Tideland




Een ondraaglijk lange acht jaar hebben we moeten wachten vooraleer
beeldenstormer Terry Gilliam na ‘Fear
and Loathing in Las Vegas’
nog eens z’n naam op een affiche
mocht zetten, maar toen was het ook meteen twee keer raak. Nog geen
jaar geleden kwam ‘The Brothers
Grimm’
uit, nu is het de beurt aan ‘Tideland’. Dubbel feest
voor de Gilliam-junkies onder ons (ik beken), die het al te veel
lang zonder ’s mans scheve kadreringen, wonderlijke creaturen en
fantastische verzinsels hebben moeten stellen, dubbele ergernis
voor de naysayers, die al hoofdpijn krijgen als ze nog maar dénken
aan zijn chaotische drukdoenerij. Zéker in het geval van ‘Tideland’
dreigen de meningen zwaar verdeeld te zijn. Waar ‘The Brothers Grimm’ toch nog een beetje
Gilliam light was, gemodereerd door de ingrepen van
producent Harvey Weinstein voor wie het allemaal niet té gek mocht
zijn, werd de regisseur op de set van ‘Tideland’ immers gewoon
losgelaten. Niemand keek over zijn schouder mee, niemand zette er
achteraf de schaar in. Het resultaat is navenant: een grillige,
eigenzinnige film, eindeloos creatief en fascinerend. Maar ook
ééntje waar heel wat mensen op zullen afknappen.

Jonge nieuwkomer Jodelle Ferland speelt Jeliza-Rose, een negenjarig
meisje dat opgroeit bij haar drugverslaafde ouders – eerst helpt ze
papa (Jeff Bridges) een shot te zetten, daarna gaat ze mama
Jennifer Tilly’s benen masseren. Zo gaat dat in een liefdevol
gezin. Wanneer haar moeder sterft, wordt Jeliza-Rose door haar
vader meegenomen naar het huis waar hij is opgegroeid, ergens in
een van God verlaten prairie. Het huis is een ruïne, en de enige
mensen in de buurt zijn Dell (Janet McTeer), een excentrieke
landbouwster die allergisch is aan bijen, en haar mentaal
gehandicapte broer Dickens (Brendan Fletcher). Wanneer ook papa
sterft aan een overdosis, heeft Jeliza-Rose enkel nog haar eigen
fantasie en haar twee bizarre buren om op terug te vallen.

Wie vroeger al een hekel had aan Gilliams barokke filmstijl, zal in
‘Tideland’ maar weinig vinden om die mening te veranderen: in
tegenstelling tot wat je zou verwachten, ligt het tempo van de film
relatief laag en zijn er maar weinig echte droomsequensen in terug
te vinden, maar dat verhindert niet dat ook Gilliams laatste weer
afgeladen vol zit met beelden, personages en situaties die je
gerust “surreëel” mag noemen. Surreëel op een onaangename manier
dan nog. Jeff Bridges neemt een overdosis en besteedt het grootste
deel van de film als steeds verder composterend lijk in een stoel
(groovy), tot Dell langskomt. Dell is namelijk een
amateur-taxidermiste, en daar mag u gerust uw eigen conclusies uit
trekken. Jeliza-Rose is in wezen een verwaarloosd kind, die uit
pure eenzaamheid haar emoties projecteert op de afgerukte hoofden
van vier Barbiepoppen waar ze constant mee rondloopt. Allevier die
hoofden krijgen van haar een eigen stem en een eigen karakter.
Wanneer het meisje kennis maakt met Dickens, ontwikkelt er zich
zelfs een eigenaardige seksuele spanning die gevaarlijk dicht in de
richting van het pedofiele neigt.

Dat verklaart misschien meteen de negatieve reacties die er in de
VS kwamen op ‘Tideland’ (in Europa lijkt men over het algemeen wat
positiever over de film te spreken): Gilliam vertelt een verhaal
over een kind, en hij plaatst dat kind vervolgens in een situatie
die zodanig ontwricht is dat het grenst aan het obscene. De film
opent met Jeliza-Rose die liefdevol een shot heroïne voor haar
vader prepareert – ongeveer een half uur later zien we het meisje
de vliegen wegjagen van zijn ontbindend lijk, en dan hebben we het
nog niet eens gehad over het einde. Dit is extreem spul –
‘Tideland’ is een film waarin heilige concepten als “gezin”,
“familie”, “ouderschap” en “kind” aan een herdefiniëring toe zijn.
Die heilige huisjes schop je als kunstenaar enkel in op je eigen
risico, zéker in Amerika, en dat is precies wat Gilliam hier heeft
gedaan.

In zekere zin is het thema van ‘Tideland’ niet eens zo typisch voor
de regisseur: terwijl hij vroeger meestal de triomf van de
verbeelding vierde over de saaie realiteit, lijkt hij hier eerder
de gevaren te illustreren van een vlucht voor de werkelijkheid.
Jeliza-Rose kan de dood van haar ouders niet verwerken en vlucht
dan maar weg in haar fantasiewereld, waarin Barbiehoofden en
eekhoorns kunnen praten. Gezien haar leeftijd zijn haar verzinsels
nog relatief onschadelijk, maar eens je volwassen bent, zijn de
gevolgen soms niet te overzien. Haar ouders vluchten voor de
werkelijkheid in drugs, en kijk eens hoe dat afloopt. Ook Dell wil
en kan de realiteit van de dood niet accepteren en begint daarom
maar dieren op te zetten – door een dood wezen op een fysiek niveau
te bewaren, kun je jezelf misschien wijsmaken dat het niet echt
dood is. Maar ook die zelfmisleiding heeft extreme gevolgen.
Jeliza-Rose en Dickens “spelen” dat ze man en vrouw zijn, maar ook
dat spel, losgeslagen van de werkelijkheid als het is, krijgt een
griezelig kantje. Al die obscene, surreële situaties zijn het
gevolg van mensen die het hier-en-nu niet kunnen aanvaarden, en dan
maar wegvluchten, zoals Alice ooit naar Wonderland.

Die ideeën krijgen vorm in een film die – het moet gezegd worden –
allesbehalve perfect is. Gilliam probeert de fantasiewereld van
Jeliza-Rose visueel vorm te geven door letterlijk élke scène op te
bouwen met scheve camerahoeken, snelle push-ins die
eigenlijk niet nodig zijn en close-ups die bewust gefilmd zijn met
een verkeerde lens, zodat je een ietwat vervormd beeld krijgt. In
principe is dat een gepaste strategie – het gaat tenslotte over een
fantasiewereld – maar in de praktijk zorgt dat er wel voor dat de
film uitputtend gaat aanvoelen. Vooral ook omdat ‘Tideland’ in
feite een kwartier te lang duurt. Het siert Gilliam dat hij hier,
tegen zijn gewoonte in, een film heeft willen maken die z’n tijd
neemt om een verhaal te vertellen, in plaats van er tegen een
rotvaart doorheen te willen sjezen, maar tijdens het tweede uur
lijkt het allemaal wel erg lang te duren. Aangezien we al die tijd
met slechts een drietal personages doorbrengen, krijgt de film een
eigenaardig claustrofobisch gevoel, ongeacht de uitgestrekte velden
rond Jeliza-Rose’s huis.

Maar goed, zelfs met die gebreken blijft ‘Tideland’ een film die
met kop en schouders uitsteekt boven eender welke gestroomlijnde
Hollywoodproductie. Dit is een film met een hart en een ziel,
boeiende ideeën die moedig tegen de mainstream ingaan, én
met een acteerprestatie van kleine Jodelle Ferland die ronduit
spectaculair is. Met haar elf jaar weet het kleine wicht de hele
film te dragen, zónder dat ze ergerlijk wordt en zónder dat er
wordt ingespeeld op de voorspelbare “kijk eens hoe schattig dit
kindje is”-factor. Dit is zeer grote klasse.

Terry Gilliam is en blijft een filmmaker waar je mee moet klikken.
Klikt het niet, dan zal het nooit helemaal lukken om ervan te
genieten. Maar zijn status van individualist, lastige mens,
ruziemaker en belangrijk kunstenaar in een steeds conventionelere
wereld kan niemand hem ontzeggen. Nog van dat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in