Angel





François Ozon is een eigenwijze ezel. Hij stoot zich
zeker géén twee keer aan eenzelfde filmgenre. Geen berg te hoog of
Ozon is er al eens opgeklauterd, geen rivier te breed of hij is er
al eens met zijn teen in gaan ploeteren. Zijn veelzijdigheid kent
geen grenzen en daarvoor alleen al is hij een fantastische
veelfilmer (hij maakt gemiddeld één film per jaar). Ozon klinkt
vooral in echo met pareltjes als ‘Le Temps Qui Reste’ (de
aangrijpende laatste zucht van een eenzame homo) of ‘5 x 2’ (achterwaartse
tuimeling door een mislukt huwelijk). Wie Ozon enkel kent van ‘Huit
Femmes’ zou wel eens lelijk kunnen schrikken dat die man ook zoiets
als ‘Les Amants Criminels’ (een 17-jarige Jérémie Renier pleegt
sodomie met een boswachter in een ‘Hans en Grietje’-bewerking) uit
zijn mouw heeft getoverd of het licht provocerende ‘Gouttes d’eau
Sur Pierres Brûlantes’ (zimmerspiel over het libido van een
50-jarige man) op z’n cv heeft staan.

Bij een nieuwe Ozon mag je dus altijd wel iets speciaals
verwachten. Ook met ‘The Real Life of Angel Deverell’, zijn eerste
volledig Engelstalige film, stort hij zich weer in een nieuw
avontuur. Hij klopt het stof van het Engels kostuumdrama (in dit
geval gebaseerd op het boek van ene Elisabeth Taylor, niet te
verwarren met actrice en gay icon Liz Taylor) en laat het
schitteren in allesversmachtende kitsch. In de hoofdrol een jonge
vrouw aan het begin van de 20ste eeuw met een neusje dat
steevast in de lucht wijst. Angel (Romola Garai) is arm, maar ze is
goed voorzien van zelfvertrouwen en is vastberaden haar
toekomstdroom waar te maken: ze zal schrijfster worden en nog een
beroemde ook. Haar droom gaat wonderwel in vervulling en haar
kasteelromans vliegen als zoete pateekes over de toonbank. Angel
wordt de koningin van het stationsromannetje en ze kan met haar
spaarcentjes haar intrek nemen in haar droomvilla: Paradise. Daar
waant ze zich keizerin Sissi en laat ze zich volledig gaan in haar
megalomanie: ze wil alles groots, kleurrijk en poepsjiek. Haar hond
is zo groot als een koe en haar mantels neigen naar Cruella De
Ville
-proporties – ze zijn nét niet gemaakt van 101
dalmatiërs, maar dat maakt ze dan weer goed met een heel gezin
fazanten op haar hoed. De snoepjesroze krullende letters bij de
opening credits hadden het al verraden: dit is Ozon on
the kitch floor
. Maar na zoveel decadente hoogmoed komt de
onvermijdelijke val en wordt het tijd dat Angel ook eens op haar
bek leert gaan…

Actrice Romola Garai zette in ‘Dirty Dancing: Havana Nights’
(vreemd toch, dat die niet besproken is op enola) al een
rijkeluissnobje neer, maar aan het personage van Angel had ze een
viermaal zo vette kluif. De dame is met haar extravagantie en
arrogantie voor elke actrice het gedroomde filmpersonage, waarbij
duizend en één expressies de revue passeren. Angel kan je nog het
best omschrijven als een kruisbestuiving tussen drie dames:
Flauberts madame Bovary (het eerste bekende slachtoffer dat bezweek
aan de gevolgen van een overdosis romantische literatuur), Paris
Hilton (‘kijk naar mij, nu!’) en Scarlett O’Hara (‘ik zal nooit
meer arm zijn!’). Angel is extreem en overdreven in al haar
reacties, de wereld draait in cirkeltjes om haar heen en ze zweeft
de hele tijd een meter boven de grond uit, waarbij ze het vertikt
om terug naar beneden te klouteren. Een sterke dame die vooraal van
geld houdt en alleen pacifist is uit egoïsme – oorlog past nu
eenmaal niet binnen haar Barbiewereld.

Ozon mag dan een snelfilmer zijn, hij maakt zich er niet
gemakkelijk vanaf: de hele film is tot in de kleinste plooitjes
verzorgd, de kostuums en het set design zijn overweldigend, de
kleuren spetteren ‘Gone With the
Wind’
-gewijs van het scherm en Romola Garai zet een
verrukkelijke kingsize prestatie neer. Ozon brengt een ode
aan het melodrama met typische elementen als een trappenscène
waarbij Angel haar rode jurk optilt, een kusscène in de regen,
close-ups van dramaqueen Angel mét trillend lipje, de (ongegeneerd
en overduidelijk) fake achtergronden die voorbijflitsen in de
scènes in de koets en op huwelijksreis, en tenslotte de
overweldigende decors en slierterige soundtrack.

Ozon brengt het genre van het melodrama zoals het was, maar hij
doet er niets extra mee (zoals bij ‘Marie-Antoinette’
bijvoorbeeld), al valt er wel enige ironie te spotten. Angels
personage is zo exuberant, zo grotesk en sommige scènes en
uitspraken zijn zo overdreven dramatisch, dat ze héél lachwekkend
worden. Of Ozon de film ook echt als een pastiche heeft bedoeld,
valt te betwijfelen. Naarmate de film voortschrijdt, verwacht hij
namelijk van de kijker dat hij zijn blik op Angel bijstelt. Hij
brengt haar iets menselijker in beeld en wil dat we inzien dat er
toch nog iets in die borstkas van haar zit, buiten een stel ribben.
Charlotte Rampling, in de rol van de vrouw van de uitgever die
Angels boeken publiceert, moet de visie van het publiek
vertegenwoordigen. Ze begrijpt eerst helemaal niet waarom haar man
zo de hots voor Angel heeft, maar als het dan uiteindelijk
volledig scheef loopt met Angels boeken en privéleven (haar lezers
hebben in een wereld vol oorlog geen boodschap meer aan haar
gezwets), krijgt ze er wel medelijden mee. Wat haar door de film
heen dan van mening heeft doen veranderen, is een mysterie, want
Angel blijft gewoon een harteloos sekreet.

De grootste stoorzender van de film is de belachelijke intrige
rond Angels grote liefde Esmé, een arme kunstenaar, die zeer grauwe
schilderijen maakt in zwarte en grijze tinten, in sterk contrast
met de regenboogromans van Angel. Esmé heeft puur creatieve
ambities, terwijl Angèle wel wil (zelfs eist) dat iedereen haar
boeken leest, maar toch vooral rijk en beroemd wil worden. Hun
relatie is voor allebei zeer egoïstisch: Esmé past in haar
romantisch plaatjesboek en hij ziet Angel eerder als een mecenas.
Opposites attract, maar toch blijft het echt onmogelijk om
te begrijpen dat die twee extremen het bed met elkaar delen en is
het hele personage van Esmé even fake als het been dat hij faket
verloren te hebben in de oorlog.

Ozon bewijst een uur lang dat hij weer een genre rijker is én
dat hij dit met veel gemak aankan, maar daarna heb je het zo’n
beetje gehad met de pret. De beeldvoering blijft fantastisch, maar
het besef komt dat het verhaaltje ook maar het peil van een
stationsroman haalt en dat Angel uiteindelijk even opwindend is als
de dooie beesten die ze rond haar nek hangt. Ozon kan geen
kostuumdrama maken, zei u? Dat kan hij dus wel degelijk, maar
misschien moet hij zijn weddenschappen met zichzelf toch iets meer
overdenken, volgende keer… Vanaf nu daagt niemand Ozon nog uit of
we zitten hier binnenkort met een Ozonwestern of een Ozon goes
kung fu
en dat willen we toch ook niet op ons geweten
hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in