Bert Jansch :: The Black Swan

Het intergenerationele conflict is aan Bert Jansch niet besteed. Veertig jaar geleden al hielp de man de Amerikaanse folk te herdefiniëren. Hij bleef de volgende decennia folkplaten maken, in een tijd waarin folk een vieze ziekte was voor langharige veertigers en mannen met een naar Guinness ruikende adem en vuile vingernagels. En nu lijkt hij aansluiting te zoeken bij de nieuwe horde folkies die ’s werelds wouden bevolkt.

De krasse knar wil Vadertje Tijd te slim af zijn door zich onder de jonkies te begeven. Dat Noah Georgeson daarbij komt kijken, hoeft dan ook niemand te verwonderen. De producer en gelegenheidsmuzikant op The Black Swan assisteerde eerder onder meer weirdo Devendra Banhart en krijsende bosnimf Joanna Newsom. Dat volstond dus om ook Jansch’ roem naar nieuwe hoogten te stuwen bij het hippe, sandalendragende volkje. Zeker nu Georgeson Beth Orton, celliste Helena Espvall en Devendra Banhart himself heeft meegebracht om The Black Swan te bevolken met gastbijdragen.

De aanwezigheid van al het jonge geweld ten spijt, blijft The Black Swan een eerder klassieke folkplaat. Onder het motto "waarom een zwarte zwaan willen zijn, als je al een uitstekende witte zwaan bent", is Jansch het experiment grotendeels uit de weg gegaan. Het resultaat klinkt hoogst degelijk, maar helaas weinig spannend. Het recept van een man en zijn gitaar kent nu eenmaal begrenzingen, die zelfs topproducers niet tot in het oneindige weten te rekken.

Wie niet op zoek is naar de volgende revolutionaire nieuwigheid in folkmuziek, koopt met The Black Swan evenwel waar voor zijn geld. Jansch blijft in de eerste plaats een eersteklas gitarist, die met zijn fingerpicking-stijl een voorbeeld vormt voor vele would-be snarenplukkers. Jansch’ kunnen wordt vooral beklemtoond in zijn eigen nummers, zoals saloonballad "High Days" en "Magdalina’s Dance", een rondedans voor het grote oogstfeest.

Maar ook met het arrangeren van traditionals komt Jansch makkelijk weg. In het gezelschap van zowel Banhart als Beth Orton, maakt hij van "Katie Cruel" een van de meest beklijvende en donkere songs op The Black Swan. Op "The Old Triangle" doet de door de wol geverfde artiest het alleen, maar met evenveel succes. Had Nick Drake zijn muzikale adolescentie overleefd, dan klonk hij wellicht net zo. Onze numero uno van het album blijft evenwel het door Jansch zelf geschreven "Texas Cowboy Blues", dat onmiskenbaar herinnert aan het recente werk van Jansch’ beroemdere generatiegenoot, Bob Dylan.

Bert Jansch mag voor The Black Swan dan wel een hele resem gasten uitgenodigd hebben en een producer met de gave van koning Midas, uiteindelijk wijkt hij maar weinig af van hetgeen waarmee hij de laatste veertig jaar de kost verdiend heeft. Hij laat de snaren als vanouds ratelen met een vingervlugheid die bewijst dat de reuma hem nog niet ingehaald heeft. Dat zijn stem niet het meest fijnbesnaarde instrument is, zien we graag over het hoofd. Dat Jansch de veilige weg gekozen heeft ook, maar toch had de samenwerking met Georgeson wellicht nog net iets meer kunnen opleveren. Een ramp is dat echter niet, iets vertelt ons dat Jansch nog wel een folkgeneratie of twee zal meegaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in