Open Season




Verhalen waarin dieren met menselijke eigenschappen rondlopen zijn
al zo oud als de mensheid, beginnend met Egyptische en Romeinse
goden die routinematig als dieren werden afgebeeld (mijn oude
leraar geschiedenis zou het me nooit vergeven als ik dat niet
vermeld, dus bij deze), over Reynaert de Vos tot de fabels van
Fontaine. Hun toepassing in tekenfilms is geperfectioneerd door
Disney, inclusief één van de grote collectieve jeugdtrauma’s van de
westerse wereld: de dood van de moeder van Bambi. (Nóóit zullen we
dat Disney vergeven, nóóit zeg ik u!) ‘Open Season’ is, zoals
gebruikelijk tegenwoordig, geanimeerd met de computer, maar de oude
traditie van lieve, o zo menselijke diertjes met grote ogen blijft
onaangeroerd. Zo zie je maar dat niet alles verandert.

De hoofdfiguur is in dit geval een beer genaamd Boog. Hij is
weliswaar groot en ziet er angstaanjagend uit, maar heeft een hart
van goud. Hij verdient de kost door als huisdier van de boswachter
als artiest op te treden in haar shows. Zijn luxueuze leventje
verandert echter drastisch nadat hij het hert Elliot bevrijdt van
de motorkap van de gemene jager Shaw. Elliot wekt Boogs dierlijke
instincten en de beer wordt dan ook met Elliot naar het bos
gebracht. De totaal vermenselijkte Boog voelt zich niet thuis in
het woud en verlangt terug naar zijn luxueuze slaapplaats, voorzien
een van toilet, persoonlijke voederbak en speelgoedbeertje. Elliot
en Boog worden gedwongen om samen te werken als ze ooit nog terug
naar de stad willen komen. Zijn bazin heeft alleen een ongelukkige
tijd gekozen om hem terug naar de natuur te brengen; het
jachtseizoen staat namelijk op punt van beginnen. De jagers
(waaronder Shaw) weten echter niet dat Boog veel heeft opgestoken
van de menselijke neiging tot organiseren en de dieren voorbereidt
op hun komst…

Er passeren best wel een aantal geslaagde grappen de revue in
het verhaal: de belachelijke bijnamen (“The Incredible Mister E”),
in formatie vliegende eenden die brandend neerstorten als
bommenwerpers en Schots pratende eenhoorns (“Oy!”) zijn allemaal
leuk. Dat is dan ook een traditie die teruggaat tot aan de vroegste
voorbeelden van Disney-beestjesanimatie: je neemt de meest
typerende eigenschappen van elk dier, die ga je uitvergroten en op
die manier kom je vanzelf aan geestige situaties. Klassiekers als
‘Lady and the Tramp’ en ‘The Aristocats’ danken hun hele bestaan
aan dat idee. Helaas zijn er ook nogal wat voorspelbare
lach-of-ik-schietgrappen waar geen kind plezier aan beleeft.

Bovendien wekken de eenden en eekhoorns meer sympathie dan de
held zelf, en dat is een serieus probleem. We weten dat Boog niet
zo kwaad is als hij eruitziet, maar omdat de held nauwelijks wordt
geïntroduceerd, wordt dat nooit echt voelbaar. Elliot, op zijn
beurt, lijkt vooral gecreëerd om het verhaal op gang te krijgen en
omdat de held nu eenmaal een sidekick nodig heeft. De
hoofdpersonages moeten onderdoen voor de nevenfiguren. In bepaalde
mate is ook dat altijd al het geval geweest: nevenpersonages hebben
immers het voordeel dat ze het verhaal niet moeten dragen. Ze
kunnen opkomen, een grap scoren en weer wegwezen, waardoor ze zich
snel populair kunnen maken. De hoofdpersonages moeten een hele film
lang interessant blijven, en dat is nu eenmaal moeilijk. In ieder
geval, een gebrek aan sympathie voor de held is nooit een goed
teken. Een interessanter figuur is Shaw, de gemeenste jager van het
stel. Behalve een sadist is deze man een vrolijke karikatuur van
hoe de culturele centra van de Verenigde Staten over plattelanders
denken: een redneck met een obsessie voor samenzweringen,
patriottische retoriek (“God loves America!”) en genegenheid voor
zijn geweer (dat Lorraine heet en elke avond liefdevol met een
dekentje wordt toegedekt). Freud zou van dit laatste overigens het
zijne hebben gedacht.

Tijdens het verhaal wordt geknipoogd naar bekende films; de
marshmellows op vorken die worden aangestoken om als wapen te
dienen komen zó uit ‘Gladiator’, terwijl de
stijgerende teckel met een marmot op zijn rug er net zo uitziet als
een shot uit de klassieker ‘The Birth of a Nation.’ Wat inspiratie
door andere films betreft, hebben de makers duidelijk goed naar
andere tekenfilms gekeken. Té goed misschien; nadat de film een
tijd bezig is, bekruipt het gevoel dat de prent weliswaar
behoorlijk gemaakt is, maar dat de echte inspiratie ontbrak. De
tekeningen zien er mooi uit, maar niet uitzonderlijk, gezien de
huidige (hoge) standaard. Wel ziet de vacht van Boog er opvallend
knap uit, bij het golven ervan lijkt elk haartje afzonderlijk
geanimeerd, à la ‘Ice
Age’
. Ook zitten er aanstekelijke popliedjes in, net als in de
Disneyfilms. Maar wacht eens, eigenlijk doet de hele film aan een
andere denken…

Een held die er afschrikwekkend uitziet maar uiteindelijk toch
goed blijkt te zijn; een Schots accent; gedwongen samenwerking
tussen de twee totaal verschillende helden; grappen voor
volwassenen en verwijzingen naar allerlei films – op de één of
andere manier komt dat allemaal te bekend voor. Jammer genoeg zijn
dit soort imitaties, hoewel vakkundig uitgevoerd, nooit zo goed als
het origineel. Je kunt daarom toch beter de DVD van ‘Shrek’ nog eens in de
speler schuiven dan ‘Open Season’ te bekijken. Uiteindelijk is deze
film namelijk niet meer dan een aardig tussendoortje, in afwachting
van de hoofdmaaltijd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in