The Science of Sleep




Niks zo lastig als het the movie after-syndroom. Je
hebt net een immens succesvolle film gemaakt, de hele wereld
bekijkt je alsof je het volgende wonderkind bent, en wat doe je
dan? Hoe zorg je ervoor dat je volgende project geen teleurstelling
wordt? Michel Gondry zat met dat probleem nadat hij samen met
scenarist Charlie Kaufman ‘Eternal Sunshine of the
Spotless Mind’
maakte, wellicht één van de beste films van het
voorbije decennium. Gondry werd overal bewierrookt voor zijn
originele aanpak en fenomenale visuele stijl, en moest dus die pas
verkregen reputatie zien te bevestigen. En wat deed de slimme
Fransoos? Hij liet Hollywood even wachten en ging terug naar
Frankrijk om daar op een relatief laag budget een persoonlijk, half
autobiografisch filmpje in elkaar te knotsen. En het is nog een
goeie ook. Respect, man.

Het verhaal begint wanneer Stéphane (Gael Garcia Bernal) na de
dood van zijn vader terugkeert uit Mexico om zijn moeder op te
zoeken in Parijs. Hij krijgt daar een idioot baantje in een firma
die kalenders produceert, maar besteedt eigenlijk het grootste deel
van zijn dag en nacht met dromen. Al sinds zijn kindertijd heeft
hij moeite om zijn dromen te onderscheiden van de werkelijkheid, en
de manier waarop beide door elkaar lopen maakt het vaak lastig voor
hem om een job te behouden, laat staan een relatie te beginnen.
Toch wordt hij verliefd: tegenover hem woont de charmante Stéphanie
(Charlotte Gainsbourg) en de twee beginnen aan een moeizaam proces
van aantrekken en weer afstoten.

In zekere zin toont Michel Gondry zich met deze film een
zielsverwant van Terry Gilliam, nog zo’n fantasierijke dromer die
graag de werkelijkheid overstijgt. Beide regisseurs hebben het
immers over de tragiek van de eeuwige dromer: iemand die zodanig
overhoop ligt met de realiteit dat hij wegvlucht in hersenschimmen,
tot het moeilijk wordt te bepalen wat nu echt is en wat niet.
Doorgaans doen we erg romantisch over dromers en vinden we dat
allemaal mooi, maar eigenlijk is het ook bijzonder treurig. ‘The
Science of Sleep’ gaat in feite over iemand die absoluut niet kan
functioneren in de werkelijkheid en met elke tegenslag die hij te
verwerken krijgt, verder wegvlucht in zijn fantasieën. Dat proces
wordt vaak heel geestig, en altijd op een tomeloos creatieve manier
in beeld gebracht, maar erg leuk is het niet. Love’s a
bitch,
wat kun je er anders van zeggen?

Gondry bewijst hier in ieder geval dat hij geen Charlie Kaufman
nodig heeft om bizarre, surrealistische taferelen op het scherm te
toveren. De droomwereld van Stéphane omvat onder andere een
kartonnen televisiestudio van waaruit hij zijn eigen leven probeert
te ensceneren, een scheermes met spinnenpoten, pluchen paarden,
watten wolkjes enzovoort. Een extreem gestileerde wereld, die op
z’n best een vage gelijkenis vertoont met die van Wes Andersons
‘The Life Aquatic
With Steve Zissou’
, maar toch nog anders is. In een tijdperk
van CGI werkt Gondry met karton, plastic, papier maché en pluche om
zijn effecten te verkrijgen en het resultaat daarvan is verfrissend
en vaak overweldigend. Op de één of andere manier put ik troost uit
de gedachte dat menselijke dromen zich niet afdoende laten
uitdrukken door computers, maar dat daar fysiek handenwerk voor
nodig is. De wereld van ‘The Science of Sleep’ ziet er anders dan
eender welke filmwereld die ik ooit eerder heb gezien (inclusief
die van ‘Eternal
Sunshine’
). Elk detail is met liefde en nauwgezetheid
afgewerkt.

Naarmate de film vordert, wordt die droomwereld steeds
prominenter aanwezig en begint ze de realiteit over te nemen – er
wordt een tijdmachine geïntroduceerd, waarmee je telkens één enkele
seconde naar het verleden of de toekomst kunt reizen, maar dat
toestel lijkt zich in de werkelijkheid te bevinden. Voor zover wij
weten. De mogelijkheid bestaat immers ook dat letterlijk àlles zich
in het hoofd van Stéphane afspeelt. Hoe langer het duurt, hoe
minder zeker we daar van zijn. Aanvankelijk lijkt het onderscheid
tussen droom en realiteit nog duidelijk, maar die grenslijn
vervaagt zienderogen. Net zoals dat voor Stéphane het geval is.

Voor pure weirdness heeft Gondry Charlie Kaufman dus
echt niet nodig. Maar wat die fantastische scenarist wél meegaf aan
‘Eternal
Sunshine’
, was een sterke narratieve lijn. En die ontbreekt er
hier een beetje aan. ‘Eternal Sunshine’ werkte
duidelijk naar een dramatische climax toe: hoe complex en vreemd de
film soms ook leek, we wisten uiteindelijk wel perfect wat er op
het spel stond, en de bizarre visuele spielereien stonden
ten dienste van dat verhaal. Charlie Kaufman wist heel goed wat hij
wilde vertellen, en de unieke visuele stijl van Gondry zorgde
ervoor dat die inhoud op een onvergetelijk aangrijpende manier
verteld werd. In ‘The Science of Sleep’ doet Gondry het op z’n
eentje (hij schreef ook het scenario), maar hij hij werkt veel
minder naar een duidelijk eindpunt toe. Ergens halverwege weet je
wel zo ongeveer wat hij te zeggen heeft, en hij weet er vervolgens
niet veel meer aan toe te voegen. Na een uur zijn de inhoudelijke
ideeën op, terwijl de visuele en vormelijke ideeën volop blijven
komen, in een eindeloze stroom aan oprecht fascinerende
creativiteit. Misschien zit het verschil er wel in dat Charlie
Kaufman algemeen bekend staat als een meedogenloos strenge
schrijver, die aan zeer zware zelfkritiek doet en blijft
herschrijven tot het goed is. ‘The Science of Sleep’ geeft meer de
indruk van een scenarist die regelmatig de belangen van z’n verhaal
al eens achteruit durfde te schuiven om zichzelf ten dienste te
zijn als regisseur. Sommige scènes zijn misschien niet noodzakelijk
voor het verhaal, maar ze zijn gewoon cool om te filmen, dus dan
doe je dat maar.

Gael Garcia Bernal speelt hier zijn meest onaantrekkelijke rol
in jaren: hij is absoluut niet bang om een zwak personage te
spelen, dat vaak zwelgt in zelfmedelijden en de hele tijd rondloopt
in dorky kleren. Toch weet hij een kern van intelligentie
en waardigheid aan Stéphane mee te geven, die de film erg goed van
pas komt. Charlotte Gainsbourg is minder opvallend, maar altijd
geloofwaardig als Stéphanie. Zij moet eigenlijk de
straight rol spelen, de éne persoon die min of meer
constant blijft midden in de stormvloed aan beelden en indrukken
die de film biedt. Geen dankbare rol, maar ze vult ‘m meer dan
behoorlijk in.

‘The Science of Sleep’ is het werk van een onmogelijk creatieve
regisseur, die zo ongelooflijk veel visuele ideeën heeft dat hij
zich af en toe vergaloppeert en voorbij gaat aan de vraag of zijn
experimenten wel altijd inhoudelijk te verantwoorden zijn. Maar dan
nog – wàt een genot om naar te kijken, zeker in deze tijd van acute
ideeënschaarste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in