Tenhi :: Maaäet

Wie een beetje vertrouwd is met de donkerste metalgenres weet dat er iets bijzonders in de Scandinavische lucht hangt. Wat dat precies moet zijn, gaan we u niet vertellen, maar wel dat er ook buiten die verfoeide metalzone enkele prachtige Scandinavische kristallen te bewonderen zijn. Het Finse Tenhi flikkert met het verstillend knappe Maaäet alvast prachtig Noorderlicht over onze winterdagen.

Maaäet is al het vierde volwaardige studiowerkstuk van het ietwat rare drietal van Tenhi. Al bijna tien bevreemdende jaren halen de Finnen het bovenste laagje sneeuw van de melancholische permafrost in het Vicks Blue-frisse noorden om daar songmateriaal te vinden voor een etherische mengeling van Keltisch aandoende folk met progressief aandoende doom die zich ergens in de buurt van het bejubelde Empyrium situeert, maar ook een vrij uniek eigen geluid oplevert.

Ook voor de nieuwe plaat dolven Illmari Issakainen, Tyko Saarikko en Ilkka Salminen hun inspiratie op uit de observatie van de natuur — zoals Gaudi (en die had het van John Ruskin) dat destijds op zijn manier deed voor zijn gebouwen — en dat levert een machtig geheel op van muziek die traditionele songstructuren verlaat en tezelfdertijd een rake Scandinavische snik met zich meedraagt. Het is de tijd van het jaar, inderdaad.

Geluidsbehang levert Tenhi echter zeker niet, daar zijn hun klanken veel te donker en te intens voor. De sfeer van een bevroren wereld wasemt zich tussen de door piano gedomineerde opener "Varpuspäivä" en het afsluitende "Rannalta Haettu" prominent op het voorplan: alsof er een scheur in een noordse vriesnacht getrokken wordt. Maaäet is een plaat volgens het igloprincipe: zo koud dat de vrieskou de warmte kan dienen.

Voor bepaalde luisteraars is Maaäet wellicht te traag, maar net als bij de betere doom is het Tenhi dan ook hoofdzakelijk om de diepte van elk moment te doen. Niet zelden klinkt de plaat als een akoestische, Finse versie van My Dying Bride dat op de oudere dag het stevige gedreun ingeruild heeft voor de delicate verfijning van piano, viool en gitaar. De donker slepende samenzang van Salminen en Saarikko in het Fins geeft daarbij een extra logheid aan de nummers. De zwaar beladen nummer twee, "Kuoppa", bijvoorbeeld, wordt ingezet door een tergende viool maar krijgt al snel doomdimensies wanneer die snerpende strijker tegengewicht krijgt van donderpreken door Salminen en Saarikko.

Bijzonder meeslepend zijn het prachtig opgebouwde "Vääinen Violetissa" (in het Engels: "Lithe In Lilac") en het herhaaldelijk losbrekende "Tuulenkaato", hoewel we daarmee de verdoken power van de andere tracks enigszins onrecht aandoen. Zwakke momenten kent Maaäet immers niet, en laagje na laagje weeft Tenhi een nieuwe subtiele variatie in de klanklijnen, waardoor de spanning ijzig hoog blijft voor wie zich de inspanning getroost aandachtig te luisteren.

Maaäet is een van die zeldzame juweeltjes die van een oefening in droefenis geen snotterige banaliteit maken, maar eerder een klein kunstwerkje dat de mistige dreiging van de traan en de krachtige mystiek ervan in al zijn dromerige geweld over kan brengen. Een meer dan waardig uitstapje voor de meer avontuurlijke Duysteradept en de met Sigur Rós dwepende medemens, een trip naar dichtgevroren akoestische doom voor al wie zich wel eens door My Dying Bride laat bewegen, en lichtelijk verplichte kost voor liefhebbers van Antimatter en soortgelijken. Sneeuw vlakt wel vaker de kleine verschillen weg en deze laagjes Finse puurheid reflecteren dat akelig perfect.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in