Confuse The Cat :: We Can Do It

Er zit vast een logica in: je overwint kanker en, in het besef dat je geluk hebt gehad, besluit je er gewoon voor te gáán zolang er je nog tijd rest — je weet toch, beter dan wie ook, dat het elk moment gedaan kan zijn. Geert Plessers heeft vanuit dat besef een nieuwe plaat opgenomen met zijn Confuse The Cat, en het zal niet verbazen: die plaat is zót.

"Toe-doe-doe, een tocht door het donker", zal het Eurosongsuckertje Thor binnenkort ergens in Boekarest brallen. Het kind ziet geen hand voor ogen, daar in dat bos met zijn oma, maar in werkelijkheid staat hij in een flitsend spectrum van dolle kleurtjes, met goedkeuring van de VRT. Donker is wel wat anders, beste Thor, zullen wij terloops eens peinzen, en daarbij zal dan niet geheel toevallig aan een van de beste Belgische releases van het jaar 2006 gedacht worden. Want We Can Do It is momenteel behoorlijk vastgeroest in de cd-speler van ons immer in zwart gehuld en behoorlijk van de pot gerukte alter ego, Akelige Ali.

De derde Confuse The Cat is als een nachttrein vol bloeddorstige en bepaald niet te vertrouwen individuen. Het ding dendert vervaarlijk langs bodemloze ravijnen en neemt het zeker niet al te nauw wat betreft de veiligheidsregels. Aan het stuur van dit monster zit Geert Plessers als een manische machinist met vervaarlijke contouren en een stem waarvoor wij, tere zieltjes, diep onder ons dekbed kruipen. Genadeloos rijt de man met zijn snerpende "blaforgaan" onze jonge oorschelpen aan flarden en doet hij ons ijlen van angst. We durven niet mee naar zijn duistere universum. We kunnen onze mooie kleurdoos niet achterlaten voor een wereld die zich enkel in het kleed van de nacht hult. Wij hoeven geen soundtrack bij ons luchtige leven als de epische outro van "The Deepest Blue". Maar we kunnen er niet aan weerstaan. We gaan eraan en we blijven niet overeind staan. Willen we ook niet, merken we diep in ons binnenste, licht beschaamd, maar bevrijd.

Onbeschaamd kelen alsof diezelfde nachttrein hem dreigt omver te rijden: Geert Plessers geeft niet zo om zijn cool. Geen berekening in zijn stem of in zijn teksten. Geen gehengel naar de aandacht van het grote publiek. Waarom zou hij ook? Plessers is geen groentje meer en reizigert al vele jaren langs de meer sinistere paden in het Vlaamse rocklandschap. Hij hoeft het dus enkel nog voor zichzelf te doen. Het is dan ook in zekere zin ironisch te noemen dat uitgerekend deze compromisloze, pikdonkere plaat wel eens enkele deuren zou kunnen openen voor Confuse The Cat. Voortdurend klinkt deze We Can Do It immers alsof de ritmesectie van Interpol onder een schuilnaam opereert en een of andere zonderlinge, door een stelletje rekruten van een Heilige Oorlog gemartelde filippijn aan een microfoon gegijzeld houdt. Maar neen, geen Interpol: dit is veel te gek voor die Amerikanen. De intens mokerende postpunk van Confuse the Cat is in vergelijking met de hippe referenties die hier en daar doorklinken, veel gewaagder en veel vrijer, ook. Zo vrij van pose en berekening hebben we onze muziek zelden gehoord, of we zouden malloten als Daniel Johnston of Danny Cohen moeten oprakelen. Een nummer als het aan Girls Against Boys rakende "Principessa" is er gewoon over, in eender welk ander geval, maar op deze plaat past het moeiteloos in het hysterische geheel. Een tekstflard Boney M wordt niet eens op gefrons onthaald. Wij improviseren een polka met een buurvrouw waarbij we niks te verliezen hebben en vieren de nacht en het einde van de wereld.

Ook de titeltrack, het demonische "Expert" en het uiterst dansbare "Senkrecht Waagerecht" bieden hysterisch gitaargeweld zoals eender welke hippe New Yorker die het label postpunk genegen is, het nooit op plaat zou durven te gooien. Het verschil zit ’m in de attitude. Plessers houdt geen rekening meer met conventies en maakt van deze nieuwe plaat een terechtwijzing voor elke zichzelf een rocker noemende medemens. Rocken als de beesten krijgt een nieuwe dimensie. Wij lopen op vier poten door de kamer en blaffen gewillig mee. Rrrrrhaaa!

Kanker overwinnen doe je niet zomaar. Het is een gevecht dat je lichamelijk helemaal alleen voert, maar waarbij je mentaal meestal wel op steun van je dierbaren kan rekenen. Die psychische steun is zelfs onontbeerlijk in het genezingsproces. Daarom bedankt Geert Plessers iedereen die hem in zijn slechtste momenten heeft bijgestaan, "without this fellowship we couldn’t do it, but …". Het heeft een superplaat opgeleverd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in