Midlake :: The Trials of Van Occupanther

Twee jaar geleden waren we maar wat blij met Bamnan and Slivercork, de debuutplaat van
het Amerikaanse vijftal Midlake. Ze vulden op dat moment namelijk
de gapende leegte tussen de releases van oud en nieuw werk van drie
van onze favoriete bands, Grandaddy, Mercury Rev en Flaming Lips. Hun eerste plaat bulkte
dan ook van de referenties naar de ‘grote drie’ van de huidige
lichting Cosmic Americans, hier en daar verrassend aangelengd met
een stevige scheut Radiohead. Dat Bamnan and Slivercork er toen niet echt
in geslaagd is (hier) potten te breken en ongetwijfeld aan heel wat
(potentiële) fans onopgemerkt voorbij is gegaan, is dan ook een
raadsel. Wij van onze kant voelden ons op den duur zelfs geen klein
beetje onnozel toen iedereen ons maar bleef vragen of we dat
groepje dat op 8 stond in ons eindejaarslijstje zelf verzonnen
hadden.

Dan ziet het er deze keer, met opvolger ‘The Trials of Van
Occupanther’ plots heel anders, veel beter uit voor Midlake. Enkele
grote namen uit de muziekwereld, Thom Yorke, Beck en opper-Lip
Wayne Coyne op kop, staken hun liefde voor het kwintet niet onder
stoelen of banken en namen elke gelegenheid te baat om de naam van
de groep te laten vallen in interviews. Een duwtje in de rug – om
niet te zeggen een serieuze stomp – kreeg Midlake toen ze door
niemand minder dan The Flaming Lips zelf werden meegevraagd tijdens
hun Europese toer, die hen begin deze maand nog naar de Vooruit
bracht. Wie er niet bij was kan hen later deze zomer ook nog zien
op Pukkelpop. Kom dus achteraf niet zeggen dat u van niks
wist!

Toeval is het allemaal niet dat Midlake nogal wat verwantschappen
vertoont met de hoger genoemde bands. In een ver en duister
verleden maakte de band onder de naam The Cornbread All-Stars naar
eigen zeggen ellenlange, oersaaie jazz-funknummers en kwam de Grote
Ommekeer er pas toen ze The Flaming Lips leerden kennen. Intussen
zijn we nog een paar jaar verder en heeft de groep haar horizon nog
wat verbreed. Na de eerste plaat verdiepte Midlake zich in de
muziekgeschiedenis en pikte de band heel wat op van grote namen uit
de jaren ’70 als (o.a.) The Band, Fleetwood Mac, The Eagles,
Neil Young en diens (ex-)makkers
Crosby, Stills & Nash. Als muzikanten zijn Tim Smith, Eric
Pulido, Eric Nichelson, Paul Alexander en McKenzie Smith er
sindsdien ook een heel stuk op vooruit gegaan. Het resultaat is een
plaat die de charmante imperfecties van haar voorganger ontbeert,
maar aan de andere kant veel rijker, meer volwassen en tijdlozer
klinkt. Minder speelgoedorgeltjes, ontstemde keyboards en gekke
effectjes dan op Bamnan and
Slivercork
, maar meer uitgekiende arrangementen met plaats voor
strijkers, piano, blaasinstrumenten en Tim Smith die hier en daar
Ian Anderson-gewijs zijn ding tracht te doen op fluit.

Zelf schrikt de groep er een beetje voor terug het woord
‘conceptplaat’ in de mond te nemen, wie het boekje met de teksten
erbij neemt kan er niet om heen dat er een rode draad doorheen de
nummers loopt: de aloude, klassieke droom de bewoonde,
materialistische wereld de rug toekeren om een teruggetrokken,
bescheiden bestaan te leiden aan de rand van de maatschappij. Aan
de oppervlakte lijken de songs dan ook te gaan over de lotgevallen
van Van Occupanther, de rare naam uit de titel, een geflipte
wetenschapper die niet echt schijnt te aarden in de samenleving en
zichzelf dan maar buitenspel zet. Maar je kan het thema natuurlijk
ook anders bekijken: de plaat gaat over schoon schip maken,
overtollige ballast overboord gooien en met een schone lei
beginnen, iets wat de groep met deze tweede plaat ook voor een stuk
beoogde.

Muzikaal is Midlake minder zweverig geworden, maar ook op tekstueel
gebied houdt de groep beide voetjes op de grond. Als luisteraar kan
je je veel beter herkennen in en identificeren met de verhalen op
‘The Trials of Van Occupanther’ dan met de vaak kant noch wal
rakende psychedelische hersenspinsels van Bamnan and Slivercork. Deze tweede is
minder speels en minder avontuurlijk dan haar voorganger, maar je
krijgt er meer warmte voor in de plaats. De eerste keren dat we
naar ‘The Trials…’ luisterden, betreurden we dit nog, we vonden dat
alles nogal op elkaar leek en dat dit een eerder vlakke plaat was
geworden. Maar zoals we ook steeds hebben ervaren bij de platen van
Grandaddy (met wie Midlake gemeen heeft dat ook zij uit een
onooglijk gat afkomstig zijn) had dit album gewoon wat meer tijd
nodig om te groeien. Uitschieters? De schitterende openingstrack
‘Roscoe’, ‘Bandits’, Young Bride’, ‘Branches’ en ‘We Gathered in
Spring’. Maar vraag het ons morgen nog eens en het zou best kunnen
dat we ‘Head Home’, ‘In This Camp’ of ‘Chase After Deer’
zeggen.

Wie na Illinoise van Sufjan
Stevens, Ten Silver Drops van
Secret Machines’, Z van My
Morning Jacket, Just Like the Fambly
Cat
van GrandaddyAt War with the
Mystics
van de Lips of Wolves van labelgenoten My Latest Novel
nog steeds niet genoeg heeft van de huidige generatie Cosmic
Americans, weet dus wat hem te doen staat!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in