Zita Swoon + Frank Shinobi + Lionel Solveigh

Les Nuits Botanique, Koninklijk Circus Brussel, 3 mei
2007

Zelden zo van iets geschrokken als toen Lionel Solveigh de
openingstonen van zijn optreden aanblies op een
Felice-uit-het-Swingpaleis-kazoo. Gelukkig bleken onze
vooroordelen, angstaanvallen en stuiptrekkingen zoals zo vaak vrij
idioot. Solveigh heeft de stem van Conor Oberst, maakt
simpele liedjes die het midden houden tussen Milow en Venus In
Flames – maar dan gewiekster, en wisselt tekstueel frasen uit
jongemeisjesdagboeken af met nu al legendarische zinsneden over hoe
afgemaakt te worden door John Wayne.
De man schippert in zijn bindteksten als vanzelf tussen Nederlands
en Frans en zingt in een Engels waar zelfs Tony Blair jaloers op
mag zijn. Als Lionel Solveigh het niet verder schopt dan een
veredeld voorprogramma, dan zit er iets grondig fout met de
muziekwereld.

Na Solveigh was het de beurt aan Frank Shinobi,
een Luiks viertal uit het Honest House collectief. We zijn
ongelooflijk blij dat de organisatie van Les Nuits Botanique helpt
zoeken naar een opvolger voor Girls In Hawaii in het zuidelijke
landsdeel, maar daar is duidelijk nog werk aan de winkel. Frank
Shinobi kruiste Pierke Pierlala met de woede van de
banlieues, en is muzikaal te zoeken tussen Bloc Party, Zornik en Pixies –
maar vooral niet te ver.
Doch, als je twee frontmannen hebt waarvan de ene een – zij het
blanke – looka-ike is van Kele Okereke en de andere de vergelijking
met Noël Slangen moeiteloos doorstaat, is alle hoop zeker niet
weg.

Het gros van het publiek – de twee kleerkasten van buitenwippers
even buiten beschouwing gelaten – was er uiteraard voor
Zita Swoon. De band heeft met Big City een
staalhard argument à charge, en dat werd na twee feesten in de AB
nu ook gevierd in het Koninklijk Circus.
Van Zita kan je heel erg veel verwachten, en in Brussel was het er
dit keer recht op. Al van bij opener ‘Hey You, Whatshadoing’ wíst
je dat de avond niet meer naar de haaien kon. Er stonden acht
mensen op het podium, een kakofonie van instrumenten, maar zelden
hebben we een groep, en al helemaal geen Belgische – zelfs dEUS op
Werchter was net iets rommeliger – zo ongelooflijk af
geweten.

Ook de nieuwe nummers werden met heel erg veel gevoel gespeeld.
Tijdens ‘Je Range’ toonde Stef Kamil Carlens zich meer
street dan drie Kaye Stylesen samen, terwijl hij tijdens
‘Pretty Girl’ kwetsbaar op een barkruk ging zitten, en ingetogen en
minimalistisch de zaal muisstil kreeg. Als we ons ooit tot de
liefde in het algemeen en tot de mannenliefde in het bijzonder
bekeren, dan is Carlens nog niet van ons verlost. Getooid in een
outfit die neigde naar het fronton van het Parijse operagebouw was
Stef Kamil levendiger dan ooit.

Hoogtepunten waren er genoeg, neem het geniale ‘Me And Josie On A
Saturday Night’, het door de zangeressen naar een hoger niveau
getilde ‘Thinking About You All The Time’ of het absolute
hoogtepunt ‘Humble’ als bouwstenen, en het heerlijk amusante ‘My
Bond With You And Your Planet: Disco’ als het cement dat het hele
zootje aan elkaar verbond. Naar dieptepunten was het veel langer
zoeken, enkel in de diepste krochten van onze geest vonden we een
net iets knappere versie van huisfavoriet ‘L’Opaque Paradis’ op
plaat.

Na meer dan twee uur en evenveel bisrondes ,die door een deel van
het publiek gemist werden met dank aan de NMBS, besloot Zita Swoon
de avond. Zelden hebben we een groep zich zo zien amuseren op een
podium. De lach van Stef Kamil Carlens en het gitaarspel – dat meer
dan een pluim verdient – van Tom Pintens werkten
net als het parfum van zangeressen Kapinga en Eva zo op ons gemoed,
dat elke zwerver op weg naar huis verwonderd onze twee-eurostukken
in ontvangst nam. Als België muziek is, en die muziek is Zita
Swoon, dan is er nog genoeg België over om voor te
vechten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =