Zwartboek

Sommige mensen veranderen nooit: tijdens de jaren zeventig
profileerde Paul Verhoeven zich als een getalenteerd viespeukje in
de Nederlandse filmindustrie, die geobsedeerd was door tieten en
fascisten (niet noodzakelijk in die volgorde). De Hollandse
goegemeente haalde collectief de neus op voor zijn soms expliciete
stukjes cinema (Rutger Hauer die met z’n blote handen een drol van
Monique Van De Ven uit de plee vist voor nadere inspectie, waarom
ook niet?), en pestte hem dan ook de oceaan over met treiterige
recensies en financiële besognes. In Amerika filmde de regisseur
zichzelf de onsterfelijkheid in door tussen de benen van Sharon
Stone te loeren, enkel om zijn eigen carrière helemaal om zeep te
helpen met ‘Showgirls’, een film die allicht nog goed gebruikt kan
worden als cursusmateriaal voor gynaecologen in wording. Nu, zes
jaar nadat hij tegen z’n eigen zin ‘Hollow Man’ maakte, keert
Verhoeven terug naar de heimat met ‘Zwartboek’, en waar gaat het
over? Verdomd, het gaat over tieten en fascisten. Niet noodzakelijk
in die volgorde.

Carice Van Houten (ooit nog in ‘Minoes’) speelt Rachel Steinn,
een joodse zangeres die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduikt
op het Nederlandse platteland. Wanneer de boerderij waar ze woont
wordt gebombardeerd, komt Rachel na heel wat omzwervingen bij het
verzet terecht. Ze laat haar haar (àl haar haar) blond verven en
gaat vanaf nu door het leven als Ellis de Vries. Op bevel van
verzetsleider Gerben Kuipers (Derek de Lint), papt Rachel in ware
Mata Hari-stijl aan met SD-commandant Müntze (Sebastian Koch), in
de hoop dat ze van hem voldoende te weten zal komen om het leven te
redden van enkele gevangen genomen kameraden. Tijdens die opdracht
komt ze echter tot de conclusie dat er een verrader in het verzet
zit, én wordt ze zowaar verliefd op Müntze. Miserie alom, dus.

Verhoeven is altijd al gefascineerd geweest door wat je, een
beetje pompeus misschien, een mythologiserende benadering van de
Tweede Wereldoorlog kunt noemen. Wat dat inhoudt, is dat hij geen
verhalen wil vertellen over nazi’s, maar over Nazi’s, van die
sinistere figuren met littekens in het gezicht die onheilspellend
over hun sigarettenrook heenkijken terwijl ze zichtbaar de één of
andere foltering staan te bedenken. Hij wil geen film maken over
verzetshelden, maar over Verzetshelden, die in geval van nood het
dichtstbijzijnde machinegeweer grijpen en met een spitse
one-liner hun vijanden omver knallen. Dit is de Tweede
Wereldoorlog als jongensboek, als opwindend avontuur waar weliswaar
verdomd veel doden vallen, maar iedereen die sterft dan toch op een
opwindende, coole manier de pijp uit gaat.

Verhoevens film lijkt één lange hyperbool. Als dit een roman
was, zou hij vol uitroeptekens staan. Erg geloofwaardig dreigt
‘Zwartboek’ daarmee nooit te worden, met heel wat scènes en
dialogen die zo ongeloofwaardig en kitscherig zijn dat het ronduit
lachwekkend wordt. Een paar van de beste gillers als voorbeelden?
In een bepaalde scène stormt een regiment SS-soldaten de
schuilplaats van het verzet binnen. Alles lijkt verloren, tot één
van de Hollanders een geweer pakt en eigenhandig al die moffen
omlegt. Daarna kijkt hij even naar buiten en concludeert:
“Gelukkig. Ze waren alleen.” Dà’s een meevaller.

In een andere scène zien we hoe een extreem religieus katholiek
lid van het verzet finaal doortrapt en een collaborateur vol kogels
jaagt onder het hysterisch uitstoten van de zin: “Je mag niet
vloeken, godslasteraar!” Right on! Even later laat één van
zijn collega’s een kogel uit z’n schouder verwijderen met enkel een
slok jenever als verdoving, zonder evenwel te vergeten eerst te
toosten. Maar mijn favoriet is een scène waarin Derek de Lint met
een intense blik de camera in staart terwijl hij zegt: “Waar dan
ook…” (en de camera komt dichter) “hoe dan ook…” (de camera
komt nog dichter) “wanneer dan ook…” (nóg dichter!) “die
moffenhoer gaat eraan!” Jaja, er valt wat te lachen in
‘Zwartboek’.

En dan hebben we het nog niet gehad over de protserige
seksscènes (Fassbinder lijkt nooit veraf) of bepaalde momenten die
geen nadere omschrijving verdragen maar te maken hebben met een
enorme emmer stront. Yummie. Verhoeven probeert z’n film te
maskeren als een bespiegeling over de moraliteit van de oorlog, en
heel wat critici lijken er nog in te trappen ook. Müntze is een
nazi, maar hij is ook gewoon een sympathieke pee. Collaborateur
Ronnie lijkt een klassieke moffenhoer, maar blijkt uiteindelijk nog
niet zo’n kwaaie te zijn. De boodschap: goed en slecht zijn niet
altijd duidelijk te onderscheiden onder extreme omstandigheden als
een oorlog. Da’s leuk om te weten, maar let’s face it: het
is toch maar een schaamlapje dat Verhoeven moet toelaten om zijn
kitsch en camp onder het mom van serieuze filmmakerij te kunnen
uitbrengen. Idem dito voor een weinig overtuigende subtext rond de
hedendaagse Amerikaanse politiek: de Duitsers noemen de aanslagen
van het verzet “terrorisme”, waar ze dus met recht en rede tegen
kunnen reageren. Nudge, nudge, wink-wink, say no more.

Misschien had ik wel méér respect kunnen opbrengen voor
‘Zwartboek’ als Verhoeven niet zo hypocriet was geweest over zijn
bedoelingen: een crappy exploiterend verhaaltje waarin de
Tweede Wereldoorlog als achtergrond wordt gebruikt voor een
ongegeneerd sleazefest, nog tot daar aan toe. Maar de
regisseur probeert er het air van een relevant geschiedkundig
verhaal aan te geven, en dat is het nu eenmaal niet. Vooral ook
omdat de beweringen dat ‘Zwartboek’ waar gebeurd zou zijn, best met
een flinke korrel zout genomen kunnen worden – Verhoeven en
coscenarist Gerard Soeteman verzamelden enkele verhalen uit de
Tweede Wereldoorlog en regen dat vervolgens aaneen tot een enkel
verhaal dat nooit heeft plaatsgevonden. Door verschillende
gebeurtenissen te concentreren tot één scenario, krijg je haast
vanzelf de overdrijving die je hier ziet.

Verhoeven kan wel filmen, natuurlijk: elke cent van het enorme
budget is op het scherm te zien, met geweldige decors, kostuums en
special effects, en zwierig camerawerk. Je verveelt je geen moment,
het gaat goed vooruit… Maar who cares? Kitsch is
amusant, ja, natuurlijk is het dat. Maar dat mag je absoluut niet
verwarren met een kenmerk van kwaliteit. Het enige dat écht goed is
aan ‘Zwartboek’ is de hoofdrol van Carice Van Houten, die bewijst
dat ze zelfs met haast onuitspreekbare dialogen tóch nog aan de
slag kan. Verder zou ik deze rustig overslaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =