Nanny McPhee




Emma Thompson is wat we in professionele kringen wel eens een
“bangelijk wijf” noemen. Als actrice heeft ze na ‘The Remains of the Day’ en, recenter, Mike
Nichols’ ‘Wit’ niets meer te bewijzen. Als schrijfster pende ze het
scenario voor ‘Sense and Sensibility’ en won ze een oscar. Deze
dame hééft het: ze is charmant, duidelijk intelligent en
getalenteerd, en ze heeft een fantastisch gevoel voor humor. En
tóch speelt ze niet alleen hoofdrol, maar schreef ze ook het script
van ‘Nanny McPhee’, een kinderachtige miskleun waarin het concept
van ‘Mary Poppins’ een geheel
overbodige update krijgt.

Cedric Brown (Colin Firth) is een begrafenisondernemer die enige
tijd geleden zelf weduwnaar is geworden. Zijn werkkamer is nu een
schrijn voor zijn overleden vrouw en zijn zeven kinderen lopen er
zonder hun moeder maar verloren bij. Uit pure frustratie hebben de
zeven ettertjes er een sport van gemaakt om elke kinderjuf die een
voet in huis durft te zetten, genadeloos weg te pesten (De
kinderen hebben de baby opgegeten!),
wat niet bepaald helpt bij
papa’s pogingen om een nieuwe echtgenote te vinden.

Tot Nanny McPhee (Emma Thompson) plotseling voor de deur staat: de
gedecideerde madam heeft een neus als een rotte aardappel, enkele
afzichtelijke wratten en een gigantische voortand die over haar
onderlip heenkomt, maar verdomd als ze het klein gebroed niet sito
presto in het gareel weet te trekken.

Hoewel Emma Thompson het soort vrouw is over wie ik het liefst
uitsluitend positieve dingen zou schrijven, zit het probleem met
‘Nanny McPhee’ voor een groot deel in haar script. Ten eerste is
Thompson opvallend onhandig in het introduceren van nieuwe
informatie in het scenario: Colin Firth heeft een lege stoel in z’n
werkkamer staan, waar zijn echtgenote vroeger steeds inzat. Wanneer
wij, als publiek, iets absoluut moeten weten, laat Thompson hem
gewoon tegen de zetel van zijn dode vrouw praten, met als gevolg
scènes waarin Firth op z’n dooie gemakje de hele plot letterlijk
uit de doeken doet tegen een personage dat er niet is: “Weet je,
lieverd, ik weet niet wat ik moet doen als ik geen fatsoenlijke
kinderjuf kan vinden. Want je weet wel dat mijn tante…” Enzovoort
enzoverder. Het is juist de kunst van een goed scenario dat dit
soort informatie een beetje subtiel wordt aangebracht.

Ten tweede doet Thompson niet genoeg met het gegeven van de
etterachtige kinderen. Het is vanaf het begin duidelijk dat de
zeven Brown-koters eigenlijk doodbrave bloedjes zijn, die alleen
maar wat aandacht willen van hun vader. Het heropvoeden verloopt
dan ook opvallend vlot – ongeveer halverwege de film hebben ze
braafjes “alstublieft” en “dank u” leren zeggen, en zit dat aspect
van het verhaal er dan ook definitief op. Voor de tweede helft van
de prent moet Thompson iets uit haar mouw schudden over Selma
Quickly (Celia Imrie), een tang van een wijf waarmee Firth dreigt
te zullen trouwen (alsof hij niets beters zou kunnen vinden). Dit
personage wordt pas na een dikke drie kwartier geïntroduceerd, en
is duidelijk enkel bestemd om de film een tweede adem te geven,
meer niet.

En ten derde slaagt Thompson er niet in om een – nochtans hoognodig
– laagje ironie aan de film toe te voegen. De grappen zijn allemaal
resoluut gemikt op de allerkleinsten: een tapdansende ezel, een
taartengevecht, een redelijk walgelijk middeltje tegen de mazelen
enzovoort. In de meeste familiefilms zouden ze dan proberen om een
paar knipoogjes te geven naar het oudere publiek, opdat dat zich
niet zou gaan vervelen, maar niks ervan hier: ‘Nanny McPhee’ werkt
(misschien) op het niveau van jonge kinderen, maar tieners en
volwassenen krijgen nauwelijks iets om zich mee te amuseren. Dit is
een kinderfilm in de zuivere zin van het woord: alléén kinderen
hebben hier iets aan.

Dat is allemaal script, maar ook regisseur Kirk Jones maakt zich
schuldig aan een aantal vergrijpen. Firth, Thompson en Kelly
Macdonald (ooit doorgebroken in ‘Trainspotting’) brengen het er nog niet al
te slecht vanaf, maar je krijgt na een tijdje de indruk dat Jones
met een zweep achter de camera stond om alle bijrolacteurs tot nog
hogere pieken van hysterie te drijven. We krijgen gereputeerde
namen in de nevenrollen: Imelda Staunton, Derek Jacobi en Angela
Lansbury, maar ze lopen allemaal te overacteren dat het geen naam
heeft. Ter wille van het klein grut trekken ze smoelen en
prononceren ze hun teksten op zo’n bewust kluchtige manier dat je
op elk moment Louis de Funès de set op ziet stuiven.

Diezelfde excessen vind je ook terug in de visuele vormgeving:
alles aan ‘Nanny McPhee’ is overdadig en bàrst van de kleuren – van
de sets en de rekwisieten tot aan de kostuums. Geen hoed of er zit
wel een hele bos kitscherige bloemen op, geen muur of hij is wel in
de één of andere felle kleur geschilderd, geen stoel of er zitten
wel tierlantijntjes aan. Alles is er een paar stappen over, alles
is té. Wat allicht wel de bedoeling zal zijn geweest – of er moest
toch zoiets bestaan als onbedoelde kitsch – maar dat maakt het er
nog niet minder spuuglelijk op. Het maakt de film ook moeilijk te
plaatsen in de tijd. Ik veronderstel dat ‘Nanny McPhee’ zich ergens
kort na de Tweede Wereldoorlog afspeelt, maar wie zal het
zeggen?

Met dit concept had je wel degelijk een goeie film kunnen maken,
maar dan hadden Thompson en Jones zich minder resoluut op kinderen
moeten richten. In principe geeft het personage van Nanny McPhee de
mogelijkheid tot heel wat donkere, macabere humor, en mensen als
Tim Burton hebben in het verleden al bewezen dat je met die
ingrediënten uitstekende familiefilms kunt maken, die zowel voor
kinderen, als voor hun ouders amusant zijn. Maar door het allemaal
zo braaf mogelijk te houden, zagen de regisseur en scenariste de
poten van onder hun eigen stoel. Zoals Mary Poppins het zou zeggen,
is dit practically rubbish in every way.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in