ROADBURN 07 :: beukbarrages en ultradonkere sferen

"Neo-hippies aller landen, verenigt u!" Zoiets had een paar jaar geleden nog het motto van het Roadburn festival kunnen zijn. De tijden zijn echter veranderd. Er valt nog moeilijk een lijn te trekken in een festival met zo’n uiteenlopende affiche, of het zou een voorkeur voor monsterriffs moeten zijn, want die waren er in overvloed. Net zoals de goede optredens. Roadburn 2007 was een eclatant succes.

Vrijdag 20 april

Na een korte terreinverkenning trokken we naar de Green Room voor het retro-metaal van The Sword, en meteen konden we er al niet meer bij. Ook dat is helaas Roadburn. Of het met de massale wietconsumptie te maken heeft, kunnen we niet met zekerheid zeggen, maar dat het met de sfeer wel snor zat op Roadburn was een feit. Met een beetje moeite maakte je op een halve dag vrienden van op elk continent. Daar stond wel tegenover dat het je als muziekminnend mens niet makkelijk gemaakt werd. Door het soms verwarrende uurschema waarbij meerdere boeiende optredens elkaar overlapten kwam het er vaak op neer dat er harde keuzes gemaakt moesten worden. "Liever vijf hele optredens dan tien halve" luidt het bij ons, wat betekende dat we ons ruim op voorhand naar de Green Room of Bat Cave moesten begeven om zeker te zijn van een plaatsje, en daardoor andere momenten misliepen.

Op naar de grote zaal dus, waar Neerlands hoop Orange Sunshine als eerste de kans kreeg de indrukwekkende geluidsinstallatie te testen. Als het optreden ons iets heeft geleerd dan is het wel dat Animal leeft! Hij zingt en drumt bij Orange Sunshine, een klassiek powertrio dat, geruggensteund door een aardig rijtje Marshalls en visuals uit Apocalypse Now, begon aan een oerdegelijke no nonsense-performance. Hun stijl balanceerde op de grens van klassieke, met acid doordrenkte bluesrock (Cream, Mountain, Blue Cheer) en de opruiende proto-punk van de late 60s, waarbij diezelfde Animal klonk als wijlen Rob Tyner van MC5. Een eerste trip down memory lane dus, maar de harige venten wisten moeiteloos te overtuigen. Hoogtepunten: een withete versie van rock-’n-roll-klassieker "Train Kept A-Rollin’", die onze favoriete versie met Paul Burlison even deed vergeten, en een hilarisch moment waarbij Laurence Fishburne op de achtergrond volledig in de maat stond mee te dansen met Orange Sunshine. Grrroovy!

De Deense snarengeselaars van On Trial stonden terecht geprogrammeerd in de Bat Cave, een onooglijk klein zaaltje met de charme van een uit de kluiten gewassen café dat de ideale locatie is voor de psychedelische rock van de band. Twee jaar geleden gaven de vijf een concert dat nog steeds een plaatsje in onze Top 20 aller tijden opeist, maar zo’n vaart zou het deze keer niet lopen. "Blinded By The Sun" en "Believe" klonken nog steeds als de perfecte kruising van garage-psych en 80s gitaarrock, waarbij de gitaarduels verzopen in een resem desoriënterende effecten. Nieuwe songs als "Mountain" en "Going North" zijn best prima, maar ook een indicatie van de evolutie die de band heeft ondergaan. Meer dan ooit laten ze de monsterjams achterwege om te concentreren op verteerbare brokken melodieuze rock. Halverwege de set was er een kleine inzinking merkbaar, met een inderhaast gekozen cover van Roky Ericksons "I Have Always Been Here Before", wat snel werd rechtgezet met verschroeiende versies van "Kill City Lights" en (vooral) de Pentagram-klassieker "Be Forewarned", een song die zo overdonderend was dat ze de voorafgaande drie kwartier in de schaduw stelde.

Er was veel volk opgedaagd voor Porn, het hobbyproject van Melvins-drummer Dale Crover. Na een wat chaotische intro waarbij je je afvroeg of het concert nu wel of niet begonnen was, waren de drie vertrokken voor een gesjeesde dondersessie. Er waren veel overeenkomsten met de set van enkele dagen eerder in de AB (inclusief de zeepbellenmachines), al leek het nu allemaal wat frisser. De vraag is natuurlijk of "fris" een goed adjectief is om een set te omschrijven die het moet hebben van het rauwe gegrom, de zieke slidepartijen en geluidsmanipulaties van gitarist Tim Moss, een intimiderende voodoo-man die, zo vermoeden we, een pak onschadelijker is dan hij en zijn kompanen lijken, getuige hun korte, maar hilarische verkrachting van "Groove Is In The Heart."

Crover maande het publiek aan om te gaan kijken naar Blue Cheer ("the true originals, all the others are just copycats"), en wie zijn wij om dat bevel zomaar naast ons neer te leggen? Snel zou echter blijken dat een legendenstatus geen garantie op een sterk optreden biedt, want het powertrio zorgde voor de enige tegenvallende set die we te zien zouden krijgen. Originele leden Dickie Peterson (zang/bas) en Paul Whaley (drums) speelden zo’n vier decennia geleden in een van de luidste bands van zijn tijd, en Vincebus Eruptum is nog steeds een sterke geloofsbrief, maar live wilde het allemaal niet zo goed werken. Peterson (half Guido Belcanto, half Freddy Horion) blonk uit in het verveeld kauwen, terwijl hij zich door oldies "Rock Me Baby" en "Pachment Farm" worstelde met een aanstekelijke onverschilligheid die nog werd versterkt door een belabberd totaalgeluid dat werd verneukt door een bas die rechtstreeks uit een olifantenpens leek te komen. "Out Of Focus" en signature song "Summertime Blues" waren leuk voor nostalgici, maar wij zijn helaas geen kind van de 60s. Blue Cheer kon amper verhullen dat er weinig wol te bespeuren viel en was een tegenvaller van formaat.

We hadden ze ook al in de AB gezien, maar die performances waren zo overtuigend dat we de kans om Big Business en (The) Melvins een tweede keer aan het werk te zien niet aan ons voorbij wilden laten gaan. Jared Warren, met een lang kleed en z’n vlechtjes een verre verwant van Demis Roussos, is een indrukwekkende verschijning, maar wie het duo van dichtbij bezig ziet, wordt onvermijdelijk aangetrokken door het manische timmerwerk van Coady Willis (ooit nog lid van de Murder City Devils). Willis ziet eruit als het frêle broertje van Joey Castillo, maar hakt er minstens even hard op los, en gaf het optreden een drive die we ook zagen in de overweldigende zang van Warren. Dat heel wat van de songs ons als oude bekenden in de oren klonken, sterkte ons dan ook in de overtuiging dat het duo meer doet dan zomaar kabaal maken en een handvol sterke songs bij elkaar speelde.

Op het Domino-festival waren (The) Melvins in goede doen, en al snel zou blijken dat ze die succeservaring nog eens wilden overdoen in de 013. Opnieuw kregen we een set voorgeschoteld die opgebouwd was rond recentste worp (A) Senile Animal. Ook nu werd er eerst uitgepakt met "The Talking Horse" en "Civilised Worm", even een uitstapje gemaakt met "Let It All Be", en vervolgens werd zowat de rest van het album erdoor gejaagd. Aanvankelijk leek de band daarbij de focus te missen die de passage in Brussel zo sterk maakte, maar dat werd snel rechtgezet. Willis en Crover mepten hun tegendraadse ritmes met een simultane strakheid alsof ze dat al jaren samen doen, terwijl King Buzzo ook nog eens liet zien dat hij niet voor niets een grote rol speelt bij de precisiebombardementen van Fantômas. Het was een beetje jammer dat de vier niet radicaal kozen voor het avontuur en een andere setlist, maar een finale met "The Bit" en "The Ballad Of Dwight Frye" blijft ook bij een tweede keer een belevenis. (The) Melvins bewees een terechte headliner te zijn.

Zaterdag 21 april

Met The Hidden Hand hadden de organisatoren nog zo’n klepper van formaat in huis gehaald. Frontman Scott "Wino" Weinrich is immers een van de iconen van de moderne doom. Zo was hij niet enkel lid van Saint Vitus, een band die de tweede doomgolf op gang bracht in de 80s, maar stond hij later ook aan het roer van The Obsessed en Spirit Caravan, bands die elk op hun manier rotzooiden met de nalatenschap van Black Sabbath. Weinrich is zelfs op een festival waar de bad-ass axemen zo goed vertegenwoordigd zijn, een gitaarmonster. Ook met dit trio bleef zijn typische stijl, waarbij bluesy en psychedelische stijlfiguren hand in hand gaan, moeiteloos overeind. In z’n kenmerkende pose (wijdbeens achterover gebogen) bracht hij met bassist Bruce Falkinburg en nieuwe drummer Matt Moulis een potje gemene old school doom met een hoge groove-factor. Vernieuwing viel er niet te bespeuren, maar het trio beschikt met songs als "Dark Horizons", "Majestic Presence" en "The Crossing" over prijsbeesten die ons ervan overtuigden dat dit wel eens Weinrichs beste band zou kunnen zijn.

Zoals verwacht was de Bat Cave veel te klein voor het Vlaamse Amen Ra. De Belgen hebben intussen een indrukwekkende live-reputatie, maar zo sterk als op Roadburn zagen we ze nog niet. Met hun grimmige visuals, onophoudelijke beukbarrages en ultradonkere sferen behoren ze duidelijk tot het nageslacht van Neurosis, maar gaandeweg zijn ze erin geslaagd een eigen sound te ontwikkelen. Meer dan ooit klopt het plaatje bij deze band, en slagen ze erin de aandacht van de eerste tot de laatste minuut vast te houden. Ondanks verwoede pogingen om zichzelf niet centraal te stellen is zanger Colin Van Eeckhout meer dan ooit de spilfiguur van de band, als belichaming van zijn intense emotionaliteit. Dat hij elk optreden aangrijpt om tot het uiterste gaan is niet enkel indrukwekkend om te zien, maar draagt er ook toe bij dat Amen Ra intussen garant staat voor een show op het scherpst van de snee. Aan het einde van een set die in het teken van de schreeuw van de zielepijn staat kan Van Eeckhout dan ook niet anders dan zich terugtrekken als een gebroken man op zoek naar de hem steeds ontsnappende gemoedsrust. Het gekrijs en gebeuk zou best wat meer nuances kunnen verdragen, maar in de context van deze band werkt het wel. Het was (alweer) indrukwekkend, en we zijn dan ook benieuwd naar het nieuwe materiaal.

Het duo Om stond verrassend laat geprogrammeerd, en dan ook nog eens in de grote zaal. We vreesden dat de uitgesponnen mantra’s verloren zouden gaan in deze omgeving, maar wat zich even later ontvouwde op het podium was een rechtzetting zonder weerga. Al Cisneros (bas/praatzang) en Chris Hakius (drums) dragen nog altijd het verleden met zich mee. Zo waren ze de ritmesectie van het legendarische Sleep, dat met Holy Mountain en Jerusalem (later werd de orginele versie uitgebracht als Dopesmoker) tekende voor klassiekers uit het genre. Om deelt de lange composities met Sleep, maar is meer ingetogen, met het aura van een spirituele reis die met monnikengeduld wordt afgelegd. De muziek moet het niet hebben van complex spel, furieuze passages en groteske vervormingen, maar van subtiele verschuivingen in het oog van de orkaan. De eerste vijf minuten vraag je je af hoe ze erin zullen slagen zoveel leegte op te vullen, maar hoe langer de songs zich ontplooien, hoe meer dat ze een eigen leven beginnen leiden. Het resultaat was een meesterlijke performance, waar geen zanglijn, drumslag of cimbalentik verkeerd zat, én een verrassend, maar indrukwekkend hoogtepunt van Roadburn 2007. We hadden ons voorgenomen om eventueel naar Pelican te gaan kijken, maar we weten nu gelukkig wat we nietgemist hebben. Of zoals onze metgezel zei: "Om, sweet Om."

Zonder Black Cobra hadden we na Neurosis (dat leest u elders op deze pagina’s uitgebreid) waarschijnlijk geen woord meer gezegd die avond. Wat de twee Californiërs deden was ergens vergelijkbaar met wat Neurosis deed (een enorme oplawaai verkopen), maar dan zonder die emotionele impact. Net zoals hun album Bestial een woeste band aan het werk laat horen die metal, hardcore, doom, sludge en lawaai in een pot kwakt en uitkiepert over het publiek, zo ook was het optreden een non-stop vloed aan riffs, roffels, cymbalengeklop en gekrijs. Bier, zweet en ledematen vlogen door de lucht, en toen het duo er na een goed half uur een punt achter zette was het ook genoeg geweest. Black Cobra was primitief, vuil en luid, en dus de gedroomde afsluiter voor een vermoeiende tweedaagse.

De klassieke stoner mag dan wel naar de marge geduwd zijn, maar Roadburn is duidelijk springlevend. We hebben slechts een derde van de bands kunnen zien – graag hadden we Pelican, Volt, Growing, Thrones, Orthodox, en enkele anderen er ook nog bijgenomen -, maar zelden hebben we een festival op deze manier van het ene hoogtepunt naar het andere weten bewegen. We weten met andere woorden wat ons volgend jaar te doen staat. Met of zonder Neurosis.

Op de MySpace-pagina van Roadburn staat reeds aangekondigd dat het festival volgend jaar vier dagen duurt. Geen idee of we dat overleven, maar we gaan er wel zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in