The Chemical Brothers :: 29 mei 2007, 013 (Tilburg)

Aan de vooravond van een zomer die The Chemical Brothes opnieuw langs de grote festivalpodia zal leiden, én een goede maand voor de release van We Are The Night trappen de twee hun tournee in gang in de Tilburgse 013 met een concert dat horen en zien doet vergaan.

Een paniekerig ‘What have I done?’ en vervolgens een dwingend ‘Do it again’. Sinds enkele weken zijn die twee zinnetjes niet meer uit ons hoofd te slaan. Verantwoordelijken hiervoor zijn Tom Rowlands en Ed Simons, samen al zo’n vijftien jaar The Chemical Brothers, vaandeldragers van de techno/electro-clash. Waar de critici het duo bij het verschijnen van een nieuwe plaat elke keer met gewette messen staan op te wachten, bijten de twee van zich af met telkens opnieuw een overdonderend album. Dat maakt dat The Chemical Brothers, nu generatiegenoten als The Prodigy en Underworld zich nog amper relevant roeren, op een eenzame hoogte kunnen vertoeven, in goed gezelschap van Daft Punk.

Hoewel de heren op hun recente albums hun horizon stelselmatig wisten te verruimen en hiphop- en zelfs R&B-invloeden probleemloos hun nummers binnensluipen, serveren The Chemical Brothers in de 013 een concert dat muzikaal focust op de essentie: block rocking beats zijn wat de toeschouwer te horen krijgt, maar dan op zo’n niveau dat het begrip ‘repetitieve elektronische muziek’ dringend herdacht moet worden. De Brothers zijn immers een gevestigde waarde geworden, en dat bleek zowat twee uur lang in Tilburg. Vanaf de eerste noten van gedurfde opener “Galvanize”, waarmee direct een stevige troef uitgespeeld werd, was duidelijk dat dit meer zou worden dan muziek uit een doosje.

Zo werd er als vanouds veel aandacht besteed aan de visuals, maar waar die vroeger nog iets te veel gelijkenissen vertoonden met de animaties op een oude versie van Windows Media Player, gaat de band ditmaal voluit en wordt de show die Tool het afgelopen jaar ten beste gaf naar de kroon gestoken. Beeld en muziek worden perfect geïntegreerd. Wanneer je speelgoedrobots ziet marcheren, gaan hun kitscherige pistoolgeluiden naadloos over in een nieuwe lading pompende beats en de caleidoscopische beelden tijdens een kort maar krachtig “Get Yourself High” maken opnieuw duidelijk waarom vroeger over acid house gesproken werd.

Door soms slechts delen van nummers in de set te smokkelen en niet volledig te teren op bekende hits — zo hoorden we goedkeurend al een flinke hap verrassend dromerig klinkende nieuwe nummers — lieten de twee extatische Britten het publiek uit hun handen eten. Een kort, plagerig vervormd stukje van Kraftwerks “Ohm Sweet Ohm” lijkt aan te geven dat “Leave Home” op het programma staat, maar in de plaats krijgen we een indrukwekkend “Chemical Beats” dat samen met “Golden Path” de set naar een euforisch hoogtepunt trekt en aangeeft dat The Chemical Brothers misschien wel de meest gerechtvaardige headliner zijn op Rock Werchter.

Uiteraard kan een mens zich vragen stellen in hoeverre een concert als dat van The Chemical Brothers een live-concert genoemd kan worden: Simons en Rowlands staan als twee laboranten gebogen over een batterij elektronica, en Joost mag weten wàt ze daar exact uitspoken. Maar net zoals een degelijke rockgroep weet dat hij geen soundmixshow moet brengen van zijn eigen platen, zo weten The Chemical Brothers dat ze het publiek moeten overdonderen. Dat gebeurde, en niet alleen muzikaal: The Chemical Brothers in een zaal(tje), dat is als een waterstofbom in een paintball-loods: een aanslag op alle zintuigen die de lat weer iets hoger weet te leggen voor concerten van de volgende generatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in