Yggdrasil

Je huurt de zaal boven een call centrum in Gent af, installeert
in de hoek een podium, zorgt voor aangepaste dranken en
rekwisieten, schakelt je vrienden in om het vlotte verloop van de
avond te garanderen en haalt twee bands in huis, waarvan een met
een lid van Anathema en de andere die waar je zelf bij betrokken
bent. Dat was samengevat het plan van de organisatie ‘Absynth
Klimt’. Een ‘psychedelische avond’ was het concept. ‘Yggdrasil’ de
naam.
Aan de naam van de organisatie valt enigszins af te leiden welke
aangepaste dranken op het menu stonden om het psychedelisch gevoel
de hoogte in te jagen. Nog maar pas bekomen van het verwante
experiment in de AB een week voordien, zagen we in Gent een avond
die het moest hebben van gezelligheid, psychedelische visuals, een
boomstronk op de vloer en kaarsen die het warme gevoel hoog
hielden. Vooral het contrast tussen het grote, industriële gebouw
en de natuursymbolen en intimiteit binnenin, was bijzonder
treffend.

‘Engelse sjamanen uit het woud’ stond op de affiche onder de naam
van Leafblade. Het geeft een idee waar deze
langharige Britten mee bezig zijn en welk genre ze brengen: freak
folk. Dit zijn heren die het niet hebben over vele jaren geleden
maar vele ‘manen’ geleden en wellicht bij volle maan de bossen
opzoeken om er de Germaanse godenstal te vereren. Geen band die
beter past bij het concept ‘Yggdrasil’, of de wereldboom uit de
Noordse mythologie. Hun tussenzinnen als “Nu tijd voor wat
Middeleeuwse romantiek. We hebben onze witte paarden buiten laten
staan” mochten ze wat ons betreft in Groot-Brittannië achterlaten.
Hun muziek mocht er anderzijds wel zijn.
Leafblade zijn vier heren rond Sean Jude, met als niet onbelangrijk
groepslid Danny Cavanagh, ja die van Anathema. Bassist Kevin Murphy was er niet bij,
waardoor de groep een trio werd, elk met een microfoon voor de
mond, elk met een akoestische gitaar in de hand. Technisch zat het
meer dan snor. Het perfecte samenspel tussen de drie gitaren bracht
ons bij momenten langgerekte psychedelische uitstappen en de
aardige meerstemmige gezangen hadden enkel als nadeel dat een extra
vrouwelijke stem nog meer zou bieden. Danny Cavanagh ging soms
achter zijn synthesizer staan en gebruikte dit instrument vooral om
door middel van trage tonen de mysterieuze sfeer er ondersteunend
in te houden. Sean Jude klonk dan weer als een kruising tussen
Brandon Boyd (Incubus) en Maynard James Keenan (Tool). Hoe goed het allemaal in elkaar zat, variatie
zou deze band geen kwaad doen. Ons grootste punt van kritiek is dan
ook dat je na vijf nummers wel wist wat ze in hun mars hadden en
zes nummers later niets aan onze indruk gewijzigd bleek. De
beperkte mogelijkheden die de instrumenten boden en drie stemmen
die dicht tegen elkaar aanleunden, deden hier geen goed aan.

De instrumentale monotonie werd al meteen doorbroken toen
…This Is Where My Little Saturn Sleeps aan zijn
set begon: een akoestische, een elektrische en een basgitaar kregen
het gezelschap van cello en drums om enkele vernuftige muzikale
constructies in elkaar te steken, die ons even naar de Canadezen
van Godspeed You! Black Emperor brachten. Hierbij was het snel
liefde op het eerste gezicht: aftrap ‘Hindsight’ slaagde er meteen
in naar de keel te grijpen. Een sfeer van melancholie en romantiek
overheerste en het was moeilijk om geen beelden voor ogen te
krijgen bij de zeer filmisch aandoende composities. Voor ‘Hithero’
werd het tempo opgedreven en een iets harder postrockgeluid
geïntroduceerd, maar toch bleef de warme klank behouden. De
verschillende luiken werden lang genoeg aangehouden, maar net op
tijd kwam dan toch een kleine switch, waardoor het geheel kon
blijven boeien. In perfect samenspel werden doorheen de
verschillende nummers genregrenzen afgetast: ‘Maëlstrom’ gaf een
gothic toets mee, ‘The Song of the Necessary Man’ liet in draf dan
weer herinneringen aan John Wayne-films voorbij flitsen.
Tot hiertoe niets dan lof, maar toch sloten wij onze aanvankelijk
opengesperde mond naarmate de set vorderde. Vanaf de tweede helft
werden de nummers steeds meer onderling verwisselbaar en begon de
sleur erin te komen. Tijdens ‘All Sleep and No Worries’ konden
enkele zanglijnen nog voor wat afwisseling zorgen, maar bij een
nummer als ‘Somnambular’ was het tevergeefs uitkijken naar een
uitbarsting. Het leek dan ook alsof in de laatste songs in de rij
minder risico’s genomen werden, waardoor de betovering werd
doorbroken en er van een anticlimax sprake was. Het schrijnend
gebrek aan interactie met het publiek, zeker voor een beginnende
groep, werkte mee in de hand dat de muziek ons op den duur wat koud
liet. Afscheid werd genomen met een simpel “Dat was het”, aan een
enthousiast verzoek voor bisnummers werd geen gevolg gegeven. Een
einde in mineur van een nochtans veelbelovende set. Dankzij de
muzikale knowhow en met nummers als ‘Hermits in Pairs’ als bewijs
dat ze het kunnen, krijgt …This Is Where My Little Saturn Sleeps
nog het voordeel van de twijfel, maar bij een volgende ontmoeting
verwachten we toch iets meer muzikale kopstoten. Niet dat de rest
van de aanwezigen zich daar nog druk om maakte: ter afsluiting van
Yggdrasil barstte nog een bescheiden psychedelica-fuifje los met
enkele lekkere deuntjes en verraderlijk fruitige cocktails, die
maakten dat de kleine foutjes al snel met de mantel der
alcoholische liefde toegedekt werden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =