The Cave of the Yellow Dog




Ik geef toe dat ik een beetje gefrustreerd in de zaal zat: ik
hoorde in een andere film te zitten, naast mij zat een Hollands
koppel bij zowat elk reclamefilmpje te gierenbrullen van het lachen
en het was de eerste echte zomeravond, dus de lokroep van de
terrasjes gonsde nog in mijn hoofd na. Maar toen de film eindelijk
begon en ik het snoetje van Nansal Batchuluun zag, was mijn naar
gevoel meteen verdwenen. Prins Philippe en prins Laurent, hou
jullie vast aan jullie bretellen want ‘The Cave of the Yellow Dog’
gaat over een ‘vrouwtje’ en een ‘hondje’!

Een vijfkoppige nomadenfamilie (mama, papa, twee zusjes en een
broertje) leeft in het uitgestrekte landschap van Mongolië van het
hoeden van schapen en geiten en is tamelijk afgesloten van de
buitenwereld. De vader trekt soms met de moto naar de stad om
schapenvellen te verkopen en inkopen te doen en Nansal, met haar
zes jaar de oudste dochter, gaat er naar school. De drie kinderen
doen wat normale kinderen doen: ze spelen samen in de natuur en
dollen wat, al kan ik torentjes bouwen met mest niet bij mijn eigen
jeugdherinneringen rekenen (dat moet dan toch eerder Lego geweest
zijn). Mest of niet, de kleine Nansal is gelukkig en helpt maar al
te graag haar moeder bij het verzamelen van… euh… mest. Tijdens
haar expeditie vindt Nansal in een grot een jonge hond, die ze
prompt Zochor noemt (wat helaas gewoon Vlekje blijkt te betekenen,
kunnen kinderen echt niets beters verzinnen?). Stralend van geluk
sjouwt ze de hond mee naar huis, maar papa is allesbehalve
tevreden. “Is een hond dan geen uitstekende schaapherder?”, dachten
u en ik zo bij onszelf. Inderdaad, maar waar Nansals vader voor
vreest, is dat de pup heeft samengeleefd met wolven. Die zouden hem
wel eens kunnen komen opzoeken, de kudde in gevaar brengen en in
het ergste geval alle schapen opeten. Geen plezierig scenario, maar
Nansal geeft zich niet zo snel gewonnen. Slim als ze is, weet ze
dat zevenhonderd uren zeuren in “ik wil een rendierhoedje” -stijl
niet werkt en ze verstopt de hond stiekem tussen de schapen. De
volgende dag verliest ze Zochor tijdens het hoeden echter uit het
oog en verdwaalt ze als ze naar hem op zoek gaat. Ze komt terecht
bij een oude dame die haar het verhaal vertelt van de gele hond in
de grot en die haar inwijdt in de wereld van de reïncarnatie. De
hond blijft nog een hele tijd bij het gezin rondhangen, maar
wanneer de ouders het zomerkamp opbreken en verder willen trekken,
moet de hond achterblijven. Of volgt er toch nog een
Lassie-rescue?

De Mongoolse regisseuse Byambasurem Davaa heeft na twee films al
duidelijk haar eigen filmgenre afgebakend: een mengvorm tussen
documentaire en fictie waarin soberheid en respect voor de natuur
centraal staan. In ‘The Story of the
Weeping Camel’
ging het nog over de rituele vereniging tussen
een verstoten albinokameel en zijn moeder, hier gaat het over de
vriendschap tussen een meisje en een hond en het belang van
reïncarnatie. De hond blijkt namelijk in de Mongoolse
natuurbeleving slechts één stap lager dan de mensen te staan.
Mensen kunnen dus als honden reïncarneren en andersom. Maar niet
alleen de verhouding tussen mens en dier komt in de verf te staan,
achter het dunne verhaaltje – meisje vindt hond, maar mag hem niet
houden – gaat ook weer een scherpe studie schuil over het
dagelijkse leven van het nomadenvolk in Altai, ten noordwesten van
Mongolië.

De rollen werden vertolkt door een echte familie nomaden en dat
merk je meteen: er is geen sprake van acteren, de gezinsleden
verrichten gewoon hun dagelijkse taken en leiden hun normale
leventje. Ze verzorgen hun dieren, maken eten klaar, naaien kleren
en hebben hun eigen slaaprituelen en liedjes. Als kijker krijgen we
zo een uniek beeld van het ongedwongen nomadenleven, de clash
tussen cultuur en natuur en de onvermijdelijke invloed van de
moderniteit op het traditionele leven van het gezin. Dat laatste
wordt mooi gesymboliseerd door een opscheplepel uit plastiek, die
de vader uit de stad heeft meegebracht en die toch niet zo
bestendig tegen de hitte van de hete melk blijkt. Bij de verhuis
wordt het ding dan ook zonder omkijken achtergelaten.

Het werken met een echt gezin maakt de situaties een stuk
‘oprechter’ – vooral de kinderen zijn heel spontaan en ongelooflijk
charmerend. In hun kleine kimono’s en met hun rode kaakjes zijn ze
om op te eten. De onbedwingbare nieuwsgierigheid van Nansal, het
gedartel en gebrabbel van de kleine jongen met de staartjes en het
zusje dat in een vorig leven een giraf was, vormen de meest
opvallende aspecten van een eenvoudig leventje dat verrassend
boeiend blijkt.

‘Brokeback Mountain’ meets ‘Het
Paard van Sinterklaas’, hoe je het ook noemt, ‘The Cave of the
Yellow Dog’ is anderhalf uur the simple life – het échte dan. Een
eenvoudig docudrama, een waardevol document met prachtige indrukken
van de wolken en de uitgestrekte Mongoolse steppe, dat de familie
Batchuluun hopelijk nog generaties lang als een mythologisch
sprookje zal kunnen doorvertellen.

Nog een tip voor de hondenliefhebbers: als je je overleden hond
begraaft, leg dan zijn staart onder zijn hoofd, dan zal hij
terugkomen als een mens met een paardenstaart! Fantastisch toch,
wanneer een film nog praktische tips voor het dagelijkse leven kan
voorzien?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in