Priestbird + Triosk + Adrian Klumpes

Het is een keiharde waarheid die soms aanvoelt als een pets in het
gelaat: jazz blijft ondanks zijn muzikale rijkdom een nichegenre
dat enkel bij hongerige melomanen ingang vindt. De massa wil
hapklare deuntjes en voorspelbare structuren die aan elkaar geblaat
worden door mooie gezichtjes en experimenteerdrift of virtuositeit
zijn al lang van geen tel meer. Clouseau krijgt platina platen naar
hun hoofd gesmeten, maar voor een ‘boomende’ jazzpianist als
Jef Neve zijn
3500 verkochte platen een absoluut succesverhaal. Ook gisteren werd
de geringe aandacht voor jazz bewezen, want slechts een vijftigtal
muziekliefhebbers hadden hun oogkleppen afgezet om het fantastische
Triosk aan
het werk te zien. Ondanks de gratis toegang mocht het Australische
combo slechts een zittende halve kring fans onderdompelen in hun
meeslepende jazzfuturisme. Tel daarenboven nog begeesterende,
abstracte pianoschetsen van Triosk-pianist Adrian Klumpes en
Ipecac-waanzin met Sub Pop-flarden van het intrigerende Priestbird
en u kan raden hoeveel kwaliteit aan een volle ABClub is
voorbijgegaan.

Soms krijg je bij een goed optreden het gevoel dat een artiest voor
jou alleen speelt. Gisteren was dat met Adrian
Klumpes
bijna letterlijk het geval. De man liet het echter
niet aan zijn hart komen en kon de onverwachte intimiteit van een
erg schaars gevulde zaal nog best smaken. De Triosk-pianist wist
net als Owen Pallett van Final Fantasy een
rijk geluid te evoceren tijdens een solo-performance. Klumpes
bracht twee improvisatorische stukken waarin afwisselend vloeiend
en hortend, stotend pianospel gepaard ging met bevreemdend,
abstract minimalisme. De man legde objecten op de snaren van zijn
instrument om een roesopwekkende percussie te verkrijgen,
repetitieve drones rolden als zachte golven uit de sampler,
effectpedalen werden op de schoot genomen en pianotoetsen werden
mishandeld met xylofoonstaven. Het resultaat was een rijke,
verbeeldingskrachtige wereld die aanvoelde als een Disney-verhaal
dat neergepend is door Brett Easton Ellis. Klumpes bracht ook nog
‘Passing Pain’, een stuk uit zijn plaat ‘Be Still’. Hier kreeg de
piano meer ruimte toebedeeld en de noten klommen gretig omhoog om
via een touw van bleeps en ruis weer af te dalen naar de
werkelijkheid. De gemanipuleerde pianoschetsen van Klumpes waren
een intrigerende, zuiverende ervaring die ons licht verbouwereerd
achter lieten.

Net als in zijn solowerk tast Klumpes ook bij
Triosk de verste uithoeken en mogelijkheden van
zijn instrument af. Het uit Sydney afkomstige trio laat opzwepende
grooves hun weg zoeken in bedwelmende elektronica, een harmonieuze
muzikale versmelting die op The Headlight
Serenade
een hoogtepunt bereikte. Materiaal uit die plaat en
nieuwe stukken zweefden de club in en vooral de knetterende
interactie tussen Klumpes en drummer Laurence Pike zoog ons leeg.
De heterogene, onvoorspelbare stijlen van de twee muzikanten gingen
geregeld met elkaar in de clinch en bassist Ben ‘Donny’ Waples
fungeerde met relaxte interventies als sausbinder om geen
onverteerbaar jazzgerecht te krijgen. Net als bij de drummer van
Mastodon is
het bijna onmogelijk om te geloven dat Pike zijn hyperkinetische
drumstijl op voorhand is vastgelegd, maar toch raakte de man nooit
de controle kwijt en waren zijn aritmische breaks geen
egotripperij. De muzikanten leken soms in hun eigen universum te
vertoeven, maar ze verloren elkaar nooit uit het oog. Eat
that
, Kieran
Hebden en Steve Reid.

Prachtige versies van ‘Lost Bradcast’ en ‘Intensivenes Leben’
werden afgewisseld met een ode aan Anja, een Deense
luchthavenassistente die hen niet beboette voor hun teveel aan
kilo’s bij de incheckbalie. Pike wierp zich op als gretige
verteller en hij kondigde met ‘Twenty Thousand Dollar Handshake’
ook een nieuw nummer aan dat het meest intense spel van de avond
ten berde bracht. Net als op hun laatste plaat werd de set
afgesloten met abstracte techno-jazz die deed denken aan een
sound battle tussen Venetian Snares en
Art Blakey met een Westmalle Tripel te veel op. De meest
intrigerende versmelting van jazz en elektronica van het moment
komt van Triosk en gisteren bewees het trio hun klasse met
verve.

Het eigenzinnige Priestbird mocht de avond
afsluiten. De grootste gemene deler tussen de acts van de avond was
een emotionele integriteit, want deze band had weinig met jazz te
maken. Als gladiatoren in de arena koppelt het voormalige Tarantula
A.D. klassieke arrangementen aan venijnig distortion-vitriool en
onze duim ging vastberaden omhoog. Het trio opende erg zweverig met
slidegitaar van de halfnaakte gitarist en ijle klanken van een
cellist die leek weggelopen uit een in metal gespecialiseerde
platenzaak. Weinig songgerichte, Sigur Rós-achtige
soundscapes leken te gaan domineren tot de bandleden bijna
ongemerkt van plaats verwisselden. De cellist nam plaats achter de
drums, de gitarist stond recht en de niets vermoedende
concertgangers werden weggeblazen door een rauwe sludge-storm
waarbij Black
Cobra
goedkeurend zou knikken. De set van Priestbird wisselde
als een middeleeuws allegorisch toneelspel in een paar seconden van
hemel naar hel en de zinneprikkelende soundscapes van Triosk werden
met de voorhamer uit het hoofd geslagen. Ook de derde performance
van de avond blonk uit in bijzonderheid.

De drie acts maakten van deze avond een intieme, bevreemdende en
(zeker in het geval van Priestbird) soms verbijsterende ervaring.
Daar droeg niet alleen de muziek toe bij, maar eveneens het
schandalig kleine aantal mensen die op dit kosteloos geluidsfestijn
afkwamen. Meer dan ooit hadden de afwezigen ongelijk!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in