The Nativity Story




101 min.
/
USA / 2006

Verreweg de vreemdste carrièremove van het voorbije jaar is wel
Catherine Hardwicke’s beslissing om ‘The Nativity Story’ te
regisseren. Hardwicke werd bekend met haar debuutfilm ‘Thirteen’, een
oncomfortabel geloofwaardig verhaal over slikkende, snuivende en
wild rondneukende dertienjarige meisjes (werktitel: ‘Paris Hilton:
The Early Years’), om dat op te volgen met de flop ‘Lords of
Dogtown’, die hier nauwelijks een bioscooprelease kreeg. Wat
Hardwicke, als verantwoordelijke voor twee ultra-hedendaagse
drama’s over de jeugd van tegenwoordig, bezielde om zich plots op
de bijbel te storten, mag Joost weten. Naar het resultaat te
oordelen, vraagt ze het zich zelf ook nog af. ‘The Nativity Story’
is een houterig, onwennig filmpje dat zich nog het best laat
omschrijven als een bewegende versie van een niet bijster
geïnspireerde kinderbijbel. De geur van mottenballen slaat je in
het gezicht zodra je de deur van de cinemazaal opent.

Aan de logica van de producenten valt in ieder geval niet te
torsen: ‘The Passion
of the Christ’
was de grootste hit van de voorbije vijf jaar,
met de voltallige religious right van de VS die en
masse
naar de zalen trok, dus waarom zouden ze niet proberen
om op dat succes te incasseren? Nog beter: aangezien er bij de
geboorte van Christus beduidend minder bloed, zweepslagen,
kruisigingen en controversiële joden kwamen kijken, kon ‘The
Nativity Story’ rustig worden opengetrokken voor gelovige zieltjes
van alle leeftijden, zodat ook degenen die Mel Gibsons bloedbad
iets te heavy vonden, ditmaal zonder angst de portefeuille
konden bovenhalen. Alleen was Mel Gibson (hoe wacko hij
verder ook mag zijn) wél een goed regisseur die een krachtige
dramatische film wist te produceren. Love it or hate it,
maar er kon geen mens buitengaan bij ‘The Passion of the
Christ’
zonder zich een mening te vormen. Religie was plots
weer een punt waarover gediscussieerd werd, geloofsvisies werden
tegen elkaar afgewogen, historische kwesties werden besproken en de
vraag van mogelijk antisemitisme werd één van dé grote
gespreksonderwerpen onder al wie met film of religie bezig was.
Vergelijk dat even met ‘The Nativity Story’ – veel risico op een
dergelijke controverse loopt de film in ieder geval niet.
Hardwicke’s prent is eerder een twee uur durende, doodsaaie preek
van een pastoor die dertig jaar geleden al de hoop heeft opgegeven
dat hij ooit nog een volle kerk zal zien bij de zondagsmis. Er
werden méér zinnige dingen verteld over de geboorte van Jezus
Christus in de Urbanus-klassieker ‘Bakske Vol Met Stro’.

Er zijn een aantal onderwerpen waar je nu eenmaal maar moeilijk
over kunt spreken zonder op de één of andere manier een gevoelige
snaar te raken bij bepaalde delen van de bevolking, en religie is
daar één van. Neem er een standpunt over in, maak er een analyse
van, en wat je conclusies ook zijn, gegarandeerd zal er wel iemand
aanstoot aan nemen. Dus wat doet Hardwicke? Ze maakt helemaal géén
analyse, neemt helemaal géén standpunt in, en vertelt eigenlijk
absoluut niets over haar onderwerp of haar personages. Ze neemt een
bijbels verhaaltje en zet dat vervolgens in beeld, zonder dat er
van interpretatie of de minste mogelijkheid tot debat sprake is.
Vergelijk het met een regisseur die een oorlogsfilm maakt zonder
iets over die oorlog te vertellen, want één van de beide partijen
zou zich wel eens gekrenkt kunnen voelen. Of een politiek drama dat
geen standpunt in wil nemen over de politici die erin voorkomen.
Voor een dramatische film wérkt zoiets niet.

In de praktijk komt dat erop neer dat de personages allemaal
rondlopen als wezenloze kadavers-met-polsslag, die met debiele
schapenogen de lens in kijken, continu zwaar onder de indruk van
hun eigen heiligheid. De acteurs raken nooit verder dan de
iconische status van hun personages, zodat ze er ook nooit enig
geloofwaardig leven in kunnen blazen. Maria, zoals gespeeld door
‘Whale Rider’
Keisha Castle-Hughes, lijkt op geen enkel moment een zestienjarig
meisje met plausibele emoties – ze is een vehikel voor verheven,
maar onuitspreekbare dialogen waaruit moet blijken hoe perfect ze
wel is (“Waarom heeft God mij gekozen, ik ben immers niets!”). En
verder is ze inderdaad niets. Jozef is een vaag uitgetekende figuur
die timmert, strak voor zich uitkijkt en in z’n baard krabt, verder
komen we niets over hem te weten. En de drie wijzen worden zowaar
uitgespeeld als komisch trio, maar dan wel gezegend met het soort
van gevoel voor humor waar meneer pastoor geen aanstoot aan kan
nemen – de zwarte koning is weigerachtig om zijn kussens en z’n
goed eten achter te laten om een ster te gaan volgen. Hohoho, wat
een goeie grappen kunnen die extreme katholieken toch bedenken.

Al die personages drukken zich overigens uit in het soort van
gebroken Midden-Oostelijk Engels dat je ook wel eens aantreft bij
de schurken uit een foute Amerikaanse actiefilm, wat behoorlijk op
de zenuwen gaat werken. De mensen in die tijd spraken tóch al geen
Engels, dus als je die taal gaat gebruiken, waarom zou je er dan
niet meteen correct, vloeiend Engels van maken? Omdat dat de
conventie is, veronderstel ik. Alles aan ‘The Nativity Story’ is nu
eenmaal conventie – in zulke mate zelfs, dat je bijna zou kunnen
geloven dat de film het werk is van Cecil B. DeMille zaliger. In
zijn tijd kon je dit soort van koekendozen-gelovigheid misschien
nog accepteren, maar tegenwoordig lijkt ‘The Nativity Story’
absoluut zin- en doelloos.

Soms wordt de film zelfs lachwekkend in z’n pogingen om voor
iedereen goed te doen. We horen God spreken als ouderwetse
megafoonstem (“Zacherias, gaat en bevrucht Uw vrouw!”), de
engel Gabriël fladdert vrolijk rond in een wit laken, stralend van
hemels licht en de ster boven de stal in Betlehem richt een ware
schijnwerper op het Kindeke Jezus. Een mens vraagt zich af hoe die
koning Herodes ooit zo dom kan zijn geweest om die ster niet te
zien en Jezus meteen te gaan afmaken.

De enige momentjes waarop ‘The Nativity Story’ interessant
dreigt te worden, is wanneer de machtsgeile koning Herodes in beeld
komt – Ciaran Hinds is dan ook de enige acteur die zich niet hoeft
te schamen voor zijn prestatie. Het interessante aan zijn figuur is
dat wanneer hij beveelt dat alle kinderen in de stad moeten
sterven, God wél een waarschuwing geeft aan Jozef en Maria dat ze
moeten vluchten naar Egypte, maar alle àndere jongetjes rustig laat
afslachten. Wat voor God is dat eigenlijk? Maar goed, dat is dan
weer een punt waar de film weigert op in te gaan – we zouden zo
eens de kans moeten krijgen om na te denken, wie zou daar nu mee
geholpen zijn?

‘The Nativity Story’ is een steriel, van alle leven verstoken
religieus sprookje, dat intellectueel hersendood is, emotioneel
niks te bieden heeft (want de personages zijn vrijwel onbestaande)
en filmisch vaak tegen het randje van het openlijk belachelijke
aanschurkt. Dan nog liever naar de mis, daar valt tenminste nog wat
te eten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in