The Ruby Suns :: The Ruby Suns

The Ruby Suns maken zomerse muziek met zonnige instrumenten en eigenaardige teksten die idyllische landschappen voor het geestesoog en een glimlach op het gezicht toveren. De veelgelaagde drukte op dit debuutalbum getuigt van veel plannen, maar er bestaat ook zoiets als te veel goede ideeën.

Ryan McPhun — de sturende kracht achter The Ruby Suns — is een Californiër, en dat “het is hier warm maar we zouden het niet anders willen”-gevoel is dan ook niet afwezig in zijn muziek. Zijn vrienden uit Los Angeles zijn echter van een andere gezindte en vertoeven veeleer in de metal- en emokringen. McPhun trok dan maar — popadelic geluid op zak — naar Nieuw-Zeeland, waar hij wél gelijkgezinden vond. Die Nieuw-Zeelandse omgeving had bovendien een versterkend feelgoodeffect: als The Ruby Suns spelen, komen de hobbits zo aanhuppelen.

The Ruby Suns worden vaak vergeleken met The Shins, een ander erg zomers klinkend groepje. Die vergelijking gaat echter niet helemaal op: bij The Ruby Suns gaat er aandacht naar zowat alle mogelijke instrumenten, waardoor een eigen veelgelaagd geluid gevormd wordt. Bands als Yo La Tengo en Of Montreal zijn juistere referentiepunten, maar ook bij hen vind je die kenmerkende drukte niet terug.

“Trees Like Kids” opent met harmonische samenzang, maar vormt daarmee de uitzondering op de regel: bij The Ruby Suns treedt vooral de muziek op de voorgrond. Vanaf het derde nummer toont de groep zijn ware aard: “Maasai Mara” vertelt het verhaal van een zebra in verschillende muzikale hoofdstukken. Ook “Look Out SOS!” trekt meerdere registers open — meerstemmigheid en electro-geluidjes incluis — maar herhaalt te vaak om verfrissend te blijven.

“Function Of The Sun”, “It’s Hard To Let You Know” en “Criterion” volgen, drie té drukke songs. Daarna klinkt het uitermate rustgevende en geheimzinnige “Birthday On Mars” even spannend als zijn titel. Beginnend met een instrumentaal deel dat goed op de Harry Potter-soundtracks zou passen, gaat het plots over in een onstuimig en haastig liedje. Meer dan in nummers, denkt deze groep in bewegingen.

Ander hoogtepunt “Trepidation Part Two” — met een intro die krek hetzelfde klinkt als die van “Next Exit” van Interpol — toont dat de band wel degelijk een song kan opbouwen, iets dat ze in de meeste nummers helaas niet doet door meteen te starten met een iets te vol geluid. Het aangenaam kalme begin van “Trepidation Part Two” mondt uit in een wilde zee van drums, waardoor het karakter van de song compleet verloren gaat. “There’s Soup At The End Of The Tunnel” sluit na een half uur af met een afscheidssfeer die uitnodigt tot weerzien.

The Ruby Suns is een fris en onderhoudend debuut dat als geheel een overtuigde sfeer uitdraagt. De songs lijden echter onder de vele ideeën die er zijn ingegoten en verdrinken vaak in hun eigen drukte: elk nummer heeft zoveel lagen en zoveel verschillende etappes, dat het ze aan eigenheid ontbreekt. Als ze zich wat weten in te tomen, ziet de toekomst er niettemin rooskleurig uit voor The Ruby Suns.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in