Lila Dit Ca




Wil je mijn poesje zien?, zegt Lila. Van een openingszin
gesproken. Ze zou nochtans beter moeten weten, het is namelijk
wetenschappelijk bewezen dat 75% van de mannen op soortgelijke
(directe) vragen meteen ja zegt. Chimo, de jongen op wie ze haar
vraag richt, blijkt van het aarzelende type, maar hij bezwijkt
uiteindelijk toch en mag op de schommel onder haar kleedje
gluren.

Lila is aantrekkelijk en ze weet het. Niet moeilijk dat de gehele
mannelijke bevolking in een Arabische buitenwijk van Marseille in
de ban raakt van de 16-jarige. Haar lange blonde lokken, bleke huid
en te korte rokjes ontketenen haast een Jihad in het slaperige
dorpje… Maar zij gunt maar één jongen een blik, de gesloten
Chimo, die droomt van een schrijverscarrière en dus niet echt
binnen zijn eigen vriendenkring van losers past. Lila hitst hem op
met verhalen over avontuurtjes in hooibergen, seks met honderd
mannen tegelijk en intieme momenten met de duivel in hoogsteigen
persoon. Meer te pas dan te onpas wijst ze hem op haar seksuele
rijpheid. Mijn mond is zo klein. Straf hé, dat er toch zo’n
grote pik in kan?
Chimo weet eerst niet goed wat hij er moet
van denken. Wat wil ze precies van hem? Volgens zijn beste vriend
Mouloud kan er maar één verklaring zijn: ze moet wel een hoer zijn.
Chimo twijfelt eerst – er zijn wel degelijk aanwijzingen – maar
gefascineerd door Lila’s spelletjes gaat hij volledig op in haar
universum. Ze maakt niet alleen seksuele gevoelens bij hem los, ze
opent ook zijn ogen…

‘Lila Dit Ca’ is een liefdesverhaal, al zou je dat op het eerste
gezicht niet zeggen. Van een klassieke liefdesverklaring à la
Romeo o Romeo is geen sprake: Lila zit boordevol liefde, ze
heeft alleen een nogal vreemde manier om die uit drukken. Haar
pikante uitspraken zijn dysfemismen voor haar werkelijke gevoelens
en ze vormen de kracht van de film. Zonder Lila’s harde taalgebruik
zou de film niet dezelfde impact hebben, het verhaal zou banaal
zijn, als een zoveelste crush in de rij. Het maakt de film
vreemd genoeg ook realistischer dan de meeste zeemzoeterigheden die
we dagelijks in de cinema door onze strot geduwd krijgen. Lila
intrigeert, ze gaat niet voortdurend uit de kleren, maar haar
directheid zadelt Chimo én de kijker wel met een ongemakkelijk
gevoel op. Niemand praat zoals Lila en dat roept vragen op: Is ze
niet onschuldiger dan ze eruit ziet? Waarom flirt ze alleen met
Chimo? Is wat ze zegt ook echt wat ze wil? Waar stopt het spel en
begint de realiteit? Waar zal dit eindigen?

De film is een adaptatie van de gelijknamige roman die in 1996 in
Frankrijk heel wat ophef maakte. De roman vertalen in een werkbaar
scenario bleek niet vanzelfsprekend. Een eerste probleem voor
regisseur Ziad Doueiri (die in een vorig leven als cameraman van
Quentin Tarantino aan o.a. ‘Pulp
Fiction’
meewerkte) was dat Chimo in zijn roman zowat alles in
eerste persoon vertelt en een redelijk passief leventje lijdt. Aan
het begin van de film resulteert dat inderdaad in een zware hap aan
voice-over. Chimo doet zijn intrede en hij vertelt en vertelt maar.
Gelukkig worden er al snel wat daden bij het woord gevoegd en is
het evenwicht in de film tussen Chimo’s reflecties en de werkelijke
actie vlug hersteld.

Tweede probleem: hoe visualiseer je een verhaal over seks, zonder
iets te tonen? Actrice Vahina Giocante (what’s in a name?)
in de rol van lolita Lila verdient hierbij alle krediet. Ze heeft
een liefdesrelatie met de camera, zij houdt van de camera en the
camera loves her.
Er wordt steeds sterk ingezoomd op haar
gezicht, iets wat niet bij iedereen flatterend overkomt. Bij haar
werkt het, het zet haar personage alleen maar kracht bij. Ook de
dirty talk die ze uitkraamt, komt nooit belachelijk of ordinair
over. Regisseur Ziad Doueiri had naar het schijnt bijna de hoop
opgegeven om nog een actrice voor de rol te vinden. Na honderden
audities was er geen enkele vrouw bij wie dat ene zinnetje (wil je
mijn..) er vloeiend uitkwam zonder vulgair te zijn. Tot Vahina
plots kwam opdagen. Ze flirt met de camera. “Als ik voor de camera
beweeg, is het alsof ik ermee aan het dansen ben. De camera voedt
mij, inspireert mij, geeft me vleugels.”

Een derde probleem was dat er in het boek geen sprake was van een
echte antagonist, een obstakel dat een relatie tussen de twee in de
weg stond – de nevenpersonages waren nauwelijks uitgewerkt. Ook
hier maakte de regisseur de juiste keuze, door de vriendenkring van
Chimo, Lila’s geschifte tante en Chimo’s moeder als nevenpersonages
wat extra in de verf te zetten. Een verboden vrucht is altijd
aantrekkelijker. Alleen bij het einde had de filmmaker misschien
toch het risico moeten nemen om het slot uit het boek (waarin Lila
sterft) te behouden. Doueiri wou naar verluidt de film niet té
tragisch maken en een boodschap van hoop meegeven.

De mooiste scène is die waarin Lila en Chimo op de tonen van
Enya-achtig engelengezang (blijkt van Air te zijn) op een
motorfiets door een industriepark cruisen. De beelden werden
volledig in beweging en op locatie opgenomen: echte wind dus (geen
ventilatorgezucht) en echte lucht (geen bluescreen). Dat is nog
eens zuivere cinema…

Een film als een opwaaiend zomerrokje met een gevaarlijke zoom, een
verhaal over verleiding en bekoring en stoute beestjes als
jaloezie. Niet veel op aan te merken dus. Een aangename verrassing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in