Dub Trio :: New Heavy

Dub Trio? Laat de groepsnaam van dit drietal je niet misleiden. Wie
onmiddellijk denkt aan dikke marihuananevels, evenwichtsverstorende
bassen en eindeloze echo’s, zit er minstens voor de helft naast. De
titel van de plaat is een eerste indicatie dat je bij deze jongens
niet zomaar achterover kunt leunen met Jamaicaans rookgerief binnen
handbereik. “The Sonic Youth
of Dub
“, wil een sticker op het cd-doosje ons doen geloven.
Klinkt interessant, maar die vergelijking raakt kant noch wal. De
New Yorkse kings of guitar masturbation verminken doorgaans
hun popsongs met noisy stoorzenders. Dub Trio daarentegen verweeft
twee ogenschijnlijk tegenstrijdige genres naadloos met elkaar. Dub
– of wat dacht je? – neemt hier het betere harde gitaarwerk op
schoot. Of omgekeerd. Helemaal uniek is de combinatie niet, denk
maar aan hoe The Clash ooit punk met reggae kruiste of aan de
platen van Bad Brains, maar ze ligt alvast niet voor de hand. Zeker
niet voor een band die op hun debuut ‘Exploring the Dangers of’
zich nog beperkte tot wat hun groepsnaam doet vermoeden:
dubben.

Op ‘New Heavy’ worden nieuwe paden verkend én fikse
adrenalinestoten verkocht door middel van stevige gitaarinjecties
en dito tempoverhogingen. De furieuze opener ‘Illegal Dub’ blaast
meteen de twijfel van tafel rond wat op papier misschien een tot
mislukken gedoemd huwelijk mag lijken. Met een onvervalst potje
woeste punkrock zetten drums, gitaar en bas onmiddellijk de jacht
in op elkaar en de geest van King Tubby lijkt ver weg. Tot ze plots
gedrieën in de remmen gaan en hop, we dobberen op een Jah Wobble-bas, de drum echoët zich een
weg naar de einder terwijl de gitaar typische dubakkoordjes vol
effecten de ether instuurt. Dreiging is bij Dub Trio echter nooit
veraf en even later schakelen de drums alweer enkele versnellingen
hoger, halen de gitaren opnieuw uit en wordt de dub aan spaanders
geslagen.

Geen wonder dat Stu Brooks, DP Holmes en Joe Tomino niet
onopgemerkt bleven voor niemand minder dan Mike Patton. De
hekkensluiter ‘Not Alone’ op diens onlangs verschenen Peeping Tom-album was een gesmaakte
samenwerking met dit Dub Trio. Viel Peeping Tom een beetje tussen
twee stoelen door de waslijst aan gastmuzikanten en de lange
incubatietijd (bijna tien jaar) van het project, dan komt de
vonkende samenwerking hier helemaal tot zijn recht. Patton voelt
zich duidelijk kiplekker bij de hondsbrutale dubmetal en zingt de
sterren van het firmament: het falsetstemmetje in de aanhef wordt
gevolgd door zijn intussen legendarische geschreeuw in een
openbloeiende en bloedstollende finale. Twee nummers ver en we
noteren al een vonkend hoogtepunt.

Maar Dub Trio heeft Patton niet nodig om te imponeren. De band is
geen one trick pony die zich halsstarrig aan een gimmick
vastklampt. Daarvoor druipt de liefde voor dub te overvloedig van
nummers als het zweverige ‘Table Rock Dub’ of ‘Yes You Can’t’,
terwijl de gitaren en drums snoeihard op het gehoor inbeuken in het
met metalriffs doorspekte ‘Angle of Acceptance’, de smerige punk
van ‘One Man Tag Crew’ of het ijzingwekkende ‘Screaming At the
Sea’. De harde rockpassages, waar Jah zelve bleek rond de neus van
trekt, doen niet zelden denken aan bands als Tomahawk of Fantômas. Zo mokert een doldriest ‘Cool
Out and Coexist’ ons neer met een ongezonde portie dubbele basdrum
en halsbrekende riffs. De dubpassages laten je net genoeg tijd om
even naar adem te happen en een veilig onderkomen te zoeken.
Tevergeefs.

Met hun compromisloze aanpak is Dub Trio geen spek voor ieders bek,
maar als het van ons afhangt: stevige kost waar we meer van lusten.
Dub Trio is een doortrapte pitbull die zich gedwee laat aaien om
daarna wild om zich heen te bijten. Ganja in de moshpit!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in