ik. De waarheid willen weten en geloven dat het ertoe
doet dat je die waarheid openbaar maakt.

Ook stilistisch blijft Fincher die seventies-stijl
trouw. De regisseur houdt zich visueel opvallend in. De
prestigeshots zijn op de vingers van één hand te tellen – geen
camera’s die sleutelgaten ingaan, geen zoom-out vanuit de hersenen
van het hoofdpersonage, maar een veel zakelijker, zelfs ietwat
formele stijl. Opnieuw iets waar sommige mensen teleurgesteld over
waren (wat is een Fincher immers als er niet eens deftig met de
camera wordt gegoocheld?), maar een keuze waar ik veel respect voor
kon opbrengen. Fincher doorbreekt het tijdperk van zijn film immers
niet (of dan toch zeer zelden) met shots die in de jaren zeventig
onmogelijk zouden zijn geweest. En bovendien bewijst hij hier voor
eens en voor altijd dat hij ook een boeiend verhaal kan vertellen
zónder al die visuele tralala. Een gelige belichting en perfect
geloofwaardige kostuums en decors maken het plaatje af.

Jake Gyllenhaal en Mark Ruffalo vormen een overtuigend centraal
duo – Gyllenhaal is aanvankelijk extreem onderkoeld, een schuchtere
man die nauwelijks durft te spreken, maar evolueert uiteindelijk
naar een man met een missie, die voor het eerst in zijn leven echt
gepassioneerd is. Gyllenhaal maakt die transformatie haast
voelbaar. Ruffalo is dan weer één van die acteurs die ik normaal
gezien niet bezig kan zien, maar hier verrassend sterk uit de hoek
komt (check die gekwelde blikken!). Het is echter Robert
Downey Jr die de show steelt als flamboyante drank- en
drugsverslaafde journalist – Downey is goed bezig de laatste jaren
(zie ook ‘A Scanner
Darkly’
en ‘Fur’). De gevangenis
heeft hem dan toch goed gedaan.

‘Zodiac’ is een fantastische come back van één van de
boeiendste regisseurs van de jaren negentig. Intelligent,
broeierig, sfeervol en intens. Oké ja, een tikkel te lang en soms
wat overladen met feiten, maar who cares? Eindelijk nog
eens een film die ervan uitgaat dat je slim genoeg bent om te
kunnen volgen. Da’s ook weer eens iets anders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 3 =