Vidange Perdue




Nand Buyl die z’n middelvinger opsteekt; ik moet toegeven dat het
lang geleden was dat ik nog zo’n catchy filmaffiche had
gezien. Niet alleen is het een sterk beeld, het is ook de essentie
van de film: ‘Vidange perdue’ is een welgemeende fuck you
naar de maatschappij die de ouden van dagen het liefst
opgeruimd-staat-netjes in een rusthuis ziet vegeteren.

Deze vierde film uit de Faits Divers reeks is volledig gewijd aan
Lucien (Nand Buyl), een koppige tachtiger die het na de dood van
zijn vrouw moeilijk kan redden in zijn eentje. Zijn huis is een
varkensstal, hij grijpt wat te vaak naar de fles en werkt zich iets
te vaak in nesten. Zijn dochter is een zenuwinzinking nabij en eist
dat opa naar een rusthuis gaat en zijn huis verkoopt zodat zij haar
droom op wieltjes (een mobilhome) eindelijk kan waarmaken. Maar
Lucien blijft nukkig volhouden. Hij wil nog wat van het leven
profiteren, wil de zaken op zijn manier doen, hoewel hij enkel op
tegenwind stuit. De enige bij wie hij nog steun vindt, is zijn
kleindochter (de generatie die überhaupt het verst af ligt van de
zijne), maar die vertrekt op Erasmus naar Parijs.

Dan leert hij Sylvia (Marijke Pinoy) kennen, zijn nieuwe buurvrouw.
In de 46-jarige Sylvia meent hij zijn gelijke gevonden te hebben.
Ze tracht net als hij verwoed een nieuw leven op te bouwen en
steunt hem in zijn strijd tegen ‘de ophokplicht’. Ze probeert van
hem een nieuwe man te maken of toch ten minste eentje die voor
zichzelf kan zorgen en geen ei moet bakken met een kookboek bij de
hand. Als hun bijzondere vriendschap zijn dochter en vrienden ter
ore komt, wordt Sylvia meteen als een ‘bedreiging voor de erfenis’
gecatalogeerd. Lucien stuurt kwaad zijn eigen dochter wandelen.
Wanneer er dan nog eens in de krant een prof de radicale uitspraak
maakt dat het zinloos is om 85-plussers nog medische verzorging te
bieden, is bij Lucien de maat vol en schrijft hij een boze
lezersbrief naar het Laatste Nieuws onder de kop ‘vidange perdue’:
de bejaarden zijn het glas van de maatschappij dat je mag
weggooien, omdat je er toch geen statiegeld van terug
krijgt…

Even had ik een déjà-vu en vreesde ik voor een herhaling van het
personage dat Nand Buyl onlangs in de tv-serie Thuis speelde
(Thuis-kijken heet nu ook al research, ja!): hij speelde toen
nonkel Tuur, een verliefde oudere man die klaagt over de lange
wachtlijsten in de homes, hiervoor dan maar zijne majesteit de
koning himself aanschrijft voor een oplossing én nog uitgenodigd
wordt op het Koninklijk Paleis ook! Gelukkig is er tussen soap en
film toch nog een wereld van verschil: Geoffrey Enthoven maakt van
Lucien ook een koppige briefschrijver, maar dan in een
geloofwaardigere versie. Lucien is een mens van vlees en bloed en
wordt ook nergens verheerlijkt tot lieve bompa. Het bewijs: Lucien
is a pain in the ass. Hij loopt de hele dag in pyjama, valt dronken
in slaap achter zijn stuur en steekt per ongeluk zijn eigen keuken
in de fik als hij in een dronken bui frietjes wil bakken. Hij laat
zich vaker leiden door zijn pik dan door zijn gezond verstand. Hij
doet kortom net waar hij zin in heeft.

Maar Lucien is ook eenzaam en vertegenwoordigt een generatie van
mensen die zich wat in de steek gelaten voelt: “Ze zouden de mensen
moeten verbieden om oud te worden,” zegt Lucien op een bepaald
moment in de film. Dat is het gevoel waar waarschijnlijk velen mee
worstelen: op een bepaalde leeftijd kom je in een categorie terecht
waarin het nog moeilijk is om je zin te doen of zelfs maar jezelf
te blijven. Je wordt opgesloten in een rustoord of je gaat inwonen
bij je kinderen met alle gevolgen van dien. Men gaat ervan uit dat
je je leven nu wel geleden hebt, iedereen gaat wat luider tegen je
praten, je eigen kinderen betuttelen je als een klein kind en alles
wordt voor jou beslist. Dat je nog seksueel actief bent, daar wil
men al helemaal niets over horen. Alsof je op je tachtigste geen
nieuwe dingen meer kan ontdekken en kan genieten van het leven. Eén
scène illustreert dit gevoel afgeschreven te zijn op een erg
pijnlijke manier: wanneer hij samen met zijn dochter dan toch eens
een bejaardentehuis gaat keuren, spreken de baas en zijn dochter
over hem alsof hij er zelf niet bij is en vragen ze hem zelfs een
controlearmband even te testen alsof hij als een hond aan de
leiband moet. Julien maakt zich uit de voeten, maar komt terecht op
de dementeerafdeling, die hij niet kan verlaten zonder een code in
te toetsen. Hij roept de zuster, maar die kijkt niet eens om. Hij
wordt automatisch tot die groep gerekend.

(Ferdi)Nand Buyl is al eeuwen acteur en nu pas pakt hij zijn eerste
echte hoofdrol, niet te geloven eigenlijk. De Sean Connery van
Vlaanderen (iemand een betere vergelijking?) blijft er ondanks de
plooitjes en rimpeltjes in zijn gezicht uitzien als een echte
deugniet. Geweldig hoe hij in de billen van Viviane de Muynck
knijpt of zijn dochter van een grappig weerwoord dient. Buyl is
puur natuur. De andere vertolkingen verbleken dan ook naast hem: de
chemistry met Marijke Pinoy als Sylvia blijft een beetje uit en
Pinoy alsook de hysterische dochter (Misée Wyns) komen geforceerd
over. Liesje Patteet als de kleindochter Julie is dan weer een
aangename verrassing.

Net als de gedurfde frisse soundtrack: Tom Kestens (Lalalover) en
Pascal Garnier (Krewcial) maakten een mix van licht melancholische
gevoelige snaartjes en luchtige Air-achtige songs. De muziek geeft
mooi de levenslust weer die in Lucien broedt, maar die er maar niet
mag uitkomen. En vooral het openingsnummer is meteen een
voltreffer. We krijgen een close-up te zien van Nand Buyls
rimpelsnoet, terwijl een stem zachtjes zingt: “I am the only one.”
(De Engelse titel van de film luidt trouwens: the only one.)
Een beeld om te onthouden, en de perfecte verheerlijking van Nand
Buyl, want zo is er inderdaad maar één en het is toch echt zijn
film geworden.

Het einde van de film is er een beetje aangeplakt en breekt met de
realistische toon die in heel de film zo mooi was volgehouden.
Regisseur Geoffrey Enthoven (‘Les Enfants de l’Amour’) haalt met
‘Vidange Perdue’ geen must-see movie in huis. Wat krijgen we wel op
onze boterham? Geen ‘Confituur’
alleszins, maar een sympathiek, grappig filmpje, dat gezien mag
worden en waar de doorsnee Vlaming zich maar al te graag in zal
herkennen. (elke Vlaming zijn friteuse!) Zoals ze het zo mooi op de
gezelschapsspelletjes quoteren, geen discriminatie: deze film is
voor iedereen van 1 tot 99!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in