Joan As Police Woman :: “Elk publiek heeft nood aan een andere sfeer, ook al ligt dezelfde setlist aan de basis”

joanas2.jpg

Het debuutalbum van Joan Wasser aka Joan As Police Woman,
Real Life, sloeg dit jaar als een bom in. Publiek en
pers waren het erover eens: dit was meteen één van dé platen van
2006. Met het materiaal trok ze de baan op voor een in lengte
steeds imposanter wordende tour. In juli betoverde ze het
Rivierenhof in Deurne, in augustus werd ze gezien en goedgekeurd op
Pukkelpop en enkele weken geleden mocht ze het nieuwe seizoen van
de Handelsbeurs openen. Voor het einde van het jaar zal
ze nog twee maal te gast zijn in ons land, maar voor het zo ver is,
is het eerst tijd voor een praatje met misschien wel dé ontdekking
van dit jaar.

Joan Wasser heeft al wat watertjes doorzwommen. Ze zette haar
eerste muzikale stappen tijdens een klassieke viooltraining, kwam
daarna terecht bij enkele kleine groepjes die onder meer punkrock
speelden, om nadien als muzikante haar sporen te verdienen bij
iconen als Nirvana, Lou Reed en Nick Cave. Nog niet zo lang geleden
was ze één van de Johnsons die achter Antony’s imposante verschijning schuilen en mocht ze
het podium delen met Rufus
Wainwright
, maar tegelijkertijd begon ze te snakken naar een
eigen project. Dat kwam er onder de naam Joan As Police Woman. Na
een onopgemerkt gebleven EP sloeg het debuutalbum Real
Life
dit jaar als een bom in. Publiek en pers waren het erover
eens: dit was meteen één van dé platen van 2006. Met het materiaal
trok ze de baan op voor een in lengte steeds imposanter wordende
tour. In juli betoverde ze het Rivierenhof in Deurne, in augustus
werd ze gezien en goedgekeurd op Pukkelpop en enkele weken geleden
mocht ze het nieuwe seizoen van de Handelsbeurs openen. Voor het einde van het jaar zal
ze nog twee maal te gast zijn in ons land, maar voor het zo ver is,
is het eerst tijd voor een praatje met misschien wel dé ontdekking
van dit jaar.

Joan as beginning musician

enola: Laten we beginnen met een korte blik op het verleden.
Voor Joan As Police Woman was je vooral bekend als muzikante voor
onder meer Lou Reed, Nick Cave, Rufus Wainwright en Antony and the
Johnsons. Hoe kijk je terug op deze samenwerkingen?

Wasser: Het zijn zeer enigmatische figuren. Het was
geweldig om met elk van hen te werken, ze zijn stuk voor stuk
ongelooflijk getalenteerd. Om enkel nog maar in hun sterke
aanwezigheid te verkeren, was al een zegen, omdat het nu eenmaal
leuk is om je in charismatisch gezelschap te bevinden. Ze hebben
daarnaast allen ook een zeer verschillende aanpak en het was
interessant voor mij om te observeren hoe zij tewerk gaan.
enola: Wanneer je bij hen speelde, voelde je je sterk verbonden
met de muziek die ze brachten of heb je in de begeleidingsband meer
het gevoel een job uit te voeren?

Wasser: Er was zeker wel een sterke verbondendheid, anders
zou ik niet kunnen spelen. Alle muziek is belangrijk en het is
fantastisch om mee in dat ontstaansproces verwikkeld te zijn. De
zanger heeft zijn band nodig en vice versa: iedereen heeft nood aan
elkaar. Alles gaat op in één samenwerking.
enola: Er is dus echt sprake van een volwaardige
relatie.

Wasser: Inderdaad, en met goede communicatie kan het vlot
lopen, net als een goed geoliede machine. Het heeft iets animaals,
het voelt beestachtig aan.
enola: Joan As Police Woman is niet je eerste band. Je speelde al
in enkele lokale groepjes in Boston en nadien onder meer bij de
punkrockformatie The Dambuilders en Those Bastard Souls. Toch
kwamen deze groepen wat vroegtijdig tot een einde. Geloof je met
dat in het achterhoofd nog steeds in het concept van een
band?

Wasser: Zeker. Met The Dambuilders bijvoorbeeld, werkten
we ongeveer zeven jaar samen. We brachten heel wat platen uit en
tourden exhaustief. Die band kwam dus zeker niet tot een
vroegtijdig einde. Dat was best een lange tijd met heel wat
fascinerende ervaringen. Ook met Those Bastard Souls had ik een
geweldige tijd. Ik geloof natuurlijk nog in het concept, je ziet
het constant gebeuren. Momenteel schrijf ik mijn eigen materiaal,
dus dat maakt het een ietwat andere zaak, maar toch blijf ik ook
met een goed gevoel terugkijken op de band waarin alles in
samenwerking geproduceerd werd.
enola: Plots was er dit jaar de grote doorbraak en kwam je in de
spotlights terecht. Was het moeilijk om de overgang te maken van de
vrouw in de achtergrond naar het aandachtspunt?

Wasser: Het was een natuurlijke en vloeiende overgang. In
1998 had ik de groep Blackbeetle samengesteld en dat was de eerste
keer dat ik echt het voortouw nam door de songs te schrijven en
zelf ook de gitaar ter hand te nemen. Andere leden begonnen echter
ook mee te schrijven en mee te zingen en uiteindelijk werd het
schrijfproces alweer een groepsactiviteit. Het was een
experimentele periode waarin we verschillende werkwijzen
uitprobeerden. Dat was een goede leerschool om echt voorop te gaan
staan en te zingen. Het was soms verschrikkelijk omdat ik er niet
aan gewend was. Ik moest mezelf gaan uitdrukken, maar wist voor een
hele tijd niet wat te zeggen. Er was dus wat werk aan de
winkel.

Joan as artist

Real
Life
is hét indie-album van
2006 en werd zowel bij critici als bij het publiek vol lof
onthaald. Geeft dit jou een gevoel van pure tevredenheid of komt er
ook een zekere druk bij kijken?

Wasser: Zeker en vast een
combinatie van de twee. Ik probeer niets te verwachten, niet met
een negatieve ingesteldheid, maar gewoon opdat ik voor alles zou
open staan. Wanneer er dan toch wat gebeurt, kan ik dan op een
momentane reactie voortgaan in plaats van volgens een vooropgesteld
plan te handelen. Ik kan nog steeds niet geloven hoe men op dit
album reageerde.
Het is een ware hype.
Wasser: Overweldigend
gewoon. Het maakt dat ik me minder alleen voel. Ik dacht steeds dat
ik een enorme freak was. Vanaf het moment dat het publiek mijn
platen goed begon te vinden, ebde dat weg.
Een therapeutische werking
dus.

Wasser: Voila, ongelooflijk
gewoon. Erna ben ik weer aan materiaal beginnen schrijven voor een
nieuw album en ik ga daaraan voortwerken in oktober. Deze nummers
heb ik ook al live gespeeld en ook daarop reageerde het publiek
positief. Ik ga dus gewoon blijven doen zoals ik nu bezig ben en
hopen dat iedereen mijn stappen volgt. Indien niet, dan is
natuurlijk hun volste recht. Eender welke plaat ik later nog
uitbreng, ik zal er eerst volledig gelukkig mee moeten zijn of ze
zal het daglicht niet te zien krijgen. Ik probeer steeds mezelf te
vinden in het leven omdat je daar nood aan hebt om gelukkig te
kunnen zijn.
Kan je al wat meer vertellen over
dit nieuwe materiaal?

Wasser: Geen idee, ik denk
dat ik meer als mezelf klink. Een deel ervan breng ik nu al live,
dus misschien laat ik dat oordeel beter aan jou over.
Je hebt met deze plaat ook een heel
eclectisch werk gemaakt, waarop indie en rock vermengd raken met
punk, blues, funk, soul en zelfs gospel. Hoe kwam je tot dit areaal
aan generische invloeden?

Wasser: Ik luister gewoon
naar al die muzikale stijlen en ik hou ervan. Op een bepaalde
manier voel ik niet de drang om de muziek waarnaar ik luister te
klasseren binnen afgelijnde genres. Gedurende een lange tijd volgde
ik een klassieke opleiding, maar tegelijkertijd luisterde ik ook
naar punkrock. Ik ben gewoon altijd al met heel veel soorten muziek
bezig geweest. Maar klassieke muziek bijvoorbeeld kan ook zo
punkrock zijn. De première van ‘The Rite of Spring’ in 1910
veroorzaakte rellen. Wat is er nu meer verbonden met punk dan
rebellie?
Je zou kunnen zeggen dat Mozart het
eerste rockidool was.

Wasser: Zeker. Het heeft
allemaal te maken met emotie. Zelf hou ik van goede muziek en dan
mag die onder eender welk genre vallen. Op deze manier komen al
deze stijlen gewoon uit mezelf.
Het album straalt een eigen sfeer
uit: vele songs schetsten een warm of nuchter portret van het leven
en de liefde, maar twee nummers verschillen in dat opzicht wat van
de rest. ‘Save Me’ is een speels, verleidelijk nummer en de
rocktrack ‘Christobel’ toont dan weer een prominente uiting van
woede. Ben je aan deze nummers begonnen als stilistische
experimenten?

Wasser: Ik plaatste ze
naast elkaar op de plaat omdat ze naar mijn mening bij elkaar
horen. Toch zijn ze niet op hetzelfde moment geschreven en zijn ze
geworteld in de staat waarin ik me op dat moment bevond. Het is wel
interessant dat ze effectief in het oog springen.
In het oog springen doen ze zeker.
In ‘Save me’ proefde ik even de sfeer van seventies disco. Je
stemgebruik doet me zelfs denken aan ‘Love to Love you Baby’ van
Donna Summer.

Wasser: Ik hou zoveel van
dat nummer, het was één van mijn favorieten in mijn kinderjaren.
Dat is gewoon geweldig. Grappig ook, want ik gebruik het nu soms
als soundcheck. Toch sta ik er weigerachtig tegenover om het
effectief live te gaan brengen. Waarom een cover brengen als de
beste versie van dat nummer al bestaat?
joanas3.jpg Uit je passie ervoor kan
natuurlijk ook een zeer leuke versie voortkomen.

Wasser: Misschien wel,
misschien moest ik het toch nog maar eens overwegen.
Is het moeilijk om nummers met
verschillende uitstralingen samen te brengen in één coherente
performance?

Wasser: Ik probeer steeds
een setlist op te stellen die logisch lijkt. Net zoals de
rangschikking van de songs op een plaat, is dat geen gemakkelijke
zaak. Voor de optredens heb ik nu wel een volgorde gevonden die
lijkt te werken. Toch probeer ik steeds op het gevoel te spelen
door onverwacht nummers toe te voegen die ik lang niet meer
gespeeld heb en zo te zien waar ik terechtkom.
In interviews gaf je al meermaals
toe dat je ervan houdt rolletjes te spelen.

Wasser: Dat is een
misverstand. Ik hou ervan om mij te verkleden en maak wel eens de
grap dat mijn eigen moeder me zelfs nooit herkent. Het is niet echt
een personage dat ik dan speel, ik ben steeds mezelf. Er zijn
natuurlijk verschillende rollen die ik in mijn professionele leven
heb, zoals de violiste of de frontvrouw. Je leert zo heel wat over
de verschillende posities en hoe het het totaalbeeld kan
versterken. Maar verder dan dat gaat het niet hoor.
Op de plaat staan ook enkele
gastrollen: op ‘I Defy’ speelt Antony een gastrol en in ‘Eternal
Flame’ duikt Joseph Arthur op. Kan je wat meer vertellen over deze
samenwerkingen?

Wasser: ‘I Defy’ hebben Antony en ik samen geschreven. Op een dag
was ik bij Antony thuis gewoon wat op de piano aan het drammen.
Plots ontstond zo een bepaalde riff en begon ik te zingen wat ik
tegen hem wilde zeggen, waarop hij repliceerde. In een uur tijd
hadden we een song. Bovendien wilde ik Antony’s stem altijd al
horen in dergelijk soulsetting, omdat hij daar een zeer ideale stem
voor heeft. Ergens in mijn onderbewustzijn moet ik hem daartoe
gedwongen hebben op deze manier. Op ‘Eternal Flame’ heeft Joseph de
backings ingezongen, dat is een andere situatie. We zijn twee keer
samen op tour geweest, waarbij ik solo het voorprogramma verzorgde
en hem erna bijstond door met mijn viool en vocale ondersteuning
landschappen voor hem te creëren. We werden heel close en het is
gewoon zo een fantastische man. Toen ik aan mijn plaat aan het
werken was, liet ik hem enkele backings inzingen. Hij is zo
begeesterd en creatief. Daarenboven heeft hij de breedste vocale
draagwijdte die ik ooit hoorde. Kortom, een geweldig persoon.
Zoals je de creatie van ‘I Defy’
beschrijft, lijkt het schrijven een zeer natuurlijk proces voor
jou. Heb je nooit last van writer’s block?

Wasser: Een creatief
persoon moet naar mijn mening leren geduldig te zijn met zichzelf,
wat een zeer moeilijke zaak is want als je een nummer wil schrijven
dan wil je dat het meteen komt. Zo werkt het niet en dat moet je
erkennen. Je moet songwriting respecteren. Pas als je duizend
dingen te doen hebt en je op het punt staat een trein te nemen om
vrienden te bezoeken, slaat de creativiteit toe en daar moet je je
bij neerleggen. Dan moet je prioriteiten leren stellen. Op dat
moment moet je het nummer naar buiten laten. Wat ik vaak doe, is
gewoon gaan zitten en een akkoord spelen op de piano of de gitaar.
Eender wat dan naar boven komt, zal het begin van een nummer
worden. Van daaruit moet je het nummer zichzelf laten schrijven en
mag je niets forceren. Soms moet je daarvoor gewoon dezelfde drie
akkoorden blijven herhalen tot als er iets gebeurt.
Geef je soms een nummer
op?

Wasser: Tuurlijk. Normaal
gezien probeer ik echter alles af te werken op eender welke manier.
Het kan dan een zeer kort nummer zijn, niet klinken zoals ik dat
vooraf wilde of nood hebben aan verdere uitwerking. Op een bepaalde
manier is er dan toch een resultaat en dat probeer ik dan meteen
live te spelen om te zien wat er gebeurt. Ik hou ervan om mezelf
hiertoe te dwingen en zo leer je ook wat over het nummer. Het is
pas geboren en moet dan de energie van een concert
krijgen.

Joan as
psychologist

joanas4.jpg Op Real Life staat
heel wat persoonlijk materiaal, heel wat lyrics vormen een
belijdenis. Is het moeilijk voor jou om deze zeer persoonlijke
gevoelens te uiten voor een publiek?

Wasser: In het verleden had
dat het geval geweest. Toen ik begon te zingen, realiseerde ik me
dat ik niet wist wat ik wilde zeggen, maar na een hele tijd vormden
de uitingen geen probleem meer. Sindsdien kan ik tegen eender wie
zeggen hoe ik over eender wat denk. Ik begon me af te vragen wat ik
naar buiten wilde brengen eens ik op een podium stond. Daarvoor
zocht ik diep in mezelf naar een onderwerp om over te zingen.
Wanneer je dat doet, leer je heel wat over jezelf en vooral over
wat je schrik aanjaagt. Eens je die angsten lokaliseert, besef je
pas hoezeer je ze overdrijft. Vanaf dan probeer ik mijn leven
zonder vrees te leiden, hoewel dat eigenlijk onmogelijk is.
Je hebt er ook behoefte
aan.

Wasser: Ja, maar het is
gewoon goed om niet langer te vrezen voor je angsten. Ik wist dat
hoe opener ik me zou opstellen in mijn werk, hoe meer mensen naar
mij toe zouden komen na een optreden en zeggen dat ze echt ontroerd
waren door wat ze hoorden, dat ze er zichzelf in konden terugvinden
en dat ik ze heb kunnen helpen. Dat is het beste wat je kan
bereiken. Als ik mensen op die manier kan raken, dan blijf ik
doorgaan. Het is geweldig om een plaat op te nemen, maar om die
nummers live te spelen en achteraf te horen dat het publiek dat
effectief wilde horen, dat raakt me het meest. Mensen die het
moeilijk hebben kunnen bijstaan met je muziek, daar gaat niets
boven. Daarom probeer ik me nu zoveel mogelijk bloot te geven want
ik weet dat als ik er wat bij voel, ik niet de enige ben.
Heb je nood aan die feedback? Zou
je even passioneel kunnen zijn over muziek als er geen respons op
zou komen?

Wasser: Dat is wat een
vreemde zaak. Ik maak de nummers voor mezelf omdat ik diegene ben
die er gevoel moet inleggen, maar het maakt een groot verschil
wanneer anderen er mee in opgaan. Op een podium moet ik de show
spelen die het publiek wil zien en niet mijn eigen voorkeur
opdringen. Elk publiek heeft nood aan een andere sfeer, ook al ligt
dezelfde setlist aan de basis. Je moet doorhebben wat er zich
afspeelt voor jou. Communicatie is voor mij het
belangrijkst.

Joan as performer

Je bent nu al een hele tijd aan
het touren met de plaat en hebt nog heel wat concerten voor de
boeg. Maakt het live-aspect voor jou de muzikale beleving
af?

Wasser: Toch wel. Het
dwingt je in beweging te blijven. Je blijft dezelfde nummers spelen
en toch moet het voor jezelf steeds iets nieuws zijn. Dat maakt het
interessant.
Plan je even rust te nemen wanneer
je terugkeert naar de thuishaven?

Wasser: Dat maakt niet echt
deel uit van wie ik ben, maar aangezien ik tot eind december ga
touren, weet ik gewoon dat ik een korte rustpauze zal willen
inlassen. Maar die tijd zal ik natuurlijk gebruiken om verder te
schrijven en aan nieuw materiaal te werken.
Je wisselt solo-optredens af met
shows met je band. Is het moeilijker het podium alleen te betreden
of verkies je dat net?

Wasser: Het zijn twee
verschillende zaken, maar ik hou van allebei. Als ik alleen speel,
kan ik meer uitwijden. Met een band is dat een andere aanpak, maar
daarom niet minder vloeiend. De afwisseling doet deugd. Wanneer ik
alleen op een podium sta, kan ik niet wachten om mijn band te zien
en als zij er zijn begin ik dan weer uit te kijken naar solo shows.
Maar dat is een goede zaak, een natuurlijke balans.
Vind je dat je creatiever kan zijn
als je alleen speelt?

Wasser: Op een bepaalde
manier wel omdat ik dan kan doen wat ik wil. Daartegenover staat
dat de band meer mogelijkheden met zich meebrengt. Het zijn
verschillende vormen van vrijheid.
Je bent opgeleid als een klassiek violiste en pas later leerde je ook gitaar en piano aan. Is het niet moeilijk om dezelfde passie in deze instrumenten te kanaliseren?
Wasser: Ik denk dat je het laatste instrument dat je leerde spelen met de meeste passie hanteert. Ik hou van mijn viool, maar ik ben er niet kwaad om dat ik er nu niet op speel. Ik vind het goed om ze even te laten rusten. Het laatst leerde ik piano spelen, dus dat doe ik nu ook het liefst.
Het is waarschijnlijk ook vrijwel onmogelijk om jezelf op de viool te begeleiden.
Wasser: Dat is zeer vervelend. Ik heb het nog gedaan, maar je kan je zo niet op je gemak voelen en dat is de basisvereiste bij een concert.
Bij een klassieke opleiding speel je aanvankelijk zeer technisch. Hoe maak je de overgang naar een meer natuurlijke aanpak?
Wasser: Ik was gelukkig geen beschermeling. Ik begon niet op mijn derde te spelen. Mijn talent was meer een natuurlijk zaak. Ik ben nooit een uitblinker op technisch vlak geweest. Ik heb nooit iets als Paganini gespeeld. Net de beweging van een lied spreekt me aan. Zolang de song uit mij komt, trek ik me er niets van aan wat er daarvoor gebeurde. Als mijn muziek mensen raakt, dan mag desnoods elk akkoord verkeerd zitten.
Zou je in de toekomst nog overwegen om naast je eigen werk ook opnieuw in een begeleidingsband van een andere artiest te gaan spelen?
Wasser: Zeker. Maar ik wil niets plannen, ik wil gewoon zien wat er gebeurt.
Als jij zelf carte blanche zou krijgen en eender welke muzikant zou kunnen meenemen op je volgende tour, naar wie zou je keuze uitgaan?
Wasser: Weet je, als ik in New York ben, werk ik er met enkele violisten: Charlie Burnham en Max Moston. Wanneer het mogelijk is, vervoegen zij de band even en ik kijk ernaar uit om ze ooit mee te nemen om bij me te spelen. Het zijn nu eenmaal twee indrukwekkende muzikanten.

Voorlopig moet Wasser haar favoriete violisten dus nog thuis laten, maar ook zonder hen is ze live meer dan de moeite waard, wat ze onlangs in de Handelsbeurs nog maar eens kwam bewijzen. Voor wie haar miste of voor wie snakt naar een extra dosis Joan As Police Woman, is ze nog te zien op 28 oktober in Trix en op 22 november in Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in