Ray Davies :: Other People’s Lives

Na ruim dertien jaar radiostilte smijt voormalig The Kinks-opperhoofd Ray Davies anno 2006 zijn eerste echte solostudioplaat in de bakken. Other People’s Lives levert een aantal aardige deuntjes op, hoewel het geheel voor velen misschien de nodige kinkyheid mist.

Zet een getalenteerde Engelsman in Amerika en er komt altijd wel iets opmerkelijks en niet zelden distinctively English uit. In de voetstappen van onder meer Oscar Wilde, Anthony Trollope, en — pakweg — Sting, trok Ray Davies enkele jaren geleden naar New Orleans. Behalve een koelbloedige confrontatie met een gewapende overvaller en wellicht een nat pak tijdens de zomer van Katrina, leverde het Davies voldoende goesting op voor zijn solodebuut (Davies’ solorepertoire teerde tot nu nagenoeg volledig op materiaal van The Kinks). Other People’s Lives verzamelt 13 tracks van brokjes die Davies al een tijdje liggen had maar niet afgewerkt kreeg, en enkele recentere visjes.

Opener "Things Are Gonna Change (The Morning After)" laat bij wijze van driftig ritmewerk en verrassend potige gitaren alvast voelen dat ome Ray geen Rik Daems is: niet glad maar stevig, en allesbehalve afgeschreven. "Next Door Neighbour" draagt nog veel van The Kinks in zich, maar verder is Other People’s Lives veel minder vrijblijvend dan wat Davies’ moedergroep destijds bracht. De verbetenheid ligt er bijwijlen dan ook stevig bovenop. Voorbeelden zijn "All She Wrote", "Over My Head" en het knap uitgewerkte "The Getaway (Lonesome Train)", dat er zeseneenhalve minuut de spanning in kan houden.

Tekstueel blijft Davies echter vaak te hard hangen bij oude gewoontes: de man loopt over van de rake observaties die vandaag wel eens met de billen bloot gaan door een schrijnend tekort aan cynische inslag — overigens ook het departement waarin Paul McCartney wel eens een boot of drie mist. Ondanks aardig melodiewerk, heeft "The Tourist" wat weg van de prekerigheid die U2 de laatste jaren van binnenuit uitholt, en klinkt "Is There Life After Breakfast?" onhebbelijk zonnig. Het zou ons niet verbazen als we de song binnen afzienbare tijd in een of andere pannenkoekenreclame, of een parodie daarop, zien opduiken.

Other People’s Lives scoort dus niet over de hele lijn, en blijft — door het toedoen van enkele flauwe tracks — in het geheel rond ’matig tot goed’ hangen. Het album is op z’n best wanneer Davies, zoals op de forse opener en het frisse "Stand Up Comic", het o-zo-Engelse songwriterschap verlaat voor minder klassieke songs in gedurfdere arrangementen. Het ultieme bewijs daarvan is de verbazingwekkend knappe titeltrack. Gelardeerd met flamencogitaarwerk en knap geplaatste vrouwenvocals, trapt "Other People’s Lives" stevig kont met een kritiek op de moderne journalistiek: "Can’t believe what I just read / Excuse me, I just vomited." De oude man en zijn wijsheid: "You’ve all been watching too much television".

"Kinken stinken", riep een oud-klasgenoot uit onze lang vervlogen collegedagen eens uit op een onverdroten moment in de godsdienstles. Wat de arme sukkel destijds precies wou zeggen, weten we nog steeds niet, maar in zekere zin vat die gezegende uitspraak wel samen waar het op Other People’s Lives regelmatig mis gaat: het album blijft al te vaak op het gezapige okay hangen. Te weinig stank, te weinig kinken in de kabels. In vergelijking met wat Robert Plant en zijn Strange Sensation vorig jaar met Mighty Rearranger bracht, is dat misschien maar magertjes. Of Ray Davies met Other People’s Lives een nieuw publiek kan aanboren, blijft dan ook sterk de vraag. Hoewel het natuurlijk evenzeer de vraag is of dat allemaal wel zou moeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in