De Hel van Tanger




Mijn persoonlijke idee van de hel was tot voor kort erg duidelijk
afgebakend: gehandboeid aan Filip Dewinter opgesloten zitten in een
huiskamer met sanseveria’s voor de ramen, bloemetjesbehang, muziek
van Helmut Lotti op de radio en op de tv een eindeloze herhaling
van de dvd van ‘Confituur’. Mét de
extra’s erbij. Maar zoals ‘Midnight Express’ al lang geleden bewees
en ‘De Hel van Tanger’ nog maar eens bevestigt, kan het leven in
een gevangenis die zuidelijker ligt dan Frankrijk ook geen
lachertje zijn. Alan Parkers klassieke folterfilm speelde zich af
in Turkije, deze in Marokko, maar de plots lijken nogal sterk op
elkaar, en de films uiteindelijk ook. Basisgedachte: als je dan
toch de bak in moet vliegen, doe het dan ergens waar je maximaal
met vijf man in één cel moet slapen, en waar je eten niet op eigen
krachten wegloopt.

Filip Peeters speelt Marcel Van Loock, een buschauffeur die in
1996, samen met zijn collega Wim Moreels (Axel Daeseleire), een
lading toeristen naar Marokko voert. Op de terugweg wordt hun bus
echter tegengehouden aan de grens voor een drugcontrole: in de
laadruimte blijkt maar liefst 350 kilo hasj verborgen te zitten. De
eigenaar van het busbedrijf, Scholten (Peter Bolhuis), wordt
eveneens aangehouden en bekent dat de hele smokkel zijn idee was,
maar zowel Van Loock als Moreels worden veroordeeld tot vijf jaar
cel. En in een Marokkaanse gevangenis kan dat tellen, zo blijkt:
Van Loock moet vechten om een deken te bemachtigen, voedsel dient,
net als alles, betaald te worden met sigaretten en de cipiers
grijpen wel héél erg snel naar hun wapenstokken. Terwijl we zien
hoe op het thuisfront pogingen ondernomen worden om Van Loock terug
naar huis te krijgen, gaat de gezondheid van de buschauffeur er
zienderogen op achteruit.

‘De Hel van Tanger’ betekent een gedeeltelijke reünie van de ploeg
achter de verdienstelijke thriller ‘De
Indringer’
: Frank Van Mechelen regisseert weer, en zowel Filip
Peeters als Axel Daeseleire zaten toen ook al in de cast. Een
succesvol trio: hun nieuwe samenwerking bevat meer dan genoeg
kleine foutjes, er zijn heel wat punten waar je bedenkingen bij
kunt maken, maar het is in ieder geval de eerste film uit de fait
divers-reeks die je echt het gevoel geeft dat het over een
volwaardige bioscoopprent gaat. (Niet dat de concurrentie zó sterk
was, met ‘Verlengd Weekend’ en
‘Dennis Van Rita’ als voorgangers,
maar soit.) ‘De Hel van Tanger’ stààt er, als individuele
productie, onafhankelijk van andere projecten die in dezelfde reeks
passen.

Aan het scenario van Paul Piedfort zal dat nochtans niet gelegen
hebben, want de problemen die deze film heeft, situeren zich bijna
allemaal daarin. Zo kan Piedfort niet vermijden dat zowat alle
gebruikelijke clichés van de gevangenisfilm aan bod komen: we
krijgen de wijze, oudere gevangene die Van Loock onder zijn hoede
neemt, de corrupte advocaten en rechters, de sadistische bewakers
en zelfs een ontsnappingspoging over het dak. Iedereen die ooit
‘Midnight Express’ gezien heeft, zal regelmatig een déjà-vu gevoel
krijgen, hoewel daar wel meteen moet worden bijgezegd dat Piedfort
en Van Mechelen een genuanceerder beeld proberen op te hangen dan
Oliver Stone en Alan Parker destijds. Ze maken er een punt van om
ook een sympathieke medegevangene (Achmed, van Borgerhout) te
introduceren, én een humane cipier die probeert te helpen waar hij
kan. Op die manier vermijden ze het latente racisme van ‘Midnight
Express’.

Het is een moeilijk geval, gevangenisfilms en clichés. Een
groezelige wereld waarin Marlborosigaretten de gangbare valuta zijn
en niet bepaald liefdevolle blow jobs worden gegeven in de
douches – we hebben dat allemaal al zo vaak gezien dat je van
platitudes zou kunnen spreken, maar langs de andere kant wil ik
best geloven dat het er in die gevangenissen effectief zo aan toe
gaat. ‘De Hel van Tanger’ werd gebaseerd op het ware verhaal van
Pierre Stukken, en hoewel de filmmakers wel de nodige vrijheden
zullen hebben genomen, schijnt dit redelijk overeen te stemmen met
de werkelijkheid.

Hoe het ook zij, cliché of niet, die gevangenisscènes wérken: Van
Mechelen heeft hier een strakke film gemaakt, waar nauwelijks enig
vet aan zit, en zowel de sets als de belichting weten de kleverig
warme, benauwende sfeer van die smerige nor mooi tot leven te
wekken. De film wordt minder interessant wanneer de focus
verschuift naar Van Loocks familie in België: Warre Borgmans
bezondigt zich aan een irritant staaltje overacting als schoonbroer
van Marcel, die achterover leunt met een cognac en zelfgenoegzaam
mompelt dat hij “wel eens contact zal opnemen met een kennis bij
het gerecht”. Die scènes zijn al bij al weinig geloofwaardig, en ze
breken de claustrofobische sfeer van de rest van de film.

Ook de manier waarop de autoriteiten – Marokkaanse én Belgische –
worden afgeschilderd, is erg eenzijdig. Van Mechelen en Piedfort
gaan resoluut de populistische toer op, en veranderen ‘De Hel van
Tanger’ ei zo na in een simplistisch politiek pamflet: “De grote
meneren, de ministers met hun dikke pree, die geven niks om simpele
werkmensen als wij! Met één telefoontje zouden ze alles kunnen
oplossen, maar ze willen niet, want het kan hen niks schelen!” Dàt
is zo ongeveer het betoog dat je hier aantreft – ik ben nog nét
naïef genoeg om te geloven dat de werkelijkheid wel complexer zal
zijn dan dat.

Wat ‘De Hel van Tanger’ boven de middelmatigheid weet uit te
trekken, zijn de acteerprestaties in de hoofdrollen. Axel
Daeseleire is opvallend sterk als Wim Moreels – zijn prestatie hier
en in de tv-reeks ‘Matroesjka’s’ verleden jaar suggereert dat hij
op z’n best is wanneer hij zich inhoudt. Als hij emoties voluit
moet brengen, durft hij nog wel eens te schmieren (zijn
woedeuitbarstingen in de onvolprezen sitcom ‘Dennis’ zijn nu al
legendarisch), maar hoe kalmer aan hij het doet, hoe beter hij is.
En dan is er natuurlijk Filip Peeters, die hier een ware tour de
force
uithaalt als Marcel Van Loock: niet alleen onderging hij
een fysieke transformatie voor z’n rol (hij viel meer dan dertig
kilo af), maar hij weet ook elke emotie op een subtiele,
genuanceerde manier weer te geven. Zonder dat hij ooit de indruk
geeft dat hij een uitsloverige one man show aan het geven is,
slaagt hij erin om helemaal in zijn personage te verdwijnen. Als
hij dit had gepresteerd in Amerika, had hij gegarandeerd een
oscarnominatie op zak.

‘De Hel van Tanger’ loopt net wat te braaf in de pas van de
klassieke bajesfilms en de politiek van de prent is wel érg
eenzijdig – maar als drama werkt dit best, en de acteurs op
zichzelf maken hier al de moeite van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in