Night at the Museum




108 min. / VS /
2006

Hollywood is dol op high concept. Het soort
film dat met twee zinnen kan worden uitgelegd en met een goed
bekkende titel die de plot bondig samenvat. Spielberg en Lucas
hebben de moderne blockbuster praktsich uitgevonden met dat idee.
Zonder high concept hadden we geen ‘Jaws’ (rubberen haai
maakt strand onveilig) of ‘Star Wars’ (een melkmuil
moet de galaxy redden). Sindsdien is high concept
niet meer weg te denken uit Hollywood. ‘Home Alone’ (kindsterretje
met moeilijke naam blijft thuis om twee boeven te kloten), ‘Speed’
(de bus die niet kon vertragen!) en natuurlijk de internethype van
vorig jaar, ‘Snakes
on a Plane’
. Waar gaat die film over? Over
motherfucking slangen op een motherfucking
vliegtuig. Als het wat clever wordt uitgewerkt, dan kan zoiets
werken. Dus mocht ‘Night at the Museum’ niet tot leven gewekt zijn
door de regisseur van die mensonterende ‘Pink Panther’-remake en
de scenaristen van zure oprispingen zoals ‘The Pacifier’ en
‘Herbie: Fully
Loaded’
, dan zou dit héél misschien een plezante
rollercoaster hebben gegeven. Nu is het vooral een matige
tot sporadisch gniffelbare familiefilm geworden die nergens moeite
doet om meer te zijn dan z’n flinterdunne concept: Steek Ben
Stiller in een museum en laat de dingen in dat museum tot leven
komen. That’s it. ‘Wij gaan iets gaan drinken, laat de
mannen van de special effects de rest maar opknappen’, aldus Shawn
Levy en zijn schrijvers.

Larry Daley (Ben Stiller op automatische piloot), een gescheiden
vader met een hoog loser-gehalte, wordt aangenomen als
nachtwaker bij het natuurhistorische museum van New York. Wat een
doodgewone job zou moeten zijn, verandert in een pedagogisch
verantwoord avontuur (museums zijn terug cool!) wanneer de bewoners
van het museum tot leven komen. Met de hulp van het wassen beeld
van Teddy Roosevelt (niet te geloven dat ik dit neerschrijf), dat
verdacht veel op Robin Williams lijkt, moet hij het zootje
ongeregeld onder bedwang houden en ervoor zorgen dat niemand
ontsnapt. Zo loopt daar onder andere een speels
Tyrannosaurus-skelet rond, een brullende Atilla de Hun, een kliek
holbewoners, een mini-Romeinse generaal (Steve Coogan heerst) die
in de clinch ligt met een mini-cowboy (Owen Wilson heerst nog
meer), een indiaantje dat niemand kan horen omdat de sloor achter
glas zit en een capucijnaapje dat Ben Stiller onderzeikt. Hoera!
Terloops wordt ook even vermeld dat die dolle betovering te maken
heeft met een Egyptische gouden tablet, maar wat doet dat er toe
als een aap Ben Stiller mag onderpissen! Inderdaad, Shawn Levy kent
zijn prioriteiten.

Oké, ik doe misschien wat schamper over een film die helemaal
niet zo serieus bedoeld is, maar ze hadden maar meer moeite moeten
doen om geslaagde grappen in hun special effects-extravaganza te
steken. Als ik geen degelijke grappen krijg, dan begin ik flauwe
zever te verkopen, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Want ondanks het
feit dat de verveling zelden toeslaat, is ‘Night at the Museum’ een
ongelooflijk mager en zielloos beestje dat volkomen afhankelijk is
van zijn indrukwekkende effecten (die trouwens niet altijd even
geslaagd zijn) en half uitgewerkte premisse. Een meer
gestandaardiseerde formule dan die van ‘Night at the Museum’ kan je
niet bedenken. Je neemt een populaire komische acteur die zijn
aandoenlijke typetje voor de zoveelste keer opvoert, je laat hem
van de ene ongelooflijke set-piece naar de andere hollen
(letterlijk dus) en ondertussen passeren nog wat bekende koppen
(Mickey Rooney werd opnieuw tot leven gewekt zodat hij Ben Stiller
kan uitmaken voor boterkaramel, lunchdoos en hotdog) om het publiek
af te leiden van het gebrek aan logica, samenhang en moppen. En
niet te vergeten: je laat een aap op Ben Stiller urineren. Ik kan
dat laatste niet genoeg benadrukken. Ben Stiller, een aap met een
zwakke blaas en je hebt een film die twee maanden in de top vijf
van de Amerikaanse box-office staat.

Niet dat ik ga ontkennen dat ik zelf een paar keer heb moeten
griniken met dit fantasievolle familiefilmpje dat beter door een
Robert Zemeckis of een Steven Spielberg in de jaren tachtig was
gemaakt. De eerste keer dat Rex tot leven komt is best wel geinig,
er wordt toevallig wel eens een goed getimed slapstickmoment
geïnjecteerd (moeilijk om niet te lachen met een
bitchslap-gevecht tussen Stiller en een aap) en Ricky
Gervais mag een paar leuke oneliners afvuren die zo uit de
mond van David Brent konden komen. Maar het zijn twee scènestelende
buddies van Ben Stiller die net genoeg leven in ‘Night at
the Museum’ blazen om de silly rit met de zachte glimlach
tot het einde uit te zitten. Owen Wilson mag als cowboypopje de
meest dankbare ‘Brokeback
Mountain’
-grap uithalen en Steve Coogan zet zijn beste
peplumfrons op als een strijdlustige (we expand or die!)
Romeins generaal-poppetje. Hun aanstekelijke gebekvecht en het
compleet van de pot gerukte idee dat die twee effectief denken dat
ze een échte cowboy en generaal zijn zorgt voor welkome
anachronistische knipogen. Ik vond het misschien grappiger omdat de
rest zoveel flauwer was, maar tijdens die momentjes was ‘Night at
the Museum’ eindelijk iets meer dan alleen maar grote, luide dingen
die Ben Stiller doen tieren, vallen of nat maken.

Over de regie van komisch genie Shawn Levy kan ik dan weer heel
kort zijn. Zijn film valt uiteen in drie poepsimpele aktes (drie
nachten in het museum die eigenlijk heel weinig van elkaar
verschillen) en de enige doorlopende gag is de interactie
tussen Ben Stiller en de verschillende creaturen die tot leven
komen. Ben Stiller is de passieve straight guy en twee uur
lang ondergaat hij gewoon de fratsen van iedereen die hij tegekomt.
Shawn Levy was wellicht gewoon de tussenpersoon die ervoor moest
zorgen dat iedereen op het juiste moment in de juiste set-piece
stond en er op moest letten dat hij niet in de weg liep van de
mannen van de blue-en greenscreens. Nauwelijks
een verdienste, maar hij is er mee van straat en wij zijn tenminste
voor een jaartje gespaard van een crappy Steve
Martin-komedie.

De personages stellen niets voor, de regie is inspiratieloos
maar het concept alleen al heeft zo’n hoog popcorngehalte dat er af
en toe toch wat goedkope fun te beleven valt. En als het
concept is uitgewerkt, dan zijn Steve Coogan en Owen Wilson er nog
om de battle of the scene-stealers uit te vechten. En heb
ik al gezegd dat een aap zijn patatten afgiet op Ben Stiller?
Priceless.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in