The Family Stone




Het schijnt een ongeschreven wet van Hollywood te zijn dat er
jaarlijks minstens één film moet uitkomen die incasseert op de
sfeer van het seizoen. Zo’n hartverwarmend, in een milde kerstgloed
badend, van een vette kalkoen en heel wat clichés voorziene
tragikomedie waarin de sneeuw lieftallig dwarrelt en dwalende
familieleden op het rechte pad worden gebracht, u kent dat wel.
Gewoonlijk krijg ik altijd ongelooflijke uitslag en een
verschrikkelijke jeuk van dat soort films (mijn huisarts geeft me
tegenwoordig al zonder verder onderzoek een voorschrift voor van
die zalf met antibiotica in). Verleden jaar was het erger dan
gewoonlijk: zowel ‘Christmas With the
Kranks’
als ‘Surviving
Christmas’
stonden op het menu, twee films die nooit vertoond
zouden mogen worden zonder vrijwilligers van Amnesty International
en het Rode Kruis in de zaal. Maar dit jaar… Verdomd, ik geef het
niet graag toe, maar het viel mee. ‘The Family Stone’ zou, volgens
de gewone gang van zaken, een grotesk kitschfestijn moeten zijn,
zo’n film waar carrières definitief op stuklopen. Maar dan ga je
kijken en het is allemaal nog wel oké. De wonderen zijn de wereld
nog niet uit.

Sarah Jessica Parker speelt Meredith Morton, een neurotische
workaholic die dit jaar voor het eerst kerstmis zal vieren bij de
familie van haar vriend Everett Stone (Dermot Mulroney). Meredith’s
eerste ontmoeting met haar toekomstige schoonfamilie loopt echter
op een ramp uit wanneer blijkt dat de Stones alles zijn dat zij
niet is. Vader Craig T. Nelson en zoon Luke Wilson roken samen af
en toe wel eens een jointje, moeder Diane Keaton praat tussen de
soep en de patatten rustig over de ontmaagding van haar jongste
dochter (“Hij heette Brad!”) en derde zoon Thad is van plan om
samen met zijn vriend Patrick een kind te adopteren. Kortom: een
terminaal emotioneel geconstipeerde dame wordt plotseling in de
dieperik gegooid bij een warm, liberaal gezin en weet niet hoe ze
zich moet gedragen. Uit pure wanhoop roept Meredith er dan maar
haar zus Julie (Claire Danes) bij.

Dat verhaaltje heeft verdacht veel weg van ‘Meet the Parents’ (of,
wat veel erger is, van ‘Meet the
Fockers’
), maar waar de premisse van een catastrofale
ontmoeting met de schoonouders voluit karikaturaal werd uitgewerkt
in die eerdere film, gaat men hier zowaar voor een zekere nuance.
Kijk, in ‘Meet the Parents’ lag de fout gewoon voluit bij Robert De
Niro en z’n familie, die vergeven was van de weirdo’s en de
dégoutante, prestatiegerichte eikels. In ‘The Family Stone’ heb je
aanvankelijk de neiging om Meredith de schuld te geven – waarom kan
ze zich niet gewoon ontspannen, waarom kan ze niet eens een normale
conversatie met die mensen voeren zonder iets doms te zeggen? Maar
dan, na ongeveer een half uur, verschuift de toon van de film
enigszins, en toont schrijver-regisseur Thomas Bezucha ook haar
standpunt: het is niet makkelijk om als vreemde in een groep
terecht te komen die elkaar al jaar en dag kent, laat staan als die
groep dan ook nog eens van je verlangt dat je meteen op hun niveau
van familiariteit meedoet. In de film zelf is dat een klein punt,
waar niet specifiek op gehamerd wordt, maar het is wel zo dat de
prent het niveau van de simpele farce overstijgt: de personages
worden allemaal in hun waardigheid gelaten.

Bovendien zijn een aantal situaties echt wel geestig: Meredith wil
aan Thad en Patrick bewijzen dat ze absoluut geen probleem heeft
met hun geaardheid door hen te vragen of ze niet bang zijn dat hun
adoptiekind (wanneer ze dat krijgen) geconfronteerd zal worden met
vooroordelen. Ze bedoelt die vraag niet verkeerd, maar voor ze het
weet heeft ze een verkeerde uitdrukking gebruikt, dan probeert ze
die weer te corrigeren door iets te zeggen dat nóg erger is,
enzovoort. ‘Ik bedoel, voor een kind moet het toch makkelijker zijn
om normale ouders te hebben? Enfin, niet normaal, maar… euhm…’
En zo gaat dat voort. Die scène is bedrieglijk eenvoudig: het lijkt
allemaal erg vanzelfsprekend, maar ondertussen heb je wel een
moment dat maar liefst drie dingen tegelijk doet: wij beseffen dat
Meredith het niet slecht bedoelt, maar we begrijpen óók dat de rest
van de familie zich beledigd voelt. En ondertussen krijgen we een
hilarisch moment van plaatsvervangende schaamte.

Andere komische scènes zijn minder intelligent: Bezucha laat zijn
personages in zuivere screwball-traditie het hele huis door
rennen, tafels worden gesloopt en voedsel vliegt alle kanten uit.
De cinefiel in mij wil dan z’n neus optrekken, maar het feit blijft
dat de regisseur heel nauwkeurig naar die meer kluchtige momenten
heeft toegewerkt, en dat ik me er op dat moment eigenlijk maar
weinig vragen bij stelde.

Aan de andere kant van het spectrum probeert Bezucha ook een
tragisch element in z’n film binnen te smokkelen, en voor een
gedeelte slaagt hij daarin. Diane Keaton en Craig T. Nelson hebben
een korte, maar pakkende scène samen, wanneer ze bij elkaar in bed
liggen. Ze zeggen niks tegen elkaar, maar dat hoeft ook niet. En
ook aan het einde, wanneer de juiste mensen beseffen dat ze elkaar
graag zien en elkaar in de armen vallen, gebeurt dat met opvallend
weinig stroop. Geen lange monologen, geen violen op de soundtrack,
niks. Bezucha weet dat less is more, zeker met dat soort
dingen. Alleen jammer dan, dat hij een grotendeels overbodige
epiloog toevoegt. De laatste vier à vijf minuten hadden simpelweg
verwijderd mogen worden – alles dat erin gebeurt hadden we zelf ook
wel kunnen raden en door het aan de fantasie van het publiek over
te laten, had Bezucha die noot van vals sentiment kunnen
vermijden.

‘The Family Stone’ is voor een gedeelte natuurlijk een vrouwenfilm,
en dames domineren de cast. Sarah Jessica Parker toont dat er nog
leven is na ‘Sex & the City’ en Claire Danes laat zich voor het
eerst in een hele tijd nog eens opmerken. Maar toch is het de
oudere garde die op mij het meeste indruk maakte (mischien is dat
gewoon een afwijking van mij). Diane Keaton lijkt hier wel het
toonvoorbeeld van “waardig ouder worden” en straalt tijdens elke
seconde dat ze op het scherm is. Craig T. Nelson als haar
echtgenoot is misschien nog wel de beste acteur in de hele film –
hij doet eigenlijk niks, maar plaatst zichzelf op een subtiele
manier op de achtergrond, de bezadigde patriarch die gewoon rustig
alles een beetje in ’t oog houdt. Enkel Dermot Mulroney zorgt voor
een valse noot – wanneer gaat die kerel eens leren dat een acteur
meer dan één gezichtsuitdrukking nodig heeft?

Ja, het is allemaal zo voorspelbaar als de pest, en oké, op het
einde kan Bezucha de stroop toch niet vermijden, maar ik ging
hiernaar kijken vanuit de overtuiging dat ik een onuitstaanbaar
slijmfestijn te zien zou krijgen. In plaats daarvan kreeg ik een
weliswaar weinig memorabel, maar toch genietbaar komedietje, dat
meer te bieden heeft dan je redelijkerwijs mag verwachten van dit
soort cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in