Boards Of Canada :: The Campfire Headphase

Boards of Canada hebben een nieuw album uit en daar zijn we zoals gewoonlijk blij om. Ook nu weer weten ze hun overweldigende debuut Music Has The right To Children helaas niet te overtreffen, maar kunnen we evenmin een slecht woord over het nieuwe album kwijt. Music… is nu eenmaal een moeilijk te evenaren meesterwerk, maar een nieuw Boards Of Canada-album blijft een lekker snoepje.

De muziek van Boards Of Canada heet ongrijpbaar te zijn, mysterieus ook wel en een beetje akelig mooi. We schreven het allemaal al eerder over hun vorige album, Geogaddi, en vroegen ons een beetje af wat er over The Campfire Headphase meer te melden zou zijn. Het album is wat korter, de nummers zijn langer en het klinkt allemaal een pak organischer dan het bijwijlen wat kille Geogaddi.

The Campfire Headphase is vooral weer erg warm. Alle geluiden komen van achter donzige galm of nostalgische gekraak uit een vage droomwereld aangewaaid: het muzikale equivalent van flou artistique. Naast de gebruikelijke onbestemde geluiden en spitsvondige klanken, lijken de Boards ook echte instrumenten toegelaten te hebben bij de opnames ."Chromakey Dreamcoat" wordt bijvoorbeeld gedragen door een nauwelijks vermomde gitaarriedel die zo van Four Tet zou kunnen geleend zijn.

Wie de muziek van Boards Of Canada al kent, weet daar genoeg mee: The Campfire Headphase is verschillend en gelijk genoeg aan hun vorige werk om een absolute aanrader te zijn. Voor wie hun muziek niet kent, is onze metaforen- en adjectieventrommel helaas al ver leeg. Ook "Peacock Tail", "Sherbet Head", "Oscar Can See Through Red Eye" en "Farewell Fire" zijn prachtige, dromerige elektronische composities waar we ons graag bij warmen als ware het een warme tas chocolademelk bij een knapperend vuur in de open haard. De klanken, zang en vreemde effecten zorgen van de eerste tot laatste minuut voor een bezwerend geluidstapijt waarbij het aangenaam toeven is. Diepgaande analyses en beschrijvingen zouden de muziek kapot maken.

Door de winterse kou wandelend, met de ver-MP3’de (ja, we stoefen nu eenmaal graag over onze iPod) The Campfire Headphase tussen de oren, verscheen halverwege "Dayvan Cowboy" opeens het Dansende Meisje voor ons geestesoog. Jaren geleden, tijdens een laat en somber gesprek in een fakbar, zei onze gesprekspartner plots resoluut: "Ik ga wat dansen". Ze zette haar glas weg, en wandelde met de sigaret in de hand naar de lege dansvloer. Terwijl Robert Smith vrolijk iets droevig zong — zoals alleen hij dat kan — begon ze langzaam maar gedecideerd te bewegen.

Met haar rug naar de rest van het café, danste ze half ineengedoken op een bijna donkere dansvloer. De schouders wiegden zacht op en neer, haar voeten maakten halve danspasjes en ze draaide net-niet rondjes. Haar hoofd zakte bij elke pas wat dieper tussen de schouders en af en toe gingen de armen half de hoogte in. Dat alles traag en precies alsof het een duidelijk ingestudeerde choreografie was.

Het soort choreografie waarover danscritici schrijven dat ze de existentiële angsten belichaamt. Het meisje danste rustig verder, liet Robert Smith zijn en haar demonen bezweren en keerde terug naar haar glas, maar met een glimlach die ze eerder die avond niet over haar lippen kreeg.

Mooi, pijnlijk droevig, om te huilen en te lachen tegelijk. Boards Of Canada klinkt als het Dansende Meisje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in