Nick Oliveri And The Mondo Generator, 21 November 2006, Muziekodroom

Groepen die in de schaduw van een andere band het licht zien, zijn vaak gedoemd om als een zwakkere versie van hun grote broer door het leven te gaan. Verwacht van Mondo Generator echter geen Queens Of The Stone Age-light, Nick Oliveri en de zijnen staan garant voor een brok rock-’n-roll zo stevig dat het achtervoegsel ’heavy’ eerder gepast is.

Oliveri is inmiddels al vijfendertig. Dat is heel wat ouder dan Pete Doherty die de voor deze beroepssector riskante leeftijd van zevenentwintig heeft. Nochtans moet het gedrag van Oliveri niet onderdoen voor dat van Engelands bekendste druggebruiker. Je kunt je uiteraard de vraag stellen of de mythe rond Oliveri niet overtrokken is, maar zelfs als slechts de helft van de verhalen rond de man waar zijn, dan kunnen we niet anders dan Pete Doherty een mietje vinden, zeker als je in acht neemt dat Oliveri er al bij al nog best gezond uit ziet. Waar de man met de duivelssik vroeger echter doorraasde en niet stilstond bij mogelijke gevolgen van zijn daden — zie zijn gedwongen vertrek uit diverse bands — lijkt hij het nu kalmer aan te doen en hooguit de mythe te voeden door in de recente single "I Never Sleep" zinsneden als ’I’m always high, I never die/Don’t you wish you could be like me’ richting publiek te schreeuwen.

Voor Nick Oliveri And The Mondo Generator het Hasseltse publiek mogen inpakken, speelt het behoorlijk jonge Limburgs gezelschap The Rones een set die de Mondo Generatorfans van het eerste uur stevig in verwarring weet te brengen. De groep start zijn set met "El Rodeo", een nummer dat Kyuss ooit opnam nà vertrek van Oliveri, een redelijk gewaagde keuze, maar achteraf gezien zo gek nog niet. The Rones leveren een plak verwoestende rock af die het midden houdt tussen tussen de meest poppy kant van Metal Molly en de meest gestoorde zijde van Millionaire. Een redelijk overweldigende sound, die door de sample van Prodigy-klassieker "Voodoo People" inpikt op het energieke sfeertje van de nineties ravecultuur, zorgt ervoor dat de groep overeind blijft en een prima opwarmer vormt voor de hoofdact.

Een andere brok energie vormt Nick Oliveri zijn vernieuwde Mondo Generator. Tijdens opener "Fuck You, I’m Free" gaat de band weliswaar nog uit de bocht en lijkt hij zich bekeerd te hebben tot nu-metal, de in de nevelen van de milleniumwende verdwenen wansmakelijke uitwas van de rockmuziek. Maar gelukkig zorgen een heerlijk vertraagd en best melodisch "Gonna Leave You" en een van debuut Cocaine Rodeo gegrepen loodzware — ooit onder een pletwals gelegen? — versie van "Shawnette" voor het verbreden van de horizon. Mondo Generator is duidelijk meer dan zomaar een schreeuwproject. Al blijft de oerschreeuw — Oliveri laat met behulp van zijn microfoon meer dan eens zien wat deep throat inhoudt — wel het ankerpunt van de show.

Wanneer halverwege de set het brulwerk zelfs de meest doorgewinterde fan op de zenuwen begint te werken, speelt de groep het tactisch en wordt er serieus gas teruggenomen met "Auto Pilot", waarbij er zowaar een meezingmoment is dat zowel bij band als publiek gelukzalige grijnzen oproept. Die grijnzen zijn ook aanwezig, al zijn ze dan eerder ranzig dan gelukzalig, als Mondo Generator voluit de losbandige punkrock kaart trekt en met "Mental Hell" en "Like You Want" nummers brengt die je zo op de soundtrack van een housewrecker verwacht. Wanneer de groep in de laatste bis, de Turbonegro-cover "Back To Dungaree High", ’It’s just a way to stay alive, boy’ zingt, weet je dat Mondo Generator een van de eerlijkste en overtuigendste rock-’n-rollbands is die je op een podium aan het werk kan zien en blijk je voor het eerst de breuk tussen Oliveri en zijn Queens-broeders niet zo’n drama meer te vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in