Jarvis :: Jarvis

Jarvis Cocker was altijd al onze favoriete Britpopper: ironie, kitsch en scherpe teksten als tegengif voor al te veel laddism of lachwekkend trotse Britishness. Hij is terug: zonder familienaam, maar met een album om te koesteren.

Nu de Britpop lang genoeg dood is, lijkt een revival zo ongeveer in de maak. Het bleef lang stil rond Pulp na zwanezang We Love Life, maar intussen liggen er luxe-heruitgaven van hun beste albums en een verzameling Peel Sessions in de winkel. Voor wie temidden al die nostalgie ook graag wat heden heeft, is er ook een solo-album van Jarvis Cocker, droogweg Jarvis genaamd. Het zou ironische arrogantie zijn, maar daar geloven we eerlijk gezegd niet in. Niet direct de grote adonis binnen de britpop-posterboys, wist Cocker zich toch steeds genoeg in de spotlights te werken. Met satire, scherpe observaties, een rijkelijk gedocumenteerde kontdraai voor Michael Jackson en zijn kindjes op de Brit-awards, en enkele onvergetelijke songs. Ironische arrogantie: misschien, maar dan toch met de nadruk op arrogantie.

Jarvis is niet zo onvergetelijk als het beste van Pulp, maar mag zonder blozen na We Love Life op die erfenis teren, dus arrogantie is zeker terecht. Nog steeds weet Cocker zich met het nodige venijn vast te bijten in de tijdsgeest en de kleine kantjes der mensheid. In "Fat Children" bijvoorbeeld, waar de agressieve en dominante dikkerds op de speelplaats even op hun plaats gezet worden: "They wobbled menacingly under the yellow street light".

Het album werd voorafgegaan door de gitzwarte Live8-satire "Cunts Still Rule The World". Cynisme op de tonen van een typisch Live Aid-lied: op het randje, maar ook geweldig. U hoort het zelf na lang wachten als bonustrack op Jarvis. Ook het duistere "Disney Time" en "Quantum Theory" doen terugdenken aan Pulps symfonische depressie "This Is Hardcore".

Muzikaal is er niet zo veel veranderd: nog steeds veel glamrock, enkele snufjes soul, meezingbare refreinen en een wolkje blues. En ook dat is geen ramp: wie Pulpgewijs van meer dan "Common People" of "Disco 2000" houdt, komt ook met Jarvis ruim aan zijn trekken.

Het album is bovendien een groeier. De eerste luisterbeurten moeten het vooral hebben van de sympathie voor Cocker en zijn vorige groepje. Maar drie beluisteringen verder bloeit Jarvis open. We houden van de marimba in "Baby Is Coming Back To Me", de Pulp-ismen uit "Heavy Weather", het koortje dat de baslijn meezingt in "Don’t Let Him Waste Your Time" en dat andere koortje dat spookachtig ronddwaalt in "Disney Time".

Hoogtepunt is "Black Magic": een stomende brok vuile soul, voortgestuwd door een repetitieve basdreun die Cocker leende van The Ronettes. De melodie is dan weer helemaal "Crimson and Clover", een hit uit de sixties van Tommy James & The Shondells.. Maar Cocker doet er toch zijn eigen ding mee en het resultaat dreunt al weken door ons hoofd.

Het ergste dat over Jarvis te zeggen valt, is dat het album weinig vernieuwing biedt. Wie Pulp al niet lustte, loopt dan ook best met een grote boog om dit album heen. Maar wie Pulp het aangenaamste product van de britpop vond, geniet met volle teugen van deze echo uit dat verleden. U hoort ons dus absoluut niet klagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in