Nacho Libre




Regisseur Jared Hess wist een paar jaar geleden een soort van
faam te bereiken toen zijn film ‘Napoleon Dynamite’ een
verrassingshitje werd onder het MTV-publiek. Bij ons kwam die prent
niet eens in de zalen, zo laag gespannen waren de verwachtingen,
maar de reputatie van de film bleef maar groeien en op dvd is hij
alsnog uitgegroeid tot een cult favorite onder al wie jong
en/of bezopen is. Persoonlijk geloof ik niet dat ik ooit zodanig
dronken zal worden dat ik ‘Napoleon Dynamite’ grappig vind, maar
goed, dat is dan weer mijn probleem.

Hess maakt z’n follow-up met ‘Nacho Libre’, een komedie
die erop lijkt te vertrouwen dat het voldoende is om Jack Black
anderhalf uur lang met een Mexicaans accent te laten praten om van
een succesvolle film te spreken. Niet dus – wat we hier krijgen, is
een pijnlijk onleuke one joke movie die erin slaagt om een
goeie komiek negentig minuten lang een platform te geven (Black zit
in werkelijk élke scène) en hem dan geen enkele goeie grap te laten
scoren. En dat terwijl Jack Black één van die mensen is die van
nature grappig zijn – in ‘King Kong’ was hij zelfs
nog geestiger dan Peter Jacksons pogingen om een epos van z’n film
te maken.

Black speelt voor de gelegenheid een broeder in een Mexicaans
katholiek weeshuis. Zijn leven is er één van eenvoudige
frustraties: hij maakt walgelijk uitziende brij klaar voor de
kinderen, heeft een oogje op zuster Encarnación (snapt u ‘m, snapt
u ‘m? Jamaar, snàpt u ‘m wel?!) en droomt ondertussen van roem,
rijkdom, liefde en de dag dat hij zijn jongens eens een salade zal
kunnen voorzetten. Nadat hij ziet hoe een bekende worstelaar haast
wordt overvallen door een meute bewonderende fans, besluit hij niet
bij de pakken te blijven zitten maar stante pede een spandex
uniformpje voor zichzelf te maken en in de ring te stappen als de
gemaskerde worstelaar Nacho.

Wat dan volgt, is een serie sketches waarin situaties die in
opzet best wel grappig zouden kùnnen zijn, compleet om zeep worden
geholpen door een verkeerde timing en ongeïnspireerde regie. Neem
nu deze: onze held heeft al z’n moed bijeen geraapt en vraagt
zuster Encarnación op het klooster-equivalent van een date – “wil
je misschien toast komen eten op mijn kamer?” De zuster zegt toe
en… tja, daar zitten ze dan. En ze eten toast. Einde van de
situatie. Ergens in de fantasie van Hess zal dat vast wel grappig
zijn geweest, maar wat ik zag was een grap zonder punchline, met
twee acteurs die wanhopig hun best deden om er toch nog wat van te
maken. Ze kauwen luidruchtig en slikken zeer nadrukkelijk in de
hoop dat het op die manier toch een beetje geestig zal worden.
“Jamaar,” hoor ik de fans van Hess al zeggen, “dit is droge humor.”
Misschien is het zo inderdaad wel bedoeld, maar droge humor is een
grap waarvan de clou niet met een vette knipoog wordt benadrukt –
het is geen excuus om in het geheel géén clou te hebben.

Bovendien worden die claims op droge, onderkoelde humor al snel
onderuit gehaald wanneer je ze vergelijkt met de worstelscènes –
staaltjes slapstick waar Benny Hill nog trots op zou zijn. Deze
sequensen geven Jack Black de kans om te pas en te onpas in zijn
bloot bovenlijf rond te lopen, wat nu niet direct een panorama is
waarvoor je spontaan richting cinema trekt. Vergelijkend onderzoek
tussen beelden uit deze film en uit de thriller ‘The Hole’, wijzen
immers onweerlegbaar uit dat Black grotere borsten heeft dan Keira
Knightley.

Dit een droge komedie? Nee hoor, gewoon een flauwe. We krijgen
een scène waarin Black aan de slag gaat met koeienstront
(lacheeeeuh!) en eentje waarin hij een adelaarsei rauw opschrokt.
Die scènes leiden nergens naartoe, en in essentie hebben ze maar
weinig te maken met wat voor plot Hess dan ook pretendeert te
vertellen. Maar daar zijn ze dan.

Jack Black is nochtans een goed acteur, die met ‘School of Rock’ heeft
bewezen wat hij als komiek in z’n mars heeft, en tussendoor ook
overtuigend uit de hoek kwam als dramatisch acteur in films als
‘Dead Man
Walking’
. Het is doodzonde om hem op te zadelen met zo’n
lamlendig materiaal. Black trekt hier en daar een smoel om de dode
momenten toch te reanimeren en hij spreekt continu in een Spaans
gelispel dat zéér sporadisch wel eens een glimlach weet uit te
lokken, maar veel kan hij er niet aan doen – het probleem met
‘Nacho Libre’ zit ‘m in het script, dat doodeenvoudig niét grappig
is.

Binnenkort brengt Black een film uit samen met zijn spitsbroeder
Kyle Glass rond Tenacious D. Ik durf stilletjes te hopen dat Black
daar meer inspraak in had en dat er daar dan ook wél wat te lachen
valt. ‘Nacho Libre’ zou ik ondertussen voor het gemak maar
overslaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in