Joe Lally & Zu :: 19 maart 2007, Recyclart

"I WISH I WAS YOUR SAXOPHONE!" riep een uitzinnig kelende griet op de eerste rij halfweg het concert van Zu. Als we ons niet zo’n imago van koele afstandelijkheid hadden aangemeten, hadden we misschien hetzelfde gedaan. Het concert dat Zu gaf, staat nu al te boek als het opwindendste uur van het voorjaar.

Maar eerst Joe Lally. De stille van Fugazi bracht een paar maanden geleden There To Here uit, een debuut dat even bescheiden is als de man die zelfs zijn cool wist te behouden terwijl z’n voormalige bandleden over het podium kronkelden als een bende losgeslagen apen. In de Recyclart werd hij begeleid door Zu, een Italiaans trio met een reputatie voor energieke, met chaos flirtende jazzpunkravages. Ze stelden zich echter volledig ten dienste van Lally, die zowat zijn volledige album uitprobeerde. Aangezien heel wat van de songs op plaat uit niet meer dan bas, zang en percussie bestaan, verschilden ze niet zo sterk van de liveversies met hun sobere opvullingen. Het viel daarbij op dat een paar songs echt wel dunnetjes zijn: een "Pick A War" blijft catchy door z’n non-stop-baslijntje, maar "Reason To Believe" en "Perforated Line" hadden iets te weinig om het lijf om te overtuigen.

Daartegenover stelde Lally dan weer een resem songs die wel prima werkten: het titelnummer van z’n album deed denken aan de oude Fugazi, terwijl een paar nummers — "Lidia’s Song" en "All Must Pay" — een adrenalineshot toegediend kregen en daardoor de studioversies moeiteloos overstegen. Ook leuk: de baritonsaxofonist die de gitaarsolo van Wino tijdens "The Resigned" voor z’n rekening nam, en toch eenzelfde effect wist te bereiken. Al bij al ging het om een degelijke performance van een opmerkelijk figuur (de gortdroge Lally voerde aan het einde van de set zonder aanwijsbare reden een kopstand uit), die ons echter niet had voorbereid op wat ons nog te wachten stond.

De set van Zu werd afgetikt door de drummer en de drie schoten simultaan in actie alsof ze hun handen in een wespennest gestoken hadden. Het ene moment wiegde het publiek mee met meanderende songs en nog geen tien minuten later werd het meegesleept door een virtuoze verpulveringsbarrage van drie kwartier. Dat het trio de voorbije zes jaar meer dan 800 optredens speelde was eraan te merken. De opgefokte muziek leek hyperchaotisch, maar getuigde van een bij momenten verbijsterende strakheid. De bassist sprong, boog, schudde met z’n instrument, rotzooide met loops en prutste met knopjes die zorgden voor onwerkelijke geluidsmanipulaties, terwijl de drummer moeiteloos switchte van polyritmisch cimbalengekletter naar ziedende hardcoreslagen en hihatgerammel.

Meest indrukwekkend van al was echter de toevoeging van de baritonsax. Het ene moment voelde het aan alsof Rahsaan Roland Kirk stond mee te toeteren op een resem blaasinstrumenten, en even later ging de blazer tekeer als een jonge Peter Brötzmann, met een aan de anarchie grenzend dedain voor propere noten. Er werd gegierd, gescheurd, gebalkt, ingehakt op directe rockritmes en uitgepakt met hoogstandjes die een hele resem namen uit de wereld van de jazz, rock en experimentele muziek opriepen. Ze speelden met de swing en avontuurlijkheid van Nomeansno en Victims Family, de eclectische waanzin van Fantomas en Naked City en bij momenten benaderden ze de woestheid van het legendarische Last Exit.

Gitaar en zang kwamen er niet aan te pas, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door kinderlijk enthousiasme, humor en experimenteerdrift. Een aantal songs hadden in de handen van mindere goden makkelijk kunnen leiden tot krampachtige pogingen om platgetreden paden te ontwijken, maar wat deze Italianen lieten zien was niets minder dan een opwindende en verwoestende wervelstorm die ons sprakeloos en met open mond achterliet. We hebben er sinds gisteren dus een nieuwe favoriete band bij.



DE FOTO’S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =