Silent Hill




In de context van de richting die de filmindustrie het voorbije
jaar is ingeslagen, moet ‘Silent Hill’ een meesterlijke zet hebben
geleken. Het enige waar mensen nog naar gaan kijken, zijn immers:
a) domme komedies; b) horrorfilms; c) gameverfilmingen of d) eender
wat geregisseerd door Peter Jackson. ‘Silent Hill’ combineert twee
van die vier elementen – een horrorgameverfilming – en,
surprise, surprise, staat op het moment van schrijven op
nummer één aan de Amerikaanse box office. Leuk voor de makers, maar
een garantie voor een goeie film is het niet (tenzij u voorlopers
als ‘Resident Evil’ bovenaan uw
lijstje all time favourites zou zetten).

Rose (Radha Mitchell) en Chris (Sean Bean) hebben problemen met hun
geadopteerde dochtertje Sharon: het kind maakt er een gewoonte van
om het huis uit te slaapwandelen, en wanneer ze dan wordt wakker
gemaakt, schreeuwt ze de naam van het stadje Silent Hill uit. Ze
maakt er ook een gewoonte van om, in de traditie van kindsterretjes
sinds mensenheugnis, bijzonder houterig te acteren, maar dààr ligt
niemand wakker van.

Silent Hill blijkt een spookstadje te zijn waar sinds een enorme
brand in de jaren zeventig niemand nog is geweest. Tegen het
protest van haar man in, besluit Rose met haar dochter naar het
dorp toe te gaan, om te weten te komen waarom het kind zo
geobsedeerd is door Silent Hill. Dit zal, vanzelfsprekend, een
slechte zet blijken te zijn: het stadje is in een permanente mist
gehuld, as valt als sneeuw uit de lucht en eigenaardige, misvormde
creaturen komen regelmatig uit de muren gekropen. Rose raakt van
Sharon gescheiden en in haar zoektocht komt ze zelfs in aanraking
met de laatste overlevenden van Silent Hill: een bende religieuze
gekken die zichzelf in een kerk hebben verscholen onder de leiding
van Christabella (Alice Krige), een God-freak die verrassend veel
gelijkenissen vertoont met de moeder van Carrie in Brian De Palma’s klassieker.

Aanvankelijk lijkt het nog alsof regisseur Christophe Gans (stilaan
een cultfiguur, sinds hij ‘Le Pacte des Loups’ maakte) de serieuze
toer op wil gaan met ‘Silent Hill’: tijdens het eerste half uur
krijgen we sfeervolle beelden van het verlaten stadje en een
oprecht creepy soundtrack die suggereren dat dit wel eens
wat zou kunnen worden. Gans drukt op alle voor de hand liggende
knopjes: een moeder die haar kind kwijt is, een setting met
ontelbaar veel hoeken en gaatjes waar vreselijke wezens uit
tevoorschijn kunnen schieten, lichten die plotseling uitgaan
enzovoort. De regisseur gooit er, schijnbaar gewoon voor de lol,
zelfs een paar clichématige inboorlingen tegenaan die moeder Rose
verdacht bekijken wanneer ze naar de weg naar Silent Hill vraagt en
antwoorden: ‘Roads don’t go up there no more.’ Yup, alle
ingrediënten zijn aanwezig. Maar dàn, eens de stille dreiging
omslaat in all-out gore, toont ‘Silent Hill’ zijn ware
gelaat. Dit is geen horrorfilm, maar gewoon een enorm grappige
grand guignol-prent die voorbestemd is om een camp
classic
te worden. Hoe meer vetzakkerijen Gans er tegenaan
gooit, hoe minder griezelig het wordt, gewoon omdat het zover over
de top is. Maar zelfs nuchter is dit al immens komisch, kun je
nagaan hoeveel lol je hieraan kunt beleven met enkele pilsjes in je
lijf.

Zo krijgen we bijvoorbeeld een rottend lijk dat met prikkeldraad
werd vastgebonden op een toilet. Plots (ik zal u de omstandigheden
niet proberen uit te leggen), komt dat lijk weer tot leven en
kruipt het op onze heldin af. Zijn benen zijn achterwaarts
omgebogen, zodat z’n voeten bijna tot op z’n hoofd komen en het
creatuur maakt onderweg geluidjes die gelijkenissen vertonen met
een leeglopende lavabo. Voor de gelegenheid noem ik deze kerel
toilet dude. Hij krijgt kort daarna versterking van een
hilarische figuur die een soortement driehoekig metalen masker
draagt en steeds een mes in handen heeft. Maar dan bedoel ik ook:
een més – het ding is naar schatting drie meter lang en snijdt
moeiteloos door een centimeters dikke metalen deur. Deze figuur,
die schijnbaar steeds vergezeld gaat van een horde insecten met
gezichtjes, noemen we big fucking knife guy. Het is nu enkel
wachten op een spinoff, ‘The Amazing Adventures of Toilet Dude and
Big Fucking Knife Guy’, waarbij ik mag hopen dat er op z’n minst
enkele musicalnummers aan te pas komen.

En zo gaat dat maar door. Een lijkbleek meisje dat als twee
druppels water op dochtertje Sharon lijkt, steekt haar armen uit,
die stante pede in brand schieten. ‘Look at me, I’m
burning,’
zegt ze. Waarvan akte. Tegen de finale zien we een
personage met bed en al de lucht in zweven, waarna er prikkeldraad
uit al haar extremiteiten schiet, die de overige aanwezigen in
hapklare brokjes mangelt. Yummie. Op een bepaald moment moet Rose
zich zelfs doorheen een gang bewegen waarin een bende mummieachtige
schepsels staan, die worden aangetrokken door licht. Schijn een
zaklamp in hun ogen, en de ondoden van dienst doen gelijk een
dansje dat sterk doet denken aan de klassieke Michael
Jackson-videoclip ‘Thriller’.

De menselijke personages zijn, zoals het hoort in dit soort film,
niet al te snugger. Rose krijgt hulp in haar zoektocht naar haar
dochter van Cybil, een vrouwelijke flik die tijdens haar eerste
verschijning in de film onwaarschijnlijk veel weg heeft van de
T-1000 in ‘Terminator 2’. Op een bepaald moment bevinden ze zich in
een gigantische lege ruimte waarvan een vloer een enorme krater is.
Verwrongen metaal, puin en as ligt overal. Cybil laat er haar
zaklamp eens over schijnen en stelt scherpzinnig vast:
‘Something happened here.’ Nee, echt, zou je denken? Nóg
leuker wordt het op het einde, wanneer religieuze leidster
Christabella helemaal loos gaat en al wie haar niet aanstaat, wil
gaan verbranden. Het zinnetje ‘burn her,’ ‘burn the witch’
en soortgelijks wordt zó vaak uitgesproken, dat ik meteen moest
denken aan een scène uit ‘Monty Python and the Holy Grail’, waarin
bijgelovige dorpelingen een vrouw als heks willen verbranden omdat
ze meer weegt dan een eend.

De acteurs zelf doen er een flinke schep bovenop – ik vermoed dat
er een weddenschap gaande was onder de cast, met een beloning voor
degene die het verst over de top durfde te gaan. Winnares is Alice
“burn her!” Krige, verliezer is de onfortuinlijke Sean Bean,
die eigenlijk absoluut niets in de film te zoeken heeft, behalve
dan dat Gans hem nodig heeft om het bevreemdende einde te kunnen
forceren (dat uiteraard de deur tot een sequel openzet).

Dat alles klinkt misschien ongelooflijk negatief, maar ik heb me
best geamuseerd. Er zijn maar weinig komedies waar ik zo mee heb
moeten lachen als met ‘Silent Hill’ – dit is zó ongegeneerd onnozel
dat ik er toch weer sympathie voor kan opbrengen, een beetje zoals
dat ook het geval was voor ‘Constantine’. Het is crap, ja, maar het is
niet saai en lachen is gezond.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in