Little Children




136 min. / USA
/ 2006

Het is vijf jaar geleden dat we nog eens iets hoorden van Todd
Field – de ex-acteur sloeg in 2001 toe met zijn fantastische
regiedebuut ‘In the
Bedroom’
, en verdween vervolgens van de radar. Hij regisseerde
nog één aflevering van ‘Carnivale’, en dat was het dan. De
non-believers die daaruit al de conclusie trokken dat
Field een one hit wonder was, worden nu echter op een
knappe manier het zwijgen opgelegd met zijn verlate opvolger,
‘Little Children’. In navolging van ‘In the Bedroom’
bestudeert de regisseur opnieuw wat er gebeurt achter de gesloten
deuren en in de afgesloten geesten van mensen uit de middenklasse.
En in navolging van ‘In the Bedroom’ vindt
hij daar opnieuw heel wat indringende dramatiek terug, die hij
smaakvol en medelevend in beeld brengt.

Het verhaal draait rond Sarah Pierce (Kate Winslet), een
literatuurkenner die haar carrière voor onbepaalde duur op pauze
heeft gezet om haar dochtertje Lucy te kunnen opvoeden. Haar
echtgenoot Richard is een marketingfiguur die zelden thuis is en
wanneer hij er dan toch is, liever naar internetporno surft dan bij
zijn gezin te zijn.

Op een naburig speelplein leert Sarah echter Brad (Patrick
Wilson) kennen – Brad is afgestudeerd als advocaat, maar slaagt er
maar niet in door zijn toelatingsexamen te raken. Hij is getrouwd
met Kathy (Jennifer Connelly), een documentairemaakster die meer
met haar moeder praat dan met hem. Sarah en Brad ontwikkelen een
diepe vriendschap, die al gauw omslaat in een stormachtige
verhouding. Blijft daar wel de vraag of ze beiden het lef zullen
hebben om hun bourgeois-leventje vaarwel te zeggen en
samen opnieuw te beginnen. Parallel aan hun verhaal, volgen we dat
van Ronnie (Jackie Earle Haley), een pedofiel die na zijn
vrijlating met walging wordt bekeken door de hele buurt, en
wanhopig probeert om zijn leven opnieuw op de sporen te
krijgen.

Met die twee verhalen schetst Todd Field een portret van een
aantal mensen die buiten de verstikkende zwart-wit mentaliteit van
hun leefomgeving vallen. De gangbare moraliteit van de voorstad
wordt vertegenwoordigd door een kudde jonge moeders die vanop hun
bankje op het speelplein hun vernietigende commentaar geven op
alles en iedereen: een goede moeder vergeet nooit een snack voor
haar kinderen, een vrouw die vreemdgaat is per definitie een slet,
een man hoort te gaan werken en niet thuis te blijven bij zijn
kind, een pedofiel moet gecastreerd worden, enzovoort… Makkelijke
oordelen, gratuit uitgedeeld door mensen die niet
gehinderd zijn door kennis van zaken. Sarah, Brad en Ronnie willen
niet liever dan uit die benauwende omgeving losbreken, die al hun
zwaktes en onvolkomenheden ogenblikkelijk veroordeelt als
onvergeeflijke zonden.

In wezen zijn we met zo’n verhaal in het gebied van ‘American Beauty’ en de
films van Todd Solondz aanbeland – disfunctionele gezinnen en de
hypocrisie van de middenklasse. Maar waar die films – hoe goed ze
verder ook waren – kozen voor cynisme, al dan niet getemperd door
een emotionele noot (zoals in ‘American Beauty’), kiest
Todd Field volledig voor de tragiek van de personages. De regisseur
verheft zich nergens boven de mensen die hij ons toont. Hij
begrijpt de fouten die ze maken, voelt oprechte sympathie, of
minstens medelijden met hen en toont ons hen vanuit hun eigen
standpunt. We begrijpen dat Ronnie vol zelfhaat zit over zijn
seksuele afwijking, maar hij kan zichzelf niet helpen. Wanneer
ex-flik Larry (Noah Emmerich) ’s nachts aan zijn deur aanbelt om
hem de huid vol te schelden, zijn we dan ook geneigd om sympathie
te voelen voor Ronnie. Tot we Larry’s verhaal horen en merken dat
ook hij uiteindelijk maar een beschadigd mens is. ‘Little Children’
is een film over emotionele ambiguïteit – over de onmogelijkheid om
over een ander te oordelen eens je in zijn schoenen hebt
gelopen.

Todd Field vertelt dat verhaal op een opvallend literaire
manier. Het script werd gebaseerd op een boek van Tom Perrotta (die
ook meeschreef aan het scenario), en blijft heel wat literaire
kenmerken behouden. Ten eerste zijn er de parallellen met ‘Madame
Bovary’, die letterlijk worden aangehaald tijdens één van de meest
memorabele scènes in de film, maar vooral ook het gebruik van de
voice-over is opvallend. Een droge, ironische verteller deelt ons
mee hoe de personages zich voelen, op een bloemrijke, gestileerde
manier die vaak aan de vertelstem in ‘Barry Lyndon’ doet
denken (Field is dan ook een zelfverklaard Kubrick-adept). Neem nu
deze: “Sarah vertelde steeds tegen zichzelf dat ze haar bezoekjes
aan het speelplein moest beschouwen als een antropologisch
experiment, waarin ze de andere vrouwen uit de buurt observeerde.”
Enzovoort. De voice-over hier is veel uitgebreider en
nadrukkelijker aanwezig dan wat we gewend zijn. Field wil niet
zomaar extra informatie geven of plotgaten dichtstoppen, maar een
extra laag aan zijn film geven. Aanvankelijk werkt die vertelstem
enigszins storend, omdat ze de loop van het verhaal dreigt te
overweldigen, maar na het eerste half uur schroeft Field het
gebruik ervan terug tot een minimum. Wanneer de commentaar daarna
nog gebruikt wordt, lijkt ze dan ook absoluut noodzakelijk, en
voegt ze ook effectief iets toe aan de gebeurtenissen.

‘Little Children’ is 136 minuten lang, maar lijkt te kort. Alle
personages hier zijn zo boeiend, dat je meer tijd met hen zou
willen doorbrengen. Eén van de tekortkomingen van de film is dan
ook dat sommige karakters te weinig de kans krijgen om zich te
ontwikkelen. Vooral de echtgenoten van Sarah en Brad hebben
daaronder te lijden. Sarah betrapt haar man terwijl hij aan het
masturberen is, een vrouwenslip onder z’n neus en foto’s van een
digitale bimbo op z’n computer. Maar op dat moment wordt vreemd
genoeg later nooit teruggekomen, en de man blijft een
schaduwachtige figuur. Hetzelfde geldt voor Jennifer Connelly – zij
komt iets vaker aan bod, maar ze blijft een afstandelijke vrouw,
van wie we af en toe de indruk krijgen dat er heel wat met haar aan
de hand is, als we maar eens wisten wat.

Op dezelfde manier wordt het einde wat al te snel afgeraffeld.
Het siert Todd Field dat hij geen lang uitgerekte, clichématige
dramatische climax aan z’n film wilde geven, maar zoals het nu is
lijken de laatste tien minuten wat onbevredigend. Na een langzame,
methodische opbouw, krijgen we plots drie of vier plotwendingen
waarmee het dan afgelopen is. Wàt er gebeurt is goed, maar de
regisseur had ook voor die scènes gerust z’n tijd mogen nemen.

De hoofdrollen zijn in ieder geval uitstekend. Kate Winslet
stelt het zonder make-up, maar hoe ze ook probeert, ze blijft
aantrekkelijk én een actrice die geen lange huilbuien of monologen
nodig heeft om de emoties van haar personage duidelijk te maken.
Patrick Wilson, de bofkont die l’embarras du choix heeft
tussen Winslet of Connelly (waar verdient hij dat eigenlijk aan?),
bewijst na ‘Hard
Candy’
opnieuw dat hij één van de coming men voor de
volgende jaren is.

‘Little Children’ is een intelligente, pakkende film, met als
voornaamste gebrek dat hij je hongerig achterlaat naar méér. Van
een luxeprobleem gesproken. De voice-over zal voor sommigen
ongetwijfeld storend zijn en ook het einde had beter gekund, maar
dit blijft een opmerkelijke, volwassen en smaakvolle prent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in