Picnic at Hanging Rock

Peter Weir heeft zich de voorbije dertig jaar geprofileerd als een
regisseur die graag zijn tijd neemt voor zijn films. Zo om de vier
of vijf jaar krijgen we eens een nieuwe van hem in de zalen, en
hoewel zijn werk nu niet over de hele lijn briljant te noemen is
(‘Green Card’ was niet bepaald een meesterwerk), blijft hij een
eigenzinnig cineast om rekening mee te houden – ‘Witness’, ‘Dead
Poets Society’, ‘The Truman Show’. En natuurlijk ‘Picnic at Hanging
Rock’, zijn doorbraakfilm, een zweverig, hypnotiserend stukje
cinema waarvoor de term “bevreemdend” lijkt te zijn uitgevonden.
Pogingen om deze prent te beschrijven zijn eigenlijk op voorhand al
gedoemd – waar je over moet praten, is immers niet zozeer de plot
of de personages, als wel de sfeer ervan. Wat hier boeiend aan is,
is de manier waarop camerabewegingen, kleuren, licht, geluid en
muziek samenwerken om een bizarre trip te creëren waarvan het doel
lang niet altijd duidelijk is. De meeste films zijn continu bezig
met het leveren van antwoorden. Wat gebeurt er in het verhaal en
hoe en waarom? Hoe gedragen de personages zich en wat zijn daar de
verklaringen voor? ‘Picnic at Hanging Rock’, daarentegen, is een
film die enkel vragen oproept, om ze vervolgens willens en wetens
onbeantwoord te laten. Noem dat gerust frustrerend of irritant,
maar noem het vooral geen slechte cinema.

Het verhaal (voor zover daarvan sprake is) speelt zich af op
Valentijnsdag 1900. Een stel jongedames van de exclusieve Appleyard
College for Young Ladies in het Australische Victoria gaan samen
met twee leerkrachten op uitstap naar Hanging Rock, een miljoen
jaar oude, 150 meter hoge rotsenformatie, om daar te picnicken.
Vier leerlingen vragen de toestemming om wat rond te wandelen – een
tijdje later komt één van hen in paniek terug, en een leerkrachte
gaat de overige drie zoeken. Geen van hen keert terug.

Een week later wordt Irma, één van de drie verdwenen meisjes,
teruggevonden – oververmoeid, uitgedroogd en met wat schaafwonden,
maar verder levend en wel. Ze herinnert zich niets van wat er met
haar gebeurd is, maar de geruchten en speculaties vliegen uiteraard
in het rond. Irma wordt onderzocht door een dokter, die met een
ernstige blik meedeelt dat ze nog “intact” is. De zoektocht naar de
anderen gaat voort, zonder succes, en de Appleyard school krijgt
flink te lijden onder het schandaal.

Dat alles klinkt als een relatief klassieke set-up voor een mystery
verhaal, maar vergis u niet: ‘Picnic at Hanging Rock’ is niet enkel
een film over een mysterie, de prent zélf is er ook één. We komen
nooit te weten wat er met de meisjes gebeurd is en ook de
personages zelf lijken stuk voor stuk verborgen gevoelens te hebben
waar we nauwelijks een zweempje van kunnen opvangen – van rationeel
gemotiveerde handelingen is dan ook zelden sprake. Dialogen zijn
schaars: we krijgen lange, lyrische shots van de Australische
outback, waar de schoolmeisjes in hun witte jurken als misplaatste
engelen doorheen zweven en de andere personages achteraf verloren
lopen, dwergjes in de grootse natuur. Traditionele filmische
scènes, met twee of meer personages die een dialoog voeren en op de
één of andere manier met elkaar in conflict komen (weet u nog
wel?), spelen zich vrijwel uitsluitend af binnen de muren van
Appleyard – eens we daarbuiten treden, heersen er andere wetten en
zakt de film weg in een lijzig, beklemmend ritme. Er wordt weinig
gezegd en nog minder verklaard.

Gedeeltelijk valt de film terug te voeren op het aloude conflict
tussen cultuur en natuur: Appleyard is een eenzaam bastion van
Britse verfijndheid in een land dat daar niet toe uitnodigt. De
meisjes worden in een strikt keurslijf gehouden, strenge regels
bepalen alles. Maar daaronder is het duidelijk, al vanaf het begin,
dat er bij de meisjes gevoelens sluimeren die wachten op een kans
om tot uiting te komen. Ze citeren liefdessonnetten van
Shakespeare, schrijven Valentijnskaartjes naar elkaar (wie hebben
ze anders om kaartjes naar te sturen?) en rijgen elkaars korsetten
vast, terwijl Weir ze in beeld brengt met een haast wellustige
schoonheid. Dit zijn hormonenbommen, die in bedwang worden gehouden
door de strikte structuren van de school. Eens ze in de natuur
terecht komen van Hanging Rock, vallen die structuren weg, en dàn
kunnen er natuurlijk vreselijke dingen gebeuren.

Weir wekt vanaf de eerste minuut de indruk dat er iets sinisters
aan de gang is met Hanging Rock. Die rotsen lijken te léven –
natuurlijk zijn er de insecten, salamanders en slangen die er
rondkruipen, maar zelfs de stenen geven soms de indruk gezichten te
hebben. Eens de groep van Appleyard op Hanging Rock aankomt, staan
alle horloges stil – hier in de natuur komt de tijd te vervallen,
want de natuur is eeuwig. De drie meisjes leggen zich vlak voor hun
verdwijning neer tussen de rotsen en vallen in slaap. Een vreemd
geluid stijgt plotseling op uit de grond en de rotswanden om hen
heen, alsof de natuur hen letterlijk in slaap wil sussen. We
krijgen één shot van bovenaf op de slapende meisjes – de laatste
keer dat we hen alledrie zullen zien – en we moeten ons wel
afvragen: vanuit wiens standpunt is dat shot gefilmd? Als je een
banaal, rationeel antwoord wil geven, dan zit daar gewoon een man
die van plan is hen te ontvoeren. Maar Weir suggereert iets anders,
dat veel fascinerender is.

Met die suggesties waagt hij zich op terrein waar zijn landgenoot
Nicolas Roeg zich enkele jaren eerder ook al bevond met zijn film
‘Walkabout’. De Australische outback is blijkbaar geen plek voor
mensen – de natuur, beweren deze filmakers, stelt er zijn eigen
regels, en pas dan maar op.

In ‘Picnic at Hanging Rock’ wordt die angst voor de natuur
uiteindelijk doorgetrokken tot binnen de muren van Appleyard. Er is
een nauwelijks waarneembare lesbische subtext, die niet alleen de
meisjes betreft, maar ook de directrice, Ms Appleyard zelf.
Naarmate het schandaal steeds meer de goede naam van haar
instelling aanvreet, verliest Appleyard haar zelfbeheersing – ze
drinkt zichzelf helemaal lazarus en begint een vervolgens een
huilerige monoloog over de verdwenen leerkrachte. In één van de
meest openlijk seksueel geladen scènes van de film, zien we hoe de
teruggevonden Irma, na haar herstel, haar klasgenoten goeiedag gaat
zeggen. In tegenstelling tot het wit dat het schooluniform
uitmaakt, draagt zij nu rood (knipoog, knipoog) – de andere meisjes
villen haar bijna omdat ze denken dat zij weet wat er met de
anderen is gebeurd.

Subtext, hints, suggesties… Daaruit is ‘Picnic at Hanging Rock’
opgemaakt. Duidelijke antwoorden zijn hier ver te zoeken. Peter
Weirs film is een raadsel over een raadsel, dat niet uitlegt, maar
juist verwart. Gewapend met een verukkelijke cinematografie
(mooiere natuurbeelden zie je zelden), weet hij een fascinerende,
hypnotiserende film af te leveren die het eist om meer dan eens
gezien te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in