The King of Comedy

Begin jaren tachtig maakte Martin Scorsese een moeilijke periode
door. Hij had net ‘Raging Bull’ gemaakt,
één van zijn beste en meest gewaardeerde films, maar ondertussen
was het culturele landschap om hem heen aan het veranderen. De
gouden jaren zeventig, waarin de regisseurs min of meer zelf konden
beslissen wat ze deden, waren voorbij en met de opkomst van de
mega-blockbuster (‘Jaws’, ‘Star Wars’), namen de studio’s Hollywood
weer helemaal over. Scorsese had zich altijd beziggehouden met
persoonlijke, vaak moeilijk te verteren projecten, maar nu, met het
nieuwe decennium, was daar plots geen plaats meer voor. Vanaf nu
tot begin jaren negentig, toen de regisseur zijn status van
éminence grise definitief vestigde met ‘Goodfellas’, zou
Scorsese moeten knokken voor al zijn prenten. ‘The King of Comedy’
was de film waarmee hij zijn eerste grote veldslag tegen het
commerciële apparaat van de eighties moest leveren, en hij
verloor. Deze bijtende satire op de celebrity cultus en de
kracht van televisie was zijn tijd ver vooruit, maar destijds wilde
niemand ervan horen. Scorsese draaide de film in ’81, maar om te
vermijden dat lucratieve televisiedeals in het water zouden vallen
door de bitsige toon van het scenario, legde de studio hem twee
jaar lang in de ijskast. In ’83 werd ‘The King of Comedy’
stilletjes in roulatie gebracht, om snel weer te verdwijnen.

Robert De Niro speelt Rupert Pupkin, een wannabe
stand-up komiek die zichzelf al ziet als de grote comedy
ster van morgen, maar ondertussen nog niet verder is geraakt dan
immens succesvolle optredens in zijn eigen kelder, voor een
bordkartonnen publiek, terwijl zijn moeder van boven roept dat hij
stil moet zijn. Pupkins grote idool is Jerry Langford (Jerry
Lewis), de presentator van een waanzinnig populaire tv-show
(overduidelijk gemodelleerd naar Johnny Carson, die destijds ‘The
Tonight Show’ presenteerde). Op een avond ziet Pupkin kans om
Langford aan te spreken, en begint hij de tv-ster te bestoken met
bandjes van zijn materiaal en continu lastig te vallen met
onaangekondigde bezoekjes. Wanneer blijkt dat de presentator niet
op zijn grappen zit te wachten, besluit Pupkin andere maatregelen
te treffen: hij gijzelt Langford, met als losgeld een optreden in
de show.

Een centraal thema in ‘The King of Comedy’ is de wens om beroemd
te worden, ten koste van wat dan ook. De slagzin van de film is
Ruperts oneliner: “Better to be king for a night than schmuck
for a lifetime.”
Tegenwoordig is dat idee niets nieuws meer:
beroemdheid is al lang een doel op zichzelf geworden, dat volledig
losstaat van enig talent of artistieke ambitie. Integendeel zelfs,
effectief iets willen presteren is enkel maar hinderlijk, want al
die energie kun je ook besteden aan pogingen om in de boekjes of op
tv te komen. Sinds ‘The King of Comedy’ uitkwam, hebben we die
haast pathologische drang om toch maar een leven in de spotlight te
leiden, zien ontaarden in tv-programma’s waarin mensen zichzelf
gewillig lieten uitlachen of hun relaties naar de knoppen lieten
helpen. In die zin is de film al lang ingehaald door de
werkelijkheid. Wat wél bewonderenswaardig is, is de vooruitziende
blik waarvan Scorsese hier blijk geeft. In 1981 bestond er nog geen
reality tv en talentenjachten beperkten zich tot al eens een
soundmix hier en daar. Maar toch anticipeert de regisseur de
allesoverheersende mediageilheid die jaren later definitief zou
doorbreken. Rupert Pupkin heeft geen talent, hij is niet grappig,
maar hij is wél duidelijk een loser die al z’n hele leven lang
toekijkt hoe anderen succesvoller zijn dan hij. Hij wil zich
revancheren op iedereen die ‘m ooit heeft verteld dat hij niet
deugt door, al was het maar voor één avond, een tv-ster te
zijn.

Gedeeltelijk sluit dat aan bij de thematiek van ‘Taxi Driver’: ook daar
betrof het een personage dat uit z’n isolement en anonimiteit wou
breken, en absoluut niet wist hoe hij dat moest aanpakken. Pupkin
lijkt minder gevaarlijk, maar de dreiging die hij uitstraalt is
onderhuids evenzeer aanwezig. Let op zijn gesprekjes met de
secretaresse van Langford: de toon van zijn stem blijft steeds
beleefd, maar hij wordt ook steeds venijniger in de manier waarop
hij aandringt – je krijgt de indruk dat dit iemand is die weet hoe
hij zich moet inhouden, maar die net zo goed kan ontploffen van
frustratie.

De casting was van levensbelang voor ‘The King of Comedy’:
Robert De Niro was een voor de hand liggende keuze voor Scorsese,
maar het is vooral Jerry Lewis die verrassend uit de hoek komt. De
relatie die er zich ontwikkelt tussen de twee hoofdacteurs, is een
weerspiegeling van waar ze in het echte leven stonden: Jerry Lewis
was iemand van de oude garde, die niets moest weten van method
acting
of al die quasi-diepzinnige onzin. Acteren was voor hem
een job zoals alle andere, die enkel wat technische onderlegdheid
vereiste. De Niro daarentegen, op dat moment op het hoogtepunt van
z’n talent en roem, vertegenwoordigde de generatie na die van Lewis
en de clash tussen hun persoonlijkheden en werkmethoden vindt een
mooie echo in de film zelf. Sarah Bernhard, een actrice die in veel
te weinig films heeft meegespeeld, vult dat duo perfect aan als
gesjeesde vriendin van De Niro. Haar personage is even ziek als dat
van hem, maar zij kan het niet zo goed wegsteken en gedraagt zich
openlijk psychopathisch en hysterisch. Bernhard geeft de
onvoorspelbaarheid van dat personage erg goed weer, met een
vertolking die soms wilde variaties bevat, maar nooit over de top
gaat.

Scorsese maakte hier een oncomfortabele film over iemand die
wanhopig op zoek is naar affectie. En omdat hij die affectie bij
geen enkel individu vindt, gaat hij het dan maar zoeken bij
iedereen, bij de massa. Stand-up comedy is enkel een middel om dat
doel te bereiken en bijgevolg eigenlijk irrelevant. De nadruk ligt
niet op comedy, maar op king. De film is naar
huidige normen allicht een beetje verouderd – we zien elke dag
gekkere dingen op tv – maar de observatie van de personages is erg
scherp en het scenario weet een vage lijn te volgen tussen wat
grappig is en wat ronduit griezelig is. Geen grote Scorsese, maar
wel één die dringend uit z’n vergetelheid gehaald mag worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in