Josh Rouse :: 8 juni 2006, AB Box

Sinds we Rouse ("de kleine" voor de vrienden) voor het eerst zagen in 2000, toen hij op tournee was met z’n tweede album Home, is zijn aanhang steeds blijven groeien. Met het indrukwekkende 1972 (2003) en het bijna even consistente Nashville (2005) leek het er zelfs even op dat hij zou doorbreken bij het grote publiek, al was dat blijkbaar wat voorbarig.

Een tweetal weken geleden waren we nochtans getuige van de geboorte van een Nieuwe Jonge Oppergod toen hij de Londense Shepherds Bush Empire zowat op z’n kop zette, geruggensteund door een ritmesectie en, tijdens de helft van de songs, een strijkkwartet. In Brussel liep het echter geen storm, want de AB-Box was slechts halfgevuld. Misschien had het nieuws de ronde gedaan dat Rouse tijdens dit laatste optreden solo zou spelen? Of misschien heeft hij met het degelijke, maar naar zijn normen wat matige, nieuwe album Subtítulo toch de boot gemist? Of zat Roland-Garros er voor iets tussen? Feit is dat Rouse geen band nodig heeft om indruk te maken, zoals hij al eens bewees in de Botanique. Met zijn gekende combinatie van nonchalance en afstandelijkheid kwam hij het podium opgesloft om de set te openen met "Quiet Town", de luchtige, eerste single van zijn laatste album.

De selecties uit zijn zesde toonden nog maar eens hoe zijn materiaal geëvolueerd is door de jaren heen. Een onmiskenbaar talent voor fijne melodieën en arrangementen is een constante in zijn oeuvre, al is de donkerte van het rootsier debuut Dressed Up Like Nebraska intussen volledig verdwenen. Volgende albums zagen hem meer en meer evolueren naar pure pop, met het magistrale, gepast getitelde 1972 (tevens een verwijzing naar zijn geboortejaar) als voorlopig hoogtepunt. Nashville was niet enkel een stap naar een meer ingetogen stijl, het was ook een afscheidsbrief aan de stad waar hij enkele jaren woonde. Sinds een jaar of twee verblijft de man in Spanje met zijn nieuwe vriendin, en dat is te horen aan zijn recentste songs, die zich volledig hebben aangepast aan het mediterrane ritme.

De verhuis resulteerde niet enkel in hangmatliederen met voorzichtig exotische ritmes, ook tekstueel gaat het er wat luchtiger aan toe. Gebroken relaties werden vervangen door minder deprimerende onderwerpen, dagdagelijkse observaties en uitingen van tevredenheid. Songs als "Givin’ It Up" en "It Looks Like Love" klonken als het werk van iemand die schoon schip heeft gemaakt met zijn verleden en zich niet schaamt voor z’n contentement. Toch misten vooral de nieuwe songs de verleidende kracht van de versies die hij met een full band bracht. Rouse wist het gebrek aan opvulling voor een stuk wel op te vangen met gefluit en een harmonica, maar een uitzondering (zelfs op een doedelzak blijft "His Majesty Rides" perfecte pop) daargelaten, maakten de recentste songs het minst indruk. Gelukkig werd ook gegrepen uit de vorige albums: "Winter In The Hamptons", dat in de studioversie klinkt als een zonnige Smiths, werd een ingetogen parel, het van falsettozang voorziene "James" nodigde uit tot meeneuriën, "My Love Has Gone" zorgde voor het kippenvelmoment, en het minder bekende "Michigan" (dat enkel verscheen op een ep en een verzameling outtakes) ontpopte zich tot één van zijn beste songs.

Het publiek lustte het wel, maar je had pas bij afsluiter "Comeback (Light Therapy)" het gevoel dat het écht mee was. Een bisronde was onvermijdelijk, en dan bloeide de relatie tussen Rouse en het volk pas echt open: "It’s The Nighttime" en "Love Vibration" (met grappige interactie) brachten de heupen aan het bewegen, maar het was het tweeledige "Sad Eyes", met z’n breekbare aanloop en z’n stompende tweede helft dat de puntjes op de "i" zette. We zagen Rouse al betere concerten geven, al verandert dat niets aan het feit dat hij nog maar eens bewees een van de betere songschrijvers van het moment te zijn. Maar volgende keer willen we nog beter. En een minder tam publiek, graag.

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in