Opal Dream




Een ingebeeld vriendje is hip. Ik heb me er onlangs ook eentje
aangeschaft, hij heet Rudy en ik ben er heel tevreden mee. Rudy is
eigenlijk in alle opzichten ideaal: hij ziet eruit zoals ik het wil
(een kruising tussen Jack Sparrow en Wolverine), hij spreekt nooit
tegen, vindt alles wat ik doe geweldig en immens grappig, hij
bewierookt mij in de schoonste volzinnen en hij kost niets, want
hij mag overal gratis binnen. Het is alleen soms een beetje gênant
op de tram als ik weer een scène moet maken omdat er iemand bovenop
mijne Rudy is gaan zitten of als ze me vragen of ik een vriendje
heb, want dan moet ik mijn “ja, maar hij is een beetje
verlegen”-verhaal opdissen en kijkt iedereen me aan alsof ik van
Saturnus kom. Een troost is wel dat ik blijkbaar niet de enige ben.
Ingebeelde maatjes komen vaak voor, vooral bij kinderen zo rond hun
kleutertijd (hoewel zoveel volwassenen er zelf eentje hebben, want
wat is God anders dan een onzichtbaar speelkameraadje?). Zo’n
doorzichtige vriendschap is als kind natuurlijk gewoon reuzehandig:
als je rotzooi hebt gemaakt, zeg je gewoon dat het die domme
dinosaurus van je was of als je geen spruitjes wil eten, zeg je dat
Tony of Lookie die ook niet lust. Ook een ideaal onderwerp voor een
film, dacht ik. Heerlijk geschift en ondeugend. Maar naar een goede
film en een tikkeltje originaliteit was het bij ‘Opal Dream’
spijtig genoeg ver zoeken.

Het verhaal draait om het kleine blonde meisje Kellyanne (Sapphire
Boyce in haar eerste rol). Ze is een slokop, want ze heeft maar
liefst twee ingebeelde kameraadjes: Pobby en Dingan. Pobby is
volgens haar levendige beschrijvingen een dik mannetje met een
houten been en een rode cape, die graag de superheld uit hangt.
Dingan is dan weer de oogverblindende schoonheid, die haar haren
het liefst in oneindig lange vlechten draagt. Allebei houden ze van
schommelen en zijn ze dol op lolly’s, Pobby op blauwe, Dingan op
roze. Kellyanne en haar vriendjes zijn onafscheidelijk. Als ouder
zit je met de handen in het haar: ga je mee in de verbeelding van
je kind of zeg je je kleine klaar en duidelijk dat kindjes die niet
met het blote oog waarneembaar zijn niet welkom zijn? Kellyannes
moeder plaatst twee borden bij aan tafel voor haar dochters
kompanen, maar de mannen in huis -vader Rex en broertje Ashmol-
krijgen op een bepaald moment schoon genoeg van haar gezeur en
willen dat ze ermee ophoudt. Wanneer Pobby en Dingan plotseling
verdwijnen krijgt Kellyanne echter een mysterieuze ziekte. De enige
remedie lijkt het terugvinden van het tweetal. Ashmol, die eerst
niets van het gezwets van zijn zusje moest weten, roept iedereen in
het stadje op om de ‘vermiste personen’ te zoeken. Een absurde
zoektocht die ook een indruk zal nalaten op de rest van de
bewoners…

Parallel met Kellyanne’s verhaal wordt namelijk ook de situatie in
het Australische mijnstadje Lightning Ridge uit de doeken gedaan.
De vergelijking met Kellyanne is treffend. Iedereen in het stoffige
dorp lijdt eigenlijk aan een gelijkaardige ziekte als het meisje:
ze zijn allemaal geobsedeerd door iets wat je niet zomaar kan zien,
maar waar je wel van kan dromen: opaal. Het hele stadje is gericht
op het delven van opaal, dat op een redelijk primitieve wijze uit
de grond wordt gehaald. Allemaal blijven ze dromen van hun ‘ticket
to paradise’ en worden ze verblind door hebzucht. Wanneer
Kellyannes vader op een nacht op zoek gaat naar Pobby en Dingan en
toevallig op het grondgebied van zijn buur belandt, wordt hij
meteen beschuldigd van diefstal. Het gezin krijgt te kampen met
hevige pesterijen, maar gelukkig is er Ashmol, die het zaakje
observeert en meer inzicht heeft in de hele situatie dan alle
gretige bewoners van Lightning Ridge samen.

De jongen, die met zijn sterke performance de gehele film draagt,
voorziet de film van een mierzoete moraal, maar zijn woorden
klinken veel te duur uit de mond van een 11-jarige. Regisseur Peter
Cattaneo had beter moeten weten. Zijn bekendste film ‘The Full
Monty’ was ook een zeer optimistische prent, waarin werkloze
fabrieksarbeiders met een stripact geld in het laatje probeerden te
krijgen. (De “Als je iets wilt en maar hard genoeg werkt, kan je
alles bereiken”
-moraal.) Alleen werd je bij die film wel
meegesleept en was het geen probleem om erin te geloven. Bij ‘Opal
Dream’ loopt het stroef. Voor een realistisch (sociaal) drama is de
film té marshmallow-melig en ongeloofwaardig (het oordeel van het
stadje blijkt zo wendbaar als het haantje op een kerktoren) en als
sprookje is het net niet magisch genoeg en speelt het zich dan weer
af in een iets te ruige wereld. Een keuze maken was slim geweest,
want ‘Opal Dream’ blijkt nu niet meer dan een vermomde weekendfilm,
die irriteert in zijn goede bedoelingen. Een aardige aanleiding,
maar onder het opaal glanslaagje bevindt zich toch weer het vaste
stramien met de gekende trucjes: Kellyanne in de rol van ziek
meisje dat moet vertederen, een kleurloze moeder die tussen alles
in zwalpt, herhalingen (op den duur kon ik Pobby en Dingan niet
meer zien of rieken), een ‘edelachtbare’- moment en een
noodzakelijke bezinning met passend aanzwellende muzieks.
Tot slot is de fantasiewereld van Jeliza-Rose uit ‘Tideland’ of pakweg ‘Rosie’ van Patricia
Toye als psychologische case-study duizendmaal
interessanter.

‘Opal Dream’ is een familiefilm waar zeker een doelpubliek voor is.
Vertederend, hartverwarmend, hoopgevend, schitterend als een opaal,
woorden die velen in de mond zullen nemen na de film, maar onthoud
toch ook: weinig verrassend, goedkoop sentiment en vlug vergeten.
Verzin zelf een onzichtbaar vriendje, zou ik zeggen. Veel meer fun.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in