Elementarteilchen




Na het lezen van een meeslepend boek zijn de volgende bedenkingen
toegestaan: “Hmm, had ik dit maar zelf geschreven” of “Was mijn
leven maar zo spannend”. Is niet toegestaan of moet tenminste uit
het hoofd gepraat worden: “leuk boek, misschien kan ik het
verfilmen?”. Waarom heeft niemand Oskar Roehler tegengehouden, toen
hij besloot de controversiële roman ‘Elementaire deeltjes’ van
Michel Houellebecq te verfilmen? Een zeer interessant boek, ja,
maar voorlopig blijft het onverfilmbaar tot het tegendeel bewezen
is. Roehlers poging draaide uit op een kleine flop en dat zeg ik
niet omdat ik een fan ben van Houellebecq: zo’n onvergetelijk
meesterwerk was het boek nu ook weer niet. Het hoeft allemaal niet
nauwgezet te worden overgenomen, maar wat je tenminste van een
boekverfilming verwacht, is dat het een juiste gelijkaardige sfeer
oproept en daar slaat Roehler de bal mis. Hij gaat volledig voorbij
aan de essentie van Houllebecqs boek: een diepcynische visie op de
homo sapiens en de totale leegte van de westerse samenleving. Dit
had een knock-out kunnen zijn, maar helaas besloot Roehler
om ons te verblijden met een feel good-versie.

Roehler heeft welgeteld twee elementaire deeltjes uit het boek
overgehouden: de personages Bruno en Michael. Er zijn pessimisten.
(In de trant van: moeder, waarom leven wij?). Er zijn mensen
die veel pech hebben (moeder, waarom laat je mij in de
steek?)
. En tenslotte bestaat er ook zoiets als een
supercombipakket: de pessimisten die midden in de miserie zitten,
een rotkarakter hebben en lekker blijven ronddobberen in hun
vicieuze depressie (inderdaad: moeder, waarom leef ik nog?).
Bruno en Michael behoren tot die laatste soort. Buiten het feit dat
ze in de buik van dezelfde hippiemoeder hebben vertoefd, blijken de
twee halfbroers niet veel met elkaar gemeen te hebben. Michael
(Christian Ulmen) is een hoogbegaafde aseksuele nerd, die
baanbrekend werk levert op het vlak van genetica. Een held op het
werk, thuis is er alleen een kanariepietje dat op hem wacht en dat
valt dan nog eens dood ook. Michael praat weinig, is niet in staat
om liefde te geven of te krijgen en een zenuwtrek met zijn mond
blijkt bij hem een volwaardige glimlach te zijn. Bruno (Moritz
Bleibtreu) heeft dan weer het hart op de tong: hij brengt veel tijd
door in een psychiatrische instelling, waar hij al zijn
jeugdtrauma’s oprakelt (het gepest op internaat, oma die hete soep
over zich kreeg en stierf, you name it). De diagnose? Bruno
is seksverslaafd. Hij schuimt naaktstranden en hippiezomerkampen af
op zoek naar welwillende vrouwen en loopt daarbij zichzelf te
beklagen: hij voelt zich mislukt als vader en incompleet als mens
(hij heeft een kleintje). De twee zijn allebei goed fucked
up
als ze rond hun 40ste toch nog iemand leren kennen die hen
de moeite waard vindt. Michael ontmoet zijn jeugdliefde Annabelle
(Franka Potente) weer en Bruno vindt zijn gelijke in de sensuele
Christiane (Martina Gedeck). Maar is hen zoveel geluk wel
gegund?

Het oorspronkelijke ‘Elementaire Deeltjes’ (en u dacht dat het hier
over een film ging gaan?) is zo’n omvangrijk en fragmentarisch
verhaal dat het onmogelijk was elke zucht of wind in de film te
verwerken. Dat heeft zo zijn voordelen: hele lappen die je toch
maar met een half oog leest (zoals de ellenlange beschrijvingen van
wie nu de zoon van wie is en uiteenzettingen over wetenschappelijke
weetjes) zijn er uitgeknipt. Drie maal hoera! Maar daarmee slaagt
de regisseur er nog niet in om het verhaal fatsoenlijk verteld te
krijgen. Het leven van de twee broers moet aan een ijl tempo de
revue passeren en het is duidelijk dat de regisseur zijn trukendoos
uit de kast gehaald heeft om het toch maar allemaal te doen
kloppen: een psychiatrische sessie is bijvoorbeeld altijd handig
als kapstokmoment om flitsen en flarden uit het verleden te
vertellen. Spijtig genoeg blijft het daar ook bij: wat een film had
moeten zijn, blijft een hoop aan elkaar geplakte fragmenten.

Niet alleen tijdsgebrek blijkt een probleem – sommige zaken werken
gewoon niet op doek. Meer dan een oppervlakkige schets van de twee
broers zit er niet in. Dat Michael redelijk gevoelloos is, komt
goed tot zijn recht in één scène (zijn dode vogel kiept hij gewoon
in de vuilnisbak), maar voor de rest heeft de film zich vooral
toegespitst op de manie van Bruno: een spraakwaterval is nu eenmaal
veel gemakkelijker in beeld te brengen, waardoor het lijkt alsof
Bruno alleen ziekelijk is en er met Michael, buiten dat hij
misschien een beetje verlegen is, weinig scheelt.

Maar de grootste fout is de verkeerde sfeer. Houellebecq schiet
waarden als het gezin volledig aan flarden, reduceert mannen tot de
stand van hun penis, lacht de mei ’68 generatie uit en wat doet
Roehler? Hij laat de broers elkaar een knuffel geven! En alsof dat
nog niet genoeg is, lijkt de moraalridder ook nog eens te verlangen
dat de kijker het nog sympathieke kerels vinden ook. Personages in
een film horen nu eenmaal te evolueren, zeker? Ze kunnen toch niet
eeuwig onsympathiek blijven? Allemaal goed en wel, maar daarmee is
alles wat Houellebecqs boek zo genietbaar maakt, meteen
doorgesjast. Wat blijft er over als je het sterke punt van een
verhaal afvlakt? Inderdaad, niet veel. Een filmpje dat je af en toe
doet glimlachen, maar het zal je niet als een stalker blijven
achtervolgen. (Eens buiten de zaal is die stalker gewoon net als
jij een plasje gaan doen en hup, naar huis.)

En ze zijn weer allemaal van de partij, de trots van de Duitse
acteerwereld. Talent over, maar Bleibtreu (die gelukkig nog op tijd
met Christian Ulmen van rol heeft gewisseld), staat toch iets te
hard in overdrive te acteren en ook ons Franka is minder potent dan
anders. Ze is alleszins een beetje te jong om de rol van een
uitgebluste 40-er te spelen.

Houellebecq wou zelf niets met de verfilming te maken hebben en
gelijk heeft hij. Het heeft er ook allemaal niet veel meer mee te
maken. Waar gaat het over? Over twee broers. Punt. Geen spek voor
Houellebecq!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in