Califone :: Roots & Crowns

Waarom sommige bands op mirre, goud en wierook getrakteerd worden
terwijl evenwaardige acts de doornenkroon van gebrekkige aandacht
opgezet krijgen, is ons vaak een raadsel. Califone draagt al jaren
het kruis van de verkommering door het barre americana-landschap
ondanks een uitgebreid oeuvre, goede kritieken en tonnen respect
van bevriende bands. De groep toerde al met Modest Mouse, Iron
& Wine en Wilco, maar de doornen
prikken nog even hard als voordien. Met een bloedsmaak in de mond
blijft Califone echter het grillige pad bewandelen langs verloren
snelwegen, afgestorven cactussen en veelkleurige desert
bushes
. De groep verenigt de traditie van Amerikaanse
rootsmuziek met een niet te stuiten experimenteerdrift en hun
verfrommelde sound bereikt op ‘Roots & Crowns’ een bevreemdend
hoogtepunt. Wie hun muzikale propjes probeert open te vouwen, gaat
spannende luisterbeurten tegemoet, de anderen hebben
ongelijk.

‘Along your skin/lost my language/black lip and red/carnation
safe house safe’
: met deze sjamanistisch geprevelde woorden
trekt Tim Rutili de roestige trein van ‘Roots & Crowns’ op
gang. Califone werpt je woordenblokken toe waartussen je zelf het
associatieve cement moet aanbrengen. Die bereidwilligheid van de
luisteraar is ook vereist voor de muziek. Klanken lokken op een
schijnbaar arbitraire manier andere klanken uit, maar achter die
zogezegde willekeur gaat meestal een zorgvuldig uitgewerkte popsong
schuil. Als een vermommingskunstenaar verbergt de pop zich achter
geluidsexperimenten, maar voor de aandachtige luisteraar kunnen de
songs hun ware aard niet verbergen. ‘Spider’s House’ doet nog het
minste moeite om de popinvloeden te verstoppen, ondanks een met
paperclips bewerkte piano die het geluid van de song sterk bepaalt.
Rutili zingt de bloedmooie popmelodieën met een lichte hapering in
de stem die ons kippenvel bezorgt en Waitsiaanse percussie
en lyrische blazers helpen hem bij die taak.

Het merendeel van de nummers zijn echter minder hapklare brokken.
De dwarse, wrange sprookjes van Califone hanteren een gebroken
vormelijke taal, met bizarre sferen tot gevolg. H.C. Andersen meets
Mark Z. Danielewski, Beefheart meets The Magic Numbers:
het zijn geforceerde vergelijkingen, maar die lastige zoektocht
naar referenties is net de grote troef van Califone. ‘A Chinese
Actor’ draagt wel onmiskenbaar de hoekige, eclectische sound van
Beck in zich,
maar die wordt gemolesteerd door gestoorde noise-uithalen. ‘Pink
and Sour’ doet dan weer denken aan een jamsessie tussen Zappa,
The Fiery
Furnaces
en Tom Waits terwijl ze
net het volledige Lynch-oeuvre in één keer
hebben uitgezeten.

Wie dacht dat klankfetisjisten zich vooral in noise- en
elektronicamiddens ophouden, wordt door Califone lik op stuk
gegeven. Ondanks hun voorliefde voor het experiment is de
overheersende gemoedsstemming er duidelijk één van melancholie. De
gedesillusioneerde manier waarop Rutili het confronterende van
kleine geluidjes bezingt in ‘Sunday Noises’ is veelzeggend. Ook de
in een bouillon van weemoed gekookte country van ‘Burned by the
Christians’ draagt een authenticiteit in zich die beroert en
ontroert. Wie Califone al wat kent, weet dat er na zo’n intens
moment een geluidskentering moet volgen en ‘Rose Petal Ear’ is de
met absint overgoten, creepy bastaard van dienst.

Deze spannende interpretatie van Amerikaanse rootsmuziek is niet
makkelijk te verteren, maar net als in de liefde is het de
aanhouder die wint. ‘Roots & Crowns’ kruipt langzaam onder je
huid en zorgt voor een koortserige verslaving die niet wil wijken.
Onze collega’s van het fijne Goddeau hebben Califone uitgenodigd op hun
verjaardagsfeestje in Leuven. Een vette aanrader als u het ons
vraagt!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in