Melt Banana :: Bambi’s Dilemma

Een slordige vijftien jaar geleden stond MTV nog ergens voor: in de late avonduurtjes konden muziekliefhebbers uit de alternatieve niche hun hart ophalen bij uitstekende programma’s als "Yo, MTV Raps", "Headbangers Ball", "120 Minutes" en het onovertroffen "Alternative Nation" met Toby Amies. Die laatste, of de samenstellers althans, slaagde er zowaar in om zelfs een clip van de Japanse noiserockers Melt Banana in het programma te smokkelen.

In 1992 werd de groep opgericht door Yasuko Onuki (ook bekend als Yasuko O. en Yako), Ichirou Agata, Rika mm’ en Sudoh Toshiaki. Op het vermoedelijke debuut ( – hierover verschillen de meningen, zie verder) Cactuses Come In Flocks, in 1994 verschenen, jaagde de groep er niet minder dan tweeëndertig nummers door op een slordig half uur. De eigenzinnige mix van punk, noise, hardcore en Japanse pop sloot geen compromissen en klonk onverbiddelijk en hard. De plaat uitzitten is nog steeds geen sinecure, zelfs voor de meest geharde noiseliefhebbers.

Gelijktijdig met dit album verscheen het "toegankelijkere" Speak, Squeak, Creak waarop de verschillende invloeden en stijlkenmerken duidelijker te onderscheiden waren. Agatas gitaar snerpte en piepte als een versgeslepen slijpschijf, Sudohs elementaire drum boorde zich een weg doorheen de ingewanden, ondersteund door een al even pompende bas van Rika. Maar het meest opzienbarende was zonder twijfel Yako’s hysterische gekrijs dat vergeleken kon worden met een krolse kat op amfetamines.

Scratch Or Stitch en Charlie (met o.a. Mike Patton) brachten nog meer van hetzelfde, maar met Teeny Shiny (2000) was een breuk merkbaar. Alle ingrediënten waren nog steeds aanwezig maar de nummers zelf waren duidelijk veel songgerichter. Het album negeerde niet langer elke vorm van melodie zonder dat het daarvoor aan snelheid of extremisme diende in te boeten. Samen met Cell Scape vormde dit album de meest toegankelijke en songgerichte plaat van de groep, al bleef het voor het overgrote deel van de wereld vooral teringherrie.

Bambi’s Dilemma sluit aan bij de ’popsound’ van de twee vorige albums maar heeft ook oog voor het meer compromisloze geluid uit de begindagen. Zo staan er opnieuw verschillende ultrakorte nummers van minder dan een minuut op die klinken als willekeurige geluidserupties maar samen een mooi geheel vormen (voor de geïnteresseerden: "T For Tone", "Slide Down", "Lock The Head", One Drop, One Life" en "In Store"). En roepen ook de ’volwaardige’ nummers "Dog Song" en "Chain Keeper" (beiden nauwelijks anderhalve minuut) in hun geluid en structuur herinneringen op aan de eerste albums.

Dat een sprint niet noodzakelijk in teringherrie hoeft te ontsporen, bewijzen evenwel het verrassend melodieuze "Heiwaboke Crisis" (bubblegumpop in een noisejasje) en "Plasma Gate Quest" dat naar het betere hard-/emocorewerk in de hoogste versnelling neigt. In de andere nummers is de lijn van de laatste albums prominent aanwezig. Het merendeel van de songs klinkt dan ook alsof The Thermals ondergedompeld werden in een Japans bad, en daarna zonder veel poeha weer op straat gegooid werden. Snel, snedig, melodieus maar ook lichtjes gestoord dus.

Op Bambi’s Dilemma wordt een gevoel voor ritme en melodie treffend gekoppeld aan de snelheid en opgefoktheid die de groep in zijn begindagen kenmerkte. Het geeft aan de plaat een verrassende toegankelijkheid en een ’popgevoel’ dat tien jaar geleden haast ondenkbaar zou zijn. Maar laat er geen twijfel over bestaan, Melt Banana is nog steeds extreem. Want ook al knarsen de gitaren dan wel wat minder en is Yako haast verstaanbaar te noemen, een doorsneegroep is Melt Banana nog steeds niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in