Othin Spake :: The Ankh

Met Othin Spake vinden drie Belgische muzikale kameleons elkaar op
een kruispunt van genrebestuiving. Drummer Teun Verbruggen, die de
vellen beroert bij Flat Earth Society, Jef Neve
Trio
, gelegenheidsformatie Nozzle Slag en een waslijst andere
muzikale formaties, trommelde voor zijn nieuwe geesteskind twee
gelijkgestemde zielen op. Een potje jammen in de hobbytuin, daar
hadden Jozef Dumoulin, toetsenist bij onder meer Mââk’s Spirit en
Octurn, en huidig dEUS-gitarist Mauro Pawlowski wel oren naar. Dat
de drie beslagen muzikanten niet vies zijn van een experimentele
aanpak bewijzen ze eens te meer. Als Othin Spake stonden ze voor
het eerst samen op de planken op een winterse zondag in het
Brusselse jazzcafé Archiduc. Helemaal onvoorbereid trok het trio op
verkenning in de schemerzone tussen freejazz, rock en noise. De
publieke brainstorm bewees niet alleen dat de drie creatieve ego’s
elkaar prima aanvoelden, ook bij omstaanders viel het resultaat in
de smaak. Boekingen voor Jazz Middelheim, de zomereditie van Petrol
en de Flanders Jazz Meeting in Brugge bleven niet lang uit.
Dat Othin Spake niet alleen lovende maar ook afwijzende reacties
uitlokt, hoeft niet te verbazen. Jazz pur sang is bij hen ver te
zoeken. Wie op zoek is naar spannend experiment zonder oogkleppen
en over een geoefend paar oren beschikt, kunnen we ‘The Ankh’ warm
aanbevelen. De live-registraties op deze debuutplaat doen alvast
het beste vermoeden voor de verdere optredens.

De eerste zes improvisaties op ‘The Ankh’ dateren van een sessie in
de Antwerpse Petrol in augustus van 2005. Op ‘The Poem of Hyndla’
steekt Dumoulin van wal met een relaxed en melodieus thema op
rhodes tegen een achtergrond van roffelende drums en weerbarstige
gitaarklanken. Steeds prominenter treedt het gitaarspel van Mauro
op de voorgrond terwijl Dumoulin zijn beginthema aan splinters
slaat onder een spervuur van slagwerk. Als speels vechtende honden
springen gitaar en rhodes tegen elkaar op in een wilde maar
gecontroleerde freakout. Even later kruisen Verbruggen en Mauro de
degens, tot het beginthema terug zijn intrede doet en in de staart
van het nummer gemuteerd naar het einde meandert.

Bijna naadloos aansluitend ontwikkelt het trio ‘Höôr’. Opnieuw
neemt Dumoulin het initiatief en treedt Mauro als stoorzender op.
Verbruggen laat het tweetal voldoende ademruimte en stuwt de muziek
mee vooruit, eerst subtiel, dan dwingender. Dumoulin en Verbruggen
kennen elkaar al vele jaren en voelen elkaar perfect aan, wat de
hele plaat door hoorbaar is. Dat een rasmuzikant als Mauro zich in
dergelijk gezelschap als een vis in het water voelt, verbaast
niet.

‘Certified 31% Evil’ is misschien wel het sterkste moment uit de
set in de Petrol. Botsend en hoekig schiet het stuk uit de
startblokken, met een geluid dat dicht bij elektronica aanleunt.
Hand over hand neemt de waanzin toe en zuigt je als luisteraar mee
in een muzikale draaikolk die doet denken aan het werk van Black
Dice of Supersilent. Na enkele minuten creëert het drietal een
nieuwe wending met nog steeds een staccato, hoekige dynamiek.
Dumoulin weeft een harmonieus patroon door de jungle van gitaar en
drums. Othin Spake op zijn sterkst.

Boven een klanktapijt van trage gitaarklanken soleert een met
effecten overladen rhodes tijdens de openingssequens van ‘Fry’.
Verbruggen schakelt achter de drumkit een versnelling hoger en even
later volgt Mauro met een gitaaruitbarsting die van Sonic
Youth
gestolen kon zijn. Wat ondertussen op de drums gebeurt,
doet vermoeden dat Verbruggen wellicht meer dan twee armen aan zijn
romp heeft. Na ‘The Bureau Of Atomic Tourism’, een kort intermezzo
op gitaar, eindigt de set ingetogen met ‘Plastic Picollo Factory
Box’.

De zevende en laatste improvisatie komt uit de bewuste eerste
sessie van Othin Spake in maart 2005. Het optreden ging gebukt
onder technische problemen met drums en versterkers, maar een
vaardige klankvrouw wist het erg ‘gecomprimeerde geluid’ naar
behoren te restaureren. ‘Deity Ame’ kent een meditatief begin op
rhodes, terwijl de drums zachtjes schuifelen en ijle toetsen gitaar
als strepen kerosine het zwerk markeren. Dit lange muziekstuk
ontwikkelt zich heel organisch, bouwt langzaam op naar een
bescheiden climax, om daarna even spontaan terug met de voeten op
de grond te komen.

Met Othin Spake heeft de Belgische muziekscene er duidelijk een
nieuwe superformatie bij. Taaie kost, maar steeds op het scherp van
de snee. ‘The Ankh’ valt moeilijk in één vakje te duwen, maar
verdient zeker een stekje in uw platenkast. Puik werk!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in