Califone :: ”De luisteraar beslist zelf wat uit de songs gehaald kan worden”

Tim Rutili en de zijnen hebben intussen de woeste, gemuteerde blues van Red Red Meat achter zich gelaten, en hun laatste album, het bijzonder fijne Roots & Crowns, blijft ook ver uit de buurt van de hoekige experimenten die de groep nog hanteerde op Heron King Blues uit 2004. Maar selling out, it ain’t. Zelfs nu hij toegankelijker dan ooit is, blijft Califone een band om de tanden op stuk te bijten.

Zij die de band al aan het werk zagen (met een beetje moeite vindt u vast een van die bleke bengels) zullen het beamen: als Califone neerstrijkt in Leuven (op het verjaardagsfeest van goddeau, no less) en Diksmuide, zit de kans erin dat de aanwezigen worden getrakteerd op een potje spannende verwarring. Bij Califone bestaan er immers geen regels wat concerteren betreft, en naargelang de goesting van de leden, de beschikbare tijd en de respons van het publiek kan het dan ook alle richtingen uit. En meerdere tegelijk. Wij hopen alvast dat ze nog eens aan het trippen slaan en het bijltje er pas na een uur of drie, vier bij neergooien.

Intussen draait de band al een klein decennium mee in het indiewereldje. De behoorlijk indrukwekkende stroom releases en onvoorspelbare optredens hebben ervoor gezorgd dat het gezelschap kan rekenen op de onvoorwaardelijke trouw van een kleine horde hardcore fans, maar zelfs binnen de scene is Califone voor velen nog onbekend terrein. Dat de band er een kunst van gemaakt heeft zichzelf stokken in de wielen te steken zal daar vast wel iets mee te maken hebben. Ook op Roots & Crowns wordt er kwistig gerotzooid met melodieënpracht, intrigerend tekstmateriaal en spontane aanvallen die pas na enkele beluisteringen lijken te kloppen. Het is de groep zelf die door zijn werkwijze de luisteraar aliëneert: songs lijken plots in elkaar te stuiken, volgen enkel hun eigen grillige logica, en zitten vol met stoorzenders als vreemde loops, exotisch gerammel en geluidsmanipulatie.

Sparklehorse met meer ritmische vindingrijkheid, een schizofrene Eels, krautrock voor de 00’s: de lijst vergelijkingen en beschrijvingen die Califone te beurt valt, is onbeperkt, en ook een gevolg van de schijnbaar incoherente manier van songs maken die als een rode draad door het werk van de band loopt. Toch is er verandering merkbaar tussen het debuut en het jongste album: "Die aanpak is er inderdaad geweest sinds het begin, maar wordt na elke plaat bijgesteld en verfijnd, waardoor er een enorm verschil is tussen de eerste e.p.’s en het meer ontwikkelde Roots & Crowns. Op Heron King Blues werkten we zo snel mogelijk, en soms kwamen de ideeën pas nadat we onszelf eerst in een moeilijke positie gestuurd hadden. Bij de nieuwe plaat hebben we onze tijd genomen en alles langzaam laten rijpen. De twee werkwijzen hebben allebei wel hun voordelen, al willen we het weer anders aanpakken voor het volgende album: de songs inoefenen en zo snel mogelijk live in de studio op band zetten."

Ondanks de vals-rommelige songs, is het snel duidelijk dat het opnemen van een album bij Califone doorgaans niet op een paar vrije namiddagen gebeurt. Roots & Crowns is de meest opgesmukte, gelaagde en rijkst geproduceerde plaat die de band uitbracht: "Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het album een soort van collage zou worden: veel verschillende geluiden uit uiteenlopende omgevingen die door een song samengebracht zouden worden. Het idee was daarbij in de mate van het mogelijke een balans te vinden tussen toeval en ideeën die konden wegdrijven van het origineel, maar dan wel met een heel open aanpak. Zowat de helft van de songs werd op voorhand geschreven, maar de andere helft ontstond in de studio, en daarbij kon elk lid van de band ideeën bijdragen. Vaak waren dat dingen waar ik zelf nooit aan zou denken."

Rutili wordt vaak gelauwerd omwille van z’n evocatieve teksten, die vaak niet meer dan associatieve beeldencombinaties lijken. Het vinden of samenstellen van een narratief geheel wordt daarbij overgelaten aan de luisteraar: "Hij of zij beslist zelf wat eruit gehaald kan worden. Ik heb liever dat ze het zelf een beetje uitzoeken, en ik wil niets opdringen. De betekenis die ik in de tekst zie en wat ik van de muziek krijg, kan daardoor totaal verschillend zijn van wat een ander eruit haalt." Als Rutili gewezen wordt op de opvallende songtitels, die altijd al een handelsmerk van de groep waren ("Rattlesnakes Smell Like Split Cucumber", "Horoscopic Amputation Honey," "When Leon Spinx Moved To Town", en nu "The Eyes You Lost In The Crusades" en "Our Kitten Sees Ghosts"), en gevraagd wordt waar ze vandaan komen, dan is verantwoordelijkheid opnemen al evenmin een optie: "God".

Songs als "Burned By The Christians", "Rose Petal Ear" en "Our Kitten Sees Ghosts" maken duidelijk dat de band even geobsedeerd is door stokoude rootsmuziek als door de moderne cut up-aanpak met al z’n desoriënterende elementen. Hoe onwaarschijnlijk de combinaties ook lijken, Califone koppelt het hypnotische en sinistere van oude folksongs aan hedendaagse geluiden en stijlen met contrasterende technieken die ook aangewend worden in andere kunstvormen. Woord, beeld en geluid gaan op Roots & Crowns hand in hand, de belangrijkste invloeden op het album zijn dan ook niet noodzakelijk muzikale helden: "Voor deze plaat heb ik veel te danken aan de boeken van Robertson Davies en John Dos Passos, de films van Werner Herzog, en lange ritten door Californië en Arizona".

Als Califone al eens uitpakt met zijn muzikale invloeden, dan zijn het zelden namen die je van een band in deze sector zou verwachten: de dunne grens tussen indie/roots blijft zowat de hoofdrichting, maar net zo vaak zoekt de groep het terrein op dat voorheen vooral werd verkend door Captain Beefheart, Can of de jambands uit de sixties. Op dit album is vooral de mooie cover van "The Orchids" van het Britse avant-gardecollectief Psychic TV een verrassing: "M’n vriend Mike McGonigal gaf me een mix-cd met het nummer erop. Ik kende het nummer al van jaren geleden, maar pas toen ik het opnieuw hoorde leek ik het te vatten, geen idee waarom. We hebben het dan ook eens opgenomen aan het einde van een dag in de studio, en hebben het uiteindelijk ook op de plaat gezet toen bleek dat het perfect in het midden zou passen. Ik hou van die song zoals ik hou van songs van The Velvet Underground: perfect en simpel, en ze doen m’n hart sneller slaan."

De schijnbare spontaniteit en kaleidoscopische aanpak staan in de studio de zelfkritiek niet in de weg: "We hebben er echt wel wat materiaal uit moeten filteren. Ik denk dat we ongeveer de helft van onze voorraad ideeën hebben kunnen gebruiken. Vooral de opeenvolging van de songs was van groot belang, er moest een flow in zitten en het mocht niet klinken als een onsamenhangende troep. Live spelen is iets heel anders, daar proberen we niet de opnames te imiteren. Het livegebeuren is totaal anders dan in de studio zitten en zorgt ook voor een andere energie, die elke avond weer anders is. We grijpen de kans aan om te improviseren. Het is trouwens op die manier dat we vaak belanden bij ideeën die op de volgende plaat terechtkomen. Live spelen en songs opnemen zijn allebei even boeiend, al is het in een studio wel wat gezelliger. Maar hebben gemak en voldoening eigenlijk wel iets met elkaar te maken?"

Gevraagd naar het verschil tussen optreden in de US en Europa: "Meestal spelen we langere sets in Europa. De ritten die we soms moeten maken in de US zijn echt monsterlijk, wat er ook voor zorgt dat Europa steeds een avontuur blijft: je rijdt een stukje, en de mensen spreken er alweer een andere taal. En in Europa is er steeds meer tijd om te eten, daar hou ik ook wel van."

Califone speelt op 30 januari in het Stuk in Leuven, en op 31 januari in de 4AD in Diksmuide. Een weldoorvoede band is er twee waard. Tot dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in