Scott Walker :: The Drift

"Na deze is Tilt nog slechts goed voor kinderen", waarschuwde de man van de platenfirma. Een mens werd er bijna een beetje bang van, want die elf jaar oude voorganger van The Drift was al niet om te lachen.

Voor alle zekerheid dus éérst het nummer van de zelfmoordlijn opgezocht en dan pas de plaat opgezet. Maar het valt allemaal wel mee. Net zoals de magie van de eerste keer Sigur Rós nooit herbeleefd kan worden, zo lukt het ook Walker niet om onze maag opnieuw in diezelfde knoop te dwingen als Tilt. Maar laat ons beginnen bij het begin:

In ver vervlogen tijden was Scott Walker (né Scott Noel Engel) één van de drie engelenkeeltjes van The Walker Brothers die Britse tienerhartjes in de jaren zestig sneller deden slaan met hun zoetgevooisde pop. Nadat hij de band verliet, zorgden vier platen die het orkestrale drama van The Divine Comedy voorafschaduwden enkel maar voor een dalende populariteit. Tegen dat de kille jaren tachtig zich aandienden, was Walker van idool getransformeerd tot ernstige artiest. Climate Of Hunter uit 1984 bevestigde die status, maar Walker verdween elf jaar van de radar.

Het werd 1995 en plots was er Tilt. En was Walker nog verder afgeweken van wat maar enigszins de mainstream zou kunnen worden genoemd. Dit was niet eens meer bij "popmuziek" onder te brengen. Laat staan "rock" of andere vakjes. Dit was muziek, maar te abstract voor woorden. Dramatische zang werd afgewisseld met plotse industrial-uitbarstingen of ritselende soundscapes. Tilt was claustrofobisch, beangstigend en hóógst ongemakkelijk.

Nog eens elf jaar later laat Walker opnieuw van zich horen: The Drift is geen zevenmijlspas richting nog extremere avant-garde dan zijn voorganger, maar eerder een aanvulling. Dit is meer van hetzelfde, maar dan iets minder kil, eerder organisch. Nog altijd geen gemakkelijke zit dus, maar het idioom is ondertussen wel bekend.

Alles welbeschouwd houdt opener "Cossacks Are" het nog beleefd: een galopperend ritme, een stem vol pathos, af en toe een dissonante klank op de achtergrond. Zonder voorafgaande waarschuwing gaat het naadloos over in "Clara" en plots blijken we ons in een wel héél griezelig woud te bevinden. De wind giert door de takken, en in de verte wenkt de schim van de minnares van Mussolini — want over haar handelt het nummer — om ons dieper te lokken. Een kreunende beenhouwer bewerkt met zijn vuisten een dik stuk varkensvlees. Walker houdt de bandopnemer wat dichter.

Het wordt er niet beter op. Duistere griezelfilmstrijkers zorgen in "Jesse" voor een onderstroom waar je maar best niet door meegesleept wordt, afwisselend met ijselijke stilte. In "Jolson And Jones" klinkt beangstigend een dramatisch "Curare! Curare!". In "Cue" belanden we helemaal in een spookhuis. Tussen de klanken door heerst de stilte die door gierende strijkers wordt doorbroken.

En zo gaat dat maar door: "Hand Me Ups", "Buzzers", "Psoriatic", "Escape". Tot plots in afsluiter "Lover Loves" een herkenbare gitaar opduikt. Iets dat op een liedje — altijd een gevaarlijke term in deze context, maar toch: een liedje — lijkt. Het is een beloning voor wie nu nog luistert. Voor de doorgewinterde avonturier die zonder al te veel kleerscheuren de andere kant van het woud bereikt.

The Drift is er niet voor wie behangmuziek wil. Of iets dat wel een béétje verder gaat, maar toch ook niet te. Scott walker is er voor mensen die bereid zijn hun kaart weg te gooien op het moment dat ze denken nog te weten waar ze zijn. Voor mensen die graag onverhoeds in de nek aangevallen worden en daar op dat moment wel mee zullen zien om te gaan. Scott Walker lokt je naar onontgonnen terrein om je daar aan je lot over te laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in